Kunst: Vrijdenkers

Lof der Zotheid

Nicolas Dings, Spinoza, 2008. Amsterdam Museum © René Gerritsen / Amsterdam Museum

De tentoonstelling Vrijdenkers: Van Spinoza tot nu is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met het Humanistisch Verbond, dat 75 jaar bestaat. Dat kan hier goed: het Amsterdam Museum wil zich actief opstellen in het discours over tolerantie, integratie, gelijkwaardigheid et cetera; in de historische opstelling van het museum wordt ‘vrijdenken’ tot de ‘kernwaarden’ van de Amsterdamse geschiedenis gerekend.

Als tentoonstelling zit het goed in elkaar, de historie wordt ruim opgevat (‘van Erasmus tot Jeffrey Afriye’), er is fraai materiaal bij – Dürers portret van Erasmus, handschriften van Multatuli, om maar wat te noemen. Alle vaste dames en heren van de vrijdenkerscanon zijn vertegenwoordigd. Erasmus, Spinoza, Descartes, Van den Ende, Koerbagh, Comenius. Aletta Jacobs, Jacob Israël de Haan, Van Eeden, Multatuli, Domela. Henriette Roland Holst, Jaap van Praag, Anton Constandse. Natuurlijk is er aandacht voor niet-Europese ‘vrijdenkers’ als Anton de Kom, Sutan Sjahrir en Kartini. In een Amsterdams museum is een flinke wand met uitingen van de provo’s en de kraakbeweging in de jaren zeventig en tachtig onontkoombaar, en even onvermijdelijk is de aanwezigheid van Tinkebell, Jonas Staal, Theo van Gogh en Ayaan Hirsi Ali, en voorwaar, daartussen is ook het met poep besmeurde gezicht van Pim Fortuyn te zien. Er is ten slotte ook nog een wand waarin het lastige tegen-denken van nu wordt aangehaald, geboren uit ‘desinformatie, fake nieuws, algoritmes en bubbels’. Daar wordt omzichtig gesteld dat een afwijkende opvatting misschien tegelijk ‘bedreigend, beledigend en verfrissend’ kan zijn.

Al deze ‘vrijdenkers’ bevinden zich, filosofisch en politiek gezien, in hetzelfde spectrum. Hun ‘vrijdenken’ volgt vrijwel hetzelfde stramien: een uiting van individualisme, dat zich verzet tegen autoriteit en tegen ‘verbinding’ als in het organiseren van een gemeenschap waarin het pure individu deel wordt van een groter geheel. Vrijwel al deze vrijdenkers zijn ‘dus’ anti-kerkelijk, of zelfs anti-religieus. Het is een visie op ‘vrijdenken’ die te respecteren is, maar het is wel een beperkte: was ik een boosaardige GeenStijler, dan had ik geschreven dat als je zou willen weten wat de heiligen van ‘De Linkse Kerk’ zijn, je je geen betere tentoonstelling had kunnen wensen. Zou het werkelijk zo zijn dat er in vijfhonderd jaar Nederlandse ideeëngeschiedenis nooit eens ‘vrij’ is gedacht aan de ándere kant van dat spectrum? Ik respecteer Sylvana Simons en Jeffrey Afriye, maar waar zijn (ik noem maar wat): Titus Brandsma, Frits Bolkestein, Ben Telders? Waarom wel Jonas Staal en niet Erich Wichman?

Je kunt het ware ‘vrijdenken’ niet half doen, lijkt mij, daar is moed voor nodig. Hier ligt bijvoorbeeld Erasmus met Lof der Zotheid. Je had er ook zijn Turkenkrijg kunnen leggen, waarin de Rotterdammer stelde dat een verdeeld en futloos christelijk Europa onder de voet dreigde te worden gelopen door de spirituele macht van ‘de Turken’, lees: de islam. Hij pleitte voor oorlog. Dat was een standpunt dat niet veel afwijkt van dat van Baudet en Wilders, nu. Dat is vervelend, misschien, maar ja: zo ‘vrij’ dacht Erasmus dus óók.


Vrijdenkers: Van Spinoza tot nu, Amsterdam Museum, t/m 27 februari; amsterdammuseum.nl