Media

Lokale leiders

Attentie, attentie. Hier volgt een column over de gemeenteraadsverkiezingen.

Bent u er u nog?

Statistisch gezien ben ik meer dan de helft van u al kwijt: slechts 45 procent van de kiesgerechtigden zegt überhaupt te gaan stemmen. Geen wonder. De gemeenteraadsverkiezingen in Nederland zijn, met stip, de meest bizarre verkiezingen denkbaar. De partijen die meedoen, de lijsttrekkers die voorbijkomen, de onderwerpen waar men zich druk om maakt: je moet van goeden huize komen wil je er geen satire in zien.

Neem de partij LOF, een fusie tussen Dorpslijst Oeffelt, Politiek Beugen en Belangengroep Rijkevoort. Afgaande op hun verkiezingsposter (‘All you need is LOF’) staan ze niets minder dan de totale herdefiniëring van ons decimale stelsel voor, want ze beloven ‘600 procent inzet’, onder de bezielende leiding van lijsttrekker Willy Hendriks-Van Haren, een guitig lachende vrouw die op de foto staat met haar hoofd in een hoek van, ik schat, minstens zestig graden. Op hun site vond ik zegge en schrijve nul standpunten – alleen een lijstje met data waarop de fractie van plan is te vergaderen. Voor de geïnteresseerden: 27 mei, 20.00 uur, Dorpshuis De Poel.

Het is prototypisch voor de meeste lokale partijen: je wilt er dolgraag trots op zijn dat mensen zich inzetten voor hun buurt, dorp of stad, maar je kunt ze onmogelijk serieus nemen. ‘John Janssen geeft Welten meer kansen!’ Dat werk.

Dit sentiment gaat zeker niet weg als je de lokale stemwijzers doorklikt. Stelling 2 uit de stemwijzer Hoogezand-Sappemeer: ‘De gemeente moet de bermen minder vaak maaien.’ I kid you not. Stelling 12 in Loon op Zand: ‘Kortingen van de DOE-pas moeten worden verhoogd (die is nu meestal 50 procent).’ Stelling 7 in Zaandam: ‘Fietsers moeten voorrang krijgen bij stoplichten.’

Zonder ideologie geen conflict, en dus geen kijkcijfers

Daar zit je dan, met op de achtergrond het geluid van een ontluikende revolutie in Oekraïne, diep verzonken in de vraag of fietsers voorrang moeten krijgen bij stoplichten. Voorrang op wie? Op het stoplicht? Op de grasmaaier van links die op weg is naar een berm in Hoogezand? Je googelt je suf, hopend op een politieke ideologie die je op weg helpt uit dit dilemma. Tevergeefs. Je vult twintig keer ‘geen idee’ in en blijkt overal precies hetzelfde over te denken als Willy Hendriks-Van Haren, die zich 600 procent gaat inzetten voor een leefbaarder Oeffelt.

Het is in een notendop waarom de gemeenteraadsverkiezingen totaal niet leven: de knulligheid van de politici, de trivialiteit van de onderwerpen, het amateurisme van de partijen, maar vooral het totaal ontbreken van een politiek-ideologische context. Gemeenteraadsverkiezingen gaan in hoofdzaak over dingen waar je eigenlijk helemaal niet over van inzicht kunt verschillen: de korting op je cultuurpas, de maaifrequentie van de berm, de voorrangssituatie op een kruispunt. Allemaal managementkwesties, geen politieke vraagstukken.

Dat is ook geen wonder, want de gemeenteraad is ook een managementlaag geworden in plaats van een politiek orgaan. Over slechts tien procent van het eigen budget heeft de raad enige zeggenschap, de overige negentig procent ligt al vast in beleid dat door het rijk wordt voorgeschreven. Bovendien zijn raadsleden allemaal goedbedoelende vrijwilligers die – excusez le mot – van toeten noch blazen weten aangaande echt complexe problemen als zorg, onderwijs of grondbeleid.

Het ontbreken van een ideologische context heeft weer tot gevolg dat de media totaal geen interesse kunnen opbrengen voor de verkiezingen, want: zonder ideologie geen tegenstellingen, zonder tegenstellingen geen conflict en zonder conflict geen kijkcijfers. Dus wat krijg je dan? Landelijke partijbonzen die in Pauw Witteman met elkaar in debat gaan over het kabinetsbeleid. Als kiezer blijf je achter met twee keuzes: of je stemt op een nieuwe rotonde, of je brengt je stem uit in een verkiezing die pas over twee jaar wordt gehouden.

En dat is eigenlijk bizar. Want in een wereld die in razend tempo verstedelijkt, neemt het lokale bestuur juist enorm aan belang toe. Niet voor niets wil Amsterdam, samen met onder andere het Massachuchetts Institute of Technology en andere topuniversiteiten uit de hele wereld, een nieuw kennisinstituut oprichten dat zich uitsluitend gaat bezighouden met grootstedelijke problemen als energie, voedsel en mobiliteit. En niet voor niets reist de beroemde Amerikaanse politicoloog Benjamin Barber tegenwoordig de halve wereld over om het evangelie van lokaal in plaats van nationaal bestuur te verkondigen. ‘Alleen burgemeesters’, zegt hij, ‘kunnen de grote problemen van deze tijd oplossen.’ Oftewel: we hebben lokale leiders nodig met grote ideeën, geen landelijke met piepkleine.

Zodra John Janssen mij kan vertellen hoe mijn stad er over vijftig jaar moet uitzien, stem ik op hem.