19 november 1919 - 1 augustus 2010

Lolita Lebrón

De Puertoricaanse Doña Lolita legde zich niet neer bij haar arme migrantenbestaan in Amerika. Ze groeide uit van schoonheidskoningin tot de Caribische Jeanne d'Arc.

‘WHEN TERROR WORE LIPSTICK’, zo vatte de kop van The Washington Post de gebeurtenissen op 1 maart 1954 samen. Het was een regenachtige dag in Washington en er hadden zich meer dan 240 afgevaardigden in het Capitool verzameld. Enigszins verlaat was een vrouw vergezeld door drie donkerharige mannen de zaal binnengetreden. Haar voorbereiding was niet optimaal geweest en ze waren verdwaald geraakt in deze voor hen onbekende stad. Het was een opvallend knappe vrouw, stijlvol gekleed in een rok die haar lange benen op hoge hakken goed liet uitkomen. Haar lippen, voor de gelegenheid gekleurd, staken fel af tegen haar blanke huid en donkere haren. De vier namen plaats op het balkon. In de zaal werd zorgelijk gesproken over de Mexicaanse landarbeiders in de Verenigde Staten. Plotseling stond de vrouw op en riep luid: 'Viva Puerto Rico Libre!’ In haar handen hield ze een glimmend pistool waarmee ze een kogel in de lucht schoot. Het was het startsein voor de mannen om het vuur te openen. Er ontstond paniek. Mensen doken op de grond of probeerden naar buiten te rennen. In totaal werden er 29 kogels afgevuurd, vijf afgevaardigden raakten gewond, maar niemand werd gedood. Na enkele minuten gooide de vrouw haar pistool aan de kant en rolde een grote vlag van Puerto Rico uit.
Lolita Lebrón, geboren onder de blauwe hemel van het Caribische eiland Puerto Rico, als dochter van een arbeider op een koffieplantage, was een introvert meisje dat het liefst door de velden rond haar huis dwaalde. In haar tienerjaren werd ze gekozen tot schoonheidskoningin van de stad. Lolita verliet voortijdig school en ging werken, kreeg twee kinderen, maar scheidde spoedig van haar man. Op zoek naar betere kansen besloot ze op haar 23ste alles achter zich te laten en vertrok naar New York, waar ze een van de vele Puertoricaanse migranten was. Door haar gebrekkige Engels en lage opleiding vond ze slechts slecht verdienend naai- en verstelwerk. Lolita bleek een minder onbetekenend leven te gaan leiden dan haar jeugd doet vermoeden. Vechtend voor vrijheid groeide ze uit tot Doña Lolita, de vrouw die geen achternaam meer nodig had in Puerto Rico. Ze werd de moeder van de onafhankelijkheidsbeweging, een vrouwelijke Che Guevara met een duidelijke stem.
Wat bewoog haar? In haar handtas vond men een brief waarin stond dat zij niet gekomen was om iemand te doden, maar dat ze kwam om te sterven voor haar land. Sinds de komst van Columbus in 1493 was Puerto Rico al een kolonie geweest. Toen Puerto Rico, samen met Cuba en de Filippijnen, in de Spaans-Amerikaanse oorlog in 1898 was overgedragen aan Amerika ging het bergafwaarts met het land. De Grote Depressie en diverse natuurrampen brachten grote armoede en mensen verlieten massaal het land. Om de ontevredenheid te bedaren werd in 1952, hetzelfde jaar dat Castro in Cuba zijn eerste opstand organiseerde, besloten om Puerto Rico tot vrijstaat, Estado Libre Asociado, van Amerika te maken. Het land kreeg zelfbestuur, maar bleef nog wel onder de macht van de VS. Dat riep bij sommige Puertoricanen grote verontwaardiging op. Zij zagen hierin een 'koloniale farce’ waarbij men alsnog afhankelijk bleef van Amerika. Pedro Albizu Campos, de belangrijkste leider in de onafhankelijkheidsstrijd, besloot dat er 'grote gebeurtenissen’ nodig waren. Er volgden aanslagen. Lolita, die Campos’ werk in New York had leren kennen, werd actief lid. Beïnvloed door socialistische en feministische ideeën en de discriminatie die zij op haar werk ervoer, raakte ze ervan overtuigd dat Puerto Rico zelfstandig moest worden. Campos, die gevangen was genomen, communiceerde met haar vanuit zijn cel. Hij maakte haar verantwoordelijk voor de aanslag op 1 maart.
Lolita werd als terrorist veroordeeld en kreeg samen met haar collega’s levenslang. Ze bleef er kalm onder. Alleen toen haar advocaat aanvoerde dat de vier mentaal ontoerekeningsvatbaar waren, liet ze luid van zich horen.
In 1979, na 25 jaar cel, sprak president Carter de vier vroegtijdig vrij. Deze 'genereuze daad’ had weinig met sympathie te maken, maar moest Cuba dwingen vier Amerikanen vrij te laten. In haar vaderland werd Lolita als een nationale volksheld ