Lof der besluiteloosheid

Politici doen hun best de automobilist uit zijn rijdende doodskist te lokken, de fietser van licht te voorzien en de alcoholist nuchter te maken. Met averechts effect. Hun falen typeert de onmacht van de politiek die beland is in het ironische stadium.

IN HOGERE ZIN doen politici hetzelfde werk als de straatvegers die de Amsterdamse Albert Cuyp-markt elke avond verlossen van straatvuil. Terwijl de bezemslaven zich hebben verzoend met hun verdoemde lot, blijven politici denken dat iedereen geïnteresseerd is in hun werk. Journalisten delen die illusie: zij spreken van ‘komkommertijd’ wanneer politici op vakantie zijn. Hun lezers hebben echter vooral aandacht voor de politiek wanneer er, liefst nachtelijk, spektakel te beleven valt, net zoals de televisiekijkers over de schouders van de schoonmakers meekijken als die de restanten van de Vrijmarkt opruimen.
Dat het beroep van politicus zo gedevalueerd is, komt mede door de reclameslogan waarmee de derde stand de Franse revolutie enig politiek-filosofisch cachet poogde te geven: liberté, égalité et fraternité. Met name de eerste belofte bleek een schot in de roos. Het heeft even geduurd, maar de vrijheid is inmiddels doorgesijpeld naar arbeiders, zwarten, vrouwen, werklozen, gestoorden, enzovoort. Alles wat ooit onderdrukt was, is nu vrij, op wat criminelen, kippen, varkens en nertsen na. Ook de politici hebben zich bevrijd, en wel van hun aura. 'Clowdy’ en 'downmarket’ zijn woorden die de Engelsen gebruiken om hun politieke vertegenwoordigers te beschrijven.
Nu politici de vrijheid hebben geprivatiseerd, zien ze zich geconfronteerd met de trivialiteit van hun positie die wordt gesymboliseerd door uitgestorven stemlokalen. Er vinden ijdele pogingen plaats om te voorkomen dat de onderdaan een rokende, drinkende, zieke, werkloze analfabeet wordt die zich als een ongeleid projectiel door een verwaarloosde openbare ruimte beweegt en de grenzen van zijn enthousiasme verlegt in een onveilig voetbalstadion. Met een onnavolgbare combinatie van onderdanig wantrouwen en geringschatting uit leedvermaak aanschouwt het volk het handelen van de politieke klasse om daarna op onverschillige wijze politieke strategieën tegen te werken of ervoor te zorgen dat de plannen zichzelf tegenwerken. In Eurotaoïsme omschrijft de Duitse filosoof Peter Sloterdijk deze mechaniek als volgt: 'Het loopt onvermijdelijk anders omdat we met het denken over en het realiseren van wat komen moet ook steeds iets op gang brengen wat niet gedacht, niet gewild, niet berekend is. Dit gaat vervolgens met gevaarlijke koppigheid zijn eigen weg.’
DEZE WEG LOOPT onder meer langs de drankwinkel, met een afslag naar de A.A. Bij een zeker alcoholpromillage laat de burger zijn rol als rationeel handelend subject achter zich, en daarmee zijn politieke verantwoordelijkheid. Daarom is drank een vijand van de openbare orde en willen politici de mensenrechten best even op verlof sturen om deze orde te handhaven. De Amerikaanse overheid ging zelfs zo ver dat ze in de jaren twintig het land drooglegde, hetgeen een ongekende impuls betekende voor de alcoholconsumptie. Zo kon de alcoholliefhebber in de grote steden terecht in 'speak-easies’, clandestiene cafés waar whisky uit theeglazen werd gedronken. Het ontstane illegale productie- en distributiesysteem bleek een goudmijn voor criminele ondernemers. Al Capone had op het hoogtepunt van zijn macht duizend man in dienst, en het stadsbestuur van Chicago vormde de politieke vleugel van zijn organisatie. Net voor de eeuwwisseling proberen Amsterdamse sociaal-democraten deze blunder nog eens te begaan door de binnenstad droog te leggen.
De sigaret is een ander signaal van bevrijding waar de landsbestuurders eigenlijk van af willen, ware het niet dat de accijns zo aantrekkelijk is. In de Verenigde Staten neemt de haat jegens rokers grote vormen aan en uitgerekend daar groeide de film Smoke, waarin van de eerste tot en met de laatste scène wordt gerookt, uit tot een cultureel evenement. De antirookcampagne creëert namelijk een toenemend aantal bewuste, genietende en tevreden rokers, zoals de Gauloise-verslaafde Vroegindewey in Willem Frederik Hermans’ verhaal De laatste roker en, meer recent, de cineast Theo van Gogh met zijn website De gezonde roker. Waar rook is, is leven, lijkt het motto van deze rokende geuzen.
