Buitenland

Lokaal beleid

De kleine schaal, regionaal georganiseerde zorg en echt bestuur (met competenties en middelen) op lokaal en regionaal niveau. Het zijn kernelementen in het succesvolle management van de coronacrisis in Duitsland. Het zijn ook precies deze kenmerken van de Duitse aanpak die een kardinaal verschil markeren met andere delen van Europa. Zoals Covid-19 bij patiënten onderliggend lijden in bepaalde organen blootlegt, zo doet de pandemie dat in organen van de maatschappelijke ordening. Zo ook in Nederland, zelfs in de organisatie van ‘de beste zorg ter wereld’.

Achter het klatergoud van de artsen-bv’s blijkt het schraalhans keukenmeester. Dat de free spending ways van de medische stand, hun verzekeraars en hun bestuurders, hand in hand gingen met een wildgroei aan onnodige medische ingrepen, onderbetaling van het verplegend personeel, een megalomane fusie- en bouwdrang en een accountancy-fetisj die allesverzengend uitwerkt via een interne dictatuur van cententellers, dat wisten we al. Het Malieveld stond niet voor niets vol met wanhopig verplegend personeel. Maar dat internationale glamourcongressen, technologische innovaties en sportevenementen voor een gezondere wereld de façade waren voor lege voorraadkasten, ontoereikende capaciteiten en een opzichtig haperende infrastructuur (van bluf-ICT tot brak contactonderzoek), dat komt voor velen als een verrassing.

Duitsland biedt een ander beeld. De lokale zenuwcentra van waaruit het Duitse coronabeleid wordt gecoördineerd zijn meestal gehuisvest in onooglijke betonblokjes uit de vorige eeuw. De zorgorganisatie is regionaal en vaak plaatsgebonden georiënteerd. Nederlanders bekijken dit hoofdschuddend: achtergebleven gebied, hoogstens geschikt als decor voor grove satire, bijvoorbeeld over laagopgeleide armoedzaaiers in de provincie. Lachen man.

Deze Nederlandse kunstvorm weerspiegelt een dominante cultuur van botte neerbuigendheid ten opzichte van iets wat maar al te vaak de eigen achtergrond is, een nieuw soort vooruitgangsgeloof. Dit kleurt ook beleid, bijvoorbeeld in de zorg. De inefficiëntie van provinciale ziekenhuisjes vindt men in Nederland zo lachwekkend dat daar onbekommerd de sloopkogel van de schaalvergroting op losgelaten kan worden. Een no brainer, heet het in de nieuwe taal van de dominante cultuur. De inbedding van de lokale zorg in een netwerk van kleine scholen, bibliotheken, sportverenigingen en de lokale democratie, wordt met een vergelijkbare vanzelfsprekendheid afgebroken.

Belangrijkste Europese uitdaging? Voorkom Britse toestanden

Vanuit dit perspectief valt de EU op dit moment uiteen in twee soorten samenlevingen: de lokaal georganiseerde aan de ene kant, en de post-lokale aan de andere. Al ruim voordat de pandemie deze twee typen samenleving op hun weerbaarheid testte, was er een harde confrontatie gaande. Soms binnen een land of stad, zoals in de straten van Parijs bij de gewelddadige betogingen van de gele hesjes. Soms op EU-niveau, waar de huidige Italiaanse regering zich fel verzet tegen de verdere liberalisering van het dienstenverkeer op de interne markt om het kleinschalige MKB te beschermen.

Nergens escaleerde deze confrontatie echter zo ernstig als in Brexit-land. Nadere analyse van het referendum toonde aan dat de uitslag een opstand van de provincie tegen Londen communiceerde: plaats tegen schaal. Dit was geen toeval. Er zijn weinig Europese landen waar de kaalslag op lokaal en regionaal niveau zo extreem is als in het VK. De lokale democratie is er intussen zo goed als opgedoekt. Vanuit dit perspectief bood de leuze Take back control hoop voor hen die het willen of moeten hebben van plaats. Die hoop bleek vals. Als de Brexit tot nu toe iets brengt, dan zijn dat extra baantjes en verantwoordelijkheden voor de well to do in Londen. En dan moet de echte misère nog beginnen.

Iedereen voelt aan waar de kosten van het Brexit-avontuur, met of zonder deal, zullen neerslaan: bij de groeiende groep have nots aan de stedelijke rafelranden en in de regio, ooit de dragers van de schragen onder de verzorgingsstaat, nu de opgedreven divisies van de flexeconomie, verschanst in mini-jobs en voedselbanken. Om hun pijn wat te verdoven zal geld lenen nog gemakkelijker gemaakt worden. De marges van beleggers zullen daar wel bij varen, maar de lokale voetbalclub zal er niet mee gered worden.

Het voorkomen van dergelijke ‘Britse toestanden’ is al jarenlang de belangrijkste Europese uitdaging. De pandemie maakt duidelijk dat er een radicale herwaardering en emancipatie van plaatsgebonden, regionaal en lokaal, beleid nodig is om die uitdaging aan te kunnen.