Lof der lafheid (8)

Moedig voorwaarts, dacht ik toen ik naar de bank ging om geld te lenen om mee te speculeren. Men zegt dat de AEX-index aan het eind van het volgend jaar op 1250 zal staan (nu op plusminus 850), dus waarom zou ik dan nu geen aandelen kopen? Ik kan alleen maar winnen.

Of niet?
Vereist het moed om nu te speculeren? Of is het een vorm van lafheid. Ik krijg elke week folders in de bus om mee te doen met clickfondsen en dergelijke. Goed, dacht ik, ik verlies er weinig mee, de uitvinders van het clickfonds hebben de Nobelprijs gekregen (en er meer dan honderd miljoen mee verdiend), het heeft kortom aan al mijn lafheidsprincipes voldaan - ik doe mee.
Kreeg ik een brief terug dat ik niet mee mocht doen. Wegens schulden bij de bank!
Aan clickfondsen mag ik niet meedoen, ik mag wel meer lenen bij de bank. Dus leen ik en ga met dat geld aandelen telecommunicatie kopen, want ik zie iedereen met een mobiele telefoon lopen.
Of is dit onverstandig?
Wat doet de lafaard? Doet hij mee of niet?
Hij doet niet mee.
Waarom is iemand laf?
Omdat hij bang is voor de dood - daar komt het op neer. Elk risico maakt zijn leven onzeker, elk risico is een spel met de dood. Wie arm is (of heel rijk) kan moedig zijn, maar wie daar net buiten valt en moet leven met bijna niks, kan daar geen bedreigingen bij gebruiken.
Elk drama komt voort uit misverstanden waarbij moed in het geding is. Kluivert rijdt iemand dood - hij dacht moedig te zijn door hard te rijden. Marco Bakker rijdt iemand dood, zijn dure sportwagen bleek defect - het leek hem moedig in zo'n proletenauto te rijden. (‘Kijk mama, ik ben autocoureur!’)
Niets boezemt mij zoveel angst in als moed. Aleen als je niet meer bang bent voor de dood of de ouderdom kun je moedig zijn, anders niet. Omdat we allemaal bang zijn voor de dood, kunnen zij die niet voor hun leven vrezen aan collectieve hypochondrie het meest verdienen. New Age, God, Mao, het clickfonds, Ratelband, Piet Vroon, Montignac.
Speculeer! En word arm! Maak misbruik van lafheid en word rijk!
De wereld is steeds griezeliger.
Mijn ouders kwamen uit de oorlog en waanden zich moedig. Ze bleven in Indië. Mijn vader ging speculeren - en verloor. Achteraf denken we wel eens, hoe kon je speculeren in olie en tabak en toch verliezen? Het kon. Ze gingen naar Nederland, teleurgesteld en laf - althans, toen heette dat nog 'voorzichtig’.
Alle Indische mensen in Nederland waren 'voorzichtig’; ze werden gedwongen voorzichtig te zijn. Niet speculeren op een andere toekomst, maar rustig afwachten. Je verbergen, je onzichtbaar maken, laf zijn - uit roeping.
Toen ik geboren werd, was ik de enige die geen kamp had meegemaakt; mijn vader kon mijn wiegje zelf betalen, want hij had weer werk; mijn moeder was op het oog genezen van de ziekten die ze in de oorlog had opgelopen. Er moest erg voorzichtig met me worden omgegaan.
Toen mijn vader tien jaar geleden stierf, waren er voor mij onbekenden op de begrafenis. Mensen uit het kamp van mijn vader. Ik wist niet in welke kampen mijn vader had gezeten - ik weet het nog niet. Ik hoorde hoe moedig mijn vader was geweest. Over wie spraken al deze mensen? En als die man over wie ze het hadden, mijn vader was, was ik dan een zoon van hem?
Zo anders.
Zo niet-moedig, zo onmoedig - net de vader die ik kende.
Ik speculeer niet, al heb ik geld geleend. Wel kijk ik - als ik wel eens een beurspagina zie - naar de fondsen waarin mijn vader destijds vertrouwen had. Het gaat goed met de olie, het gaat zelfs goed met de tabak. Kom, denk ik, het is een kwestie van één telefoontje naar de bank…
Maar ik doe het niet.
Wie zijn verstand gebruikt, kiest ervoor laf te zijn.