Lof der lafheid (1)

Oorlogsjaren. De Vijftigers. The Sixties. De Jaren Zeventig. Generatie X. We zijn nu bijna aan het eind van de jaren negentig. Wat typeert deze jaren?

Laten we eerst nog even kort kijken naar vroeger. In de oorlogsjaren stond alles stil. Na 1945 deed men weer als in 1938. Dat was een ramp voor de jeugd, die zo nooit volwassen kon worden. Door het naoorlogs verzet werden de Vijftigers geboren. Moedige jongens en meisjes. Ze experimenteerden met de vorm en met hun leven. Ze wilden iets anders, zochten en vonden dat ook. Het woord ‘alternatief’ hoorde je om de haverklap. Men kreeg ruzies met wat toen 'het establishment’ heette. Overal zaten Gideonsbendes.
Thans is de boel honderdtachtig graden gekeerd. Er zitten nergens meer Gideonsbendes. Met het establishment maak je geen ruzie, daar wil je bij horen. Het zoeken naar alternatieven wordt als ouderwets ervaren. Experimenten zijn taboe. Dit zijn de jaren van de lafheid. We durven geen uitspraken meer te doen, we kunnen ze ook niet doen - net nu alles mag.
De lafheid is de nieuwe manier van leven. Lafheid houdt je op het midden van de weg. Lafheid - een vorm van slijm - schokt niemand, lafheid is: je gedeisd houden, niet schokken, niemand werkelijk bruuskeren. Lafheid is zachte zalf voor emoties. Lafheid neemt geen risico’s. Lafheid houdt de boel draaiende - en waarschijnlijk verklaart dat de populariteit.
Ik kijk in de opinieweekbladen. Ik zoek naar een moedig stuk. Wie schrijft dat? Trouwens, wat is moedig? Of, wat zou een moedig stuk zijn? Ik vraag het hier en daar om me heen. 'Wanneer iemand werkelijk onderbouwd zou kunnen verklaren dat Nederland vol is en welke consequenties het heeft als we die stelling niet onderschrijven.’ 'Wanneer Paars eens op een deugdelijke manier onderuit gehaald zou worden.’ 'Wanneer dat hele mediagezeur over literatuur en televisie voor eens en voor altijd wordt opgelost.’ Ook in de antwoorden: geen namen, geen rugnummers, maar abstracties.
Hoe komt dit? Er is geen innerlijke noodzaak meer. De oorlog is gewonnen, de vrede moet geconsolideerd worden. De noodzaak voor iets is een kunstmatig aangelegd bedenkseltje. Wat is de noodzaak van D66, van de VVD, van de PvdA? Is het niet zo dat met een middagje praten, je hier makkelijk één partij van zou kunnen maken? Is er werkelijk een 'enorm’ verschil tussen Volkskrant, NRC, Trouw, Parool? Wordt bij de kranten de kwaliteit niet eerder bepaald door de hoeveelheid nieuws en de kwantiteit van de journalisten dan door de kwaliteit van de artikelen? Welke schrijver wil er nog wat met de literatuur? Zwagerman met z'n zouteloze satire? Van der Heijden? Grunberg? Misschien Grunberg nog een beetje, maar voor de rest? Lafheid. Een Nederlandse Céline wordt meteen voor gek verklaard en is quantité négligeable. Een Nederlandse Balzac moet zich niet zo aanstellen. Men beschermt elkaar tegen over de schreef gaan. En aldus wordt de soep steeds dunner. Lafheid. We weten ondertussen dat het te allen tijde beter is je bek te houden dan hem open te trekken. Moet je weg omdat je te ver bent gegaan, dan kom je er niet meer in. De groep moet zichzelf beschermen. We mogen elkaar bewonderen (graag zelfs), kritiek hebben mag ook, maar wel beschaafd, alsjeblieft. Je inkomen zit bij het establishment en niet in het ouderwetse alternatieve circuit. Er is een culturele ruk naar rechts gaande. Men voedt zich met behaagzucht, houdt zich vast aan traditionalisme, bestrijdt opstandigheid en verwerpt vernieuwing. Heerlijk. Want ik mag graag de lof der lafheid zingen, en zal volgende week uitleggen waarom.