Nog een stapje verder gaat de fatsoensmaffia waar het hard- en softdrugs betreft die een geestelijke vlucht bewerkstelligen uit de wereld waarin men wil wat men doet in plaats van andersom. Bij gebrek aan een geopolitieke vijand vormen drugs in de Verenigde Staten de volksvijand nummer één. Het is gebleken dat de landen met het felste antidrugsbeleid het hoogste aantal drugsdoden kennen. Nederland wilde ook op deze lijst niet ontbreken. Zodoende werd XTC eind jaren tachtig een verboden middel, hetgeen leidde tot een daling van de kwaliteit, zodat de overheid nu kwaliteitscontroles instelt.
HET IS HARTVERWARMEND om te zien hoeveel zorgen politici zich maken over de gezondheid van hun onderdanen. Miljoenen guldens stromen naar medische onderzoeken, die leiden tot een groter aanbod van ziekten. En meer zieken. Dankzij transplantaties blijven mensen ook nog eens langer leven, waardoor het aanbod van donororganen daalt. Verder krijgen kinderen tegenwoordig zo veel verplichte inentingen dat ze, door een disfunctionerend afweersysteem, bij het minste geringste ziek worden.
Komisch binnen het streven naar een adequate volksgezondheid was de gesubsidieerde isolatie van huizen, waardoor energie werd bespaard en tocht bestreden. Nu blijkt echter een tekort aan frisse lucht te leiden tot chronische gezondheidsklachten. Niet dat mensen veel devotie koesteren voor een gezonde leefomgeving. Op het Amsterdamse IJplein bouwde de architect Rem Koolhaas huizen waarbij hij de begane grond vrij hield voor nadere invulling. Deze 'interessante openbare ruimten’ werden snel vervuilde, desolate gebieden. In de Bijlmer werd het vele groen rond de huizen niet voor vertier gebruikt maar om defecte wasmachines op te laten stuiteren.
Het is overigens opvallend dat een recordaantal mensen arbeidsongeschikt is terwijl de kennis over de volksgezondheid nog nooit zo groot is geweest. Het besef dat slechte arbeidsomstandigheden en de prestatiedruk daar wel eens iets mee te maken zouden kunnen hebben, is inmiddels doorgedrongen tot de verschillende ministeries. Veel kon de overheid niet meer veranderen maar om toch iets te doen, kwam ze met de flexwet die de positie van flexibele werknemers moest versterken. Het gevolg was dat duizenden uitzendkrachten hun ontslag kregen aangeboden daar ze veel te duur zouden worden.
In het gezonde lichaam van het autonome subject hoort een kritische en kennende geest thuis. Omdat de overheid graag wil dat de leesvaardigheid van de burger iets verder reikt dan het kunnen onderscheiden van namen op het stembiljet, bestaat er op de middelbare school een verplichte boekenlijst. Tegelijkertijd stimuleert de overheid het gebruik van Internet waarop het wemelt van de uittreksels en boekverslagen die de leerlingen keurig overnemen in hun persoonlijke leesdossiers. Zo'n verplicht dossier werkt sowieso contraproductief. Docenten kunnen hooguit een literair zesgangenmenu serveren in de hoop dat sommige leerlingen iets lekker vinden. In het algemeen leidt een bombardement van informatie tot niets anders dan een afkeer van informatie. Ontlezing is geen paradoxale ontwikkeling in een maatschappij waar niets buiten de tekst lijkt te bestaan, maar een logisch gevolg. De geest van de westerse burger is een wandelende informatiebom met implosiegevaar.
GROTESK ZIJN DE pogingen om mensen uit de auto te krijgen. De automobilist staat symbool voor de vrijgevochten burger die de politiek achter zich heeft gelaten en in een transpolitieke ruimte verkeert waar een verkeersbord het aanwijzen van schuldigen bij een botsing als primaire functie heeft. In de schaduw van het vrijheidsbeeld is zelfs een heel land voor de zonen en dochters van Ford ingericht, compleet met drive-in-bioscopen (die hebben geleid tot een achterbankgeneratie), McDrive’s en free-ways, waar een permanent spektakel van het autoverkeer plaatsvindt. Jaarlijks vallen er dertigduizend doden in deze burgeroorlog op wielen, een aantal dat toeneemt naarmate auto’s veiliger worden, aangezien overmoedigheid de donkere kant van veiligheid is. Als dit sterftecijfer in het vliegverkeer zou worden bereikt, zou men onmiddellijk een wereldwijd vliegverbod instellen, maar de geautomatiseerde fantasmagorie van de bewegingsvrijheid is immuun voor zulke statistieken. Mensen gaan nu eenmaal ook niet zwerven omdat er regelmatig een huis afbrandt. De Amerikanen leven on the road to nowhere. De nieuwe nomaden met hun recreational vehicles doen dat zelfs letterlijk onder het motto 'Home is where you park it’, waarmee ze uit het blikveld van de staat blijven.
Tijdens zijn autoreis door de Nieuwe Wereld ontdekte de Franse filosoof Jean Baudrillard zo de ware samenleving. In Porterville was hij getuige van een Saturday Night Fever, een soort overdekte Friday Night Skate: 'Allemaal rijden ze in hun auto’s af en aan op de twee mijl lange hoofdstraat in een langzame en levendige processie, een kollektieve parade, onderwijl drinkend, ijsjes etend, elkaar van de ene naar de andere auto luid toeroepend (terwijl overdag iedereen rondrijdt zonder elkaar ook maar te zien), muziek, stereoset, bier, ice-cream.’
De automobilist spreekt een andere taal dan politici. Als de automobilist ergens tegen is, komt hij niet met een rationele argumentatie maar gaat hij knipperen met zijn autolichten. Dat gebeurde bijvoorbeeld in Washington, nadat ex-presidentskandidaat Ross Perot de kiezers had voorgesteld om de president wakker te maken.
Dat de bewegingssnelheid van de automobilist een fantasmagorie is, blijkt uit de geringe sociale snelheid van de auto die met vijftien kilometer per uur amper boven die van een fiets ligt. Een verborgen tijdsfactor schuilt in de uren dat de automobilist in zijn (stilstaande) auto zit, de uren die hij moet werken om zijn auto te betalen en de uren die hij kwijt is aan onderhoud. Mensen lijken minder tijd te hebben naarmate er meer wegen komen, de infrastructuur verbetert en het aantal 'tijdbesparende’ foefjes toeneemt. In de dichtbevolkte delen van Europa neemt de algemene onbeweeglijkheid binnen het verkeer grootse vormen aan, een gevolg van het fordiaanse streven om elke arbeider uit te rusten met een auto.
Nu deze droom gerealiseerd is, doen politici hun best om de automobilist uit zijn rijdende doodskist te lokken. Aanvankelijk dacht men de inertie door middel van het uitbreiden van het aantal autobanen en parkeerplaatsen te verhelpen, maar dat leidde vooral tot meer weggebruikers en meer files. Alleen Nederland Mobiel gelooft nog in het aanleggen van nieuwe, zelfs dubbeldekswegen - misschien omdat de partij voor de verkiezingen in 1998 te laat was met het inleveren van de kieslijsten. Degene die dat moest doen, verzeilde namelijk in een file.
De denkfout die aan deze banale strategie ten grondslag ligt, is dat mensen de auto gebruiken als middel tot een doel, terwijl het plezier van het autorijden voorop staat. Juist het beperken van het aantal wegen sorteert het gewenste effect. Zo besloot de transportwethouder van New York om in het kader van Earth Day 42nd Street voor voetgangers te reserveren. Op deze verkeersader in Manhatten staat het verkeer bijna altijd vast, en ambtenaren voorspelden de totale chaos. Maar er gebeurde niets. Het leek zelfs of het verkeer in de omgeving soepeler z'n weg vond.
Steeds meer politici ontdekken dat het plezier van het rijden vergald moet worden. In het plaatsje Nieuwvliet hoopte men dit te bereiken door de aanleg van een kantelweg. TNO had berekend dat iemand die er harder dan veertig kilometer per uur zou rijden, last van zijn maag zou krijgen, en een kans op kantelen. Dat bleek mee te vallen; automobilisten gaven juist gas omdat het zo'n geinig gevoel opwekte.
Net zo zinledig was de aanleg van de carpoolstrook aangezien dit initiatief op de onjuiste veronderstelling steunde dat de automobilist een sociaal wezen is. Het rekeningrijden zal evenzeer een debacle worden. Er zijn genoeg automobilisten die best wat geld overhebben voor een onthaastingsmoment in de vorm van een file. Daarbij zal de bouw van tolpoorten tot verhoogde bouwactiviteiten langs de autowegen leiden, hetgeen de overheid juist wilde voorkomen.
EEN MINDER ERNSTIG probleemgeval is de vogelvrije fietser. Al vele jaren ondernemen beleidsmakers pogingen om fietsers ertoe te brengen een licht te ontsteken in het donker, terwijl bewezen is dat verlichting niets uitmaakt. Bewust van hun onzichtbaarheid rijden onverlichte fietsers juist voorzichtiger, net zoals fietsers beter uitkijken wanneer ze door rood rijden. Deze wet van de risicocompensatie heeft trouwens een algemene geldigheid, variërend van de vrees van de Britten voor hondsdolheid (die ervoor zorgt dat per jaar honderden huisdieren via de zee het land worden binnengesmokkeld) tot het gebruik van zonnebrandolie (dat ertoe leidt dat mensen nog langer in de zon gaan liggen).
Ook de voetganger levert een onvermoeibare strijd met de planologen. In New York liet de wethouder ooit hekken zetten langs de drukste wegen om lukraak overstekende voetgangers naar de zebrapaden te dwingen. De hekken werden massaal verplaatst, wat voor nog meer onveiligheid zorgde. Wanneer hekken zo sterk zijn dat ze blijven staan, kan dat weer leiden tot rampen zoals in het Hillsborough-stadion van Sheffield, waar bijna honderd supporters van Liverpool omkwamen door massaal gedrang.
Alle levenstekens van het fatale ten spijt blijven politici geloven dat ze het goede voorbeeld moeten geven. Geschrokken van het morele verval der natie lanceerden de Britse conservatieven halverwege de jaren negentig de leuze 'Back to Basics’, die enkele seksschandalen later werd vervormd tot 'Back to Basic Instincts’. De ethiek staat eveneens voorop bij de regering-Blair. Robin Cook, de minister van Buitenlandse Zaken, schept gaarne op over zijn ethische buitenlandse beleid, maar ondertussen staat hij binnen zijn directe omgeving bekend als bedrieger, leugenaar en dronkelap. Tony Blair denkt ook een lichtbaken te zijn. Na een golf van negatieve publiciteit omtrent genetisch gemanipuleerd eten verklaarde hij dat hij er onbekommerd van smulde. Het vertrouwen van de consument daalde hierdoor nog verder. Gezien de verzekering die de regering destijds gaf over rundvlees, zou inderdaad alleen een gek waarde hechten aan wat de regering zegt.
In Nederland leeft onder politici en politicologen eenzelfde idee dat geloofwaardigheid een factor van belang is. Zo hadden politicologen verwacht dat D66 na De Nacht van Wiegel definitief uit Paars II zou stappen omdat de geloofwaardigheid in het geding was. Echter, de democratische ministers bleven gewoon aan en regeerden door alsof er niets was gebeurd.
Soms doet de overheid zelf pogingen om de geloofwaardigheid op het gewenste arbeidsniveau te brengen, bijvoorbeeld door middel van een parlementaire enquete. Tijdens de Bijlmer-verhoren werden de zaken echter steeds schimmiger en het eindigde ermee dat het vertrouwen van de burgers in de overheid een dieptepunt beleefde.
Natuurlijk heeft deze situatie, deze grenzeloze wanverhouding tussen de competentie van de politici en de eisen van de werkelijkheid, iets ironisch. Baudrillard wijst er in Sideraal Amerika op dat Ronald Reagans populariteit steeg naarmate hij meer blunders maakte. Dit maakte Franse bewindslieden razend, 'want voor hen liggen de zaken omgekeerd: hoe meer initiatief en goede wil ze tonen, hoe lager hun populariteit’. Reagan - die tijdens een persconferentie ooit zei dat het begrotingstekort groot genoeg was om voor zichzelf te zorgen - is een van de transpolitieke leiders die succes hebben met het tonen van zo weinig mogelijk daadkracht. Een legendarische transpoliticus was Calvin Coolidge. Deze zeldzaam luie president bracht zijn tijd in The Oval Office door met slapen. Het Amerikaanse electoraat had daar geen enkel bezwaar tegen en koesterde deze duttende president. Het leverde de Republikein in 1924 een glansrijke verkiezingsoverwinning op. De huidige president Bill Clinton lijkt zijn populariteit meer te danken aan zijn seksuele avonturen dan aan zijn beleid. De Republikeinen toonden zich dan ook uiterst verbijsterd na hun nederlaag tijdens de congresverkiezingen. Ook in Italië (waar het nog nooit zo'n chaos is geweest en nog nooit zo goed is gegaan), Brazilië en Utrecht genieten a-politici een aanzienlijke populariteit.
Politici moeten nodig af van het positivistische idee dat er voor elk probleem een oplossing bestaat. Het welvarende deel van de wereld is af en elke poging om er nog meer orde in te stoppen, zal een averechts effect hebben. Om die reden is de besluiteloze regeerstijl van Philips de Tweede een lichtend voorbeeld. Door zijn onbereikbaarheid losten allerhande problemen zich vanzelf op: handelen door niet te handelen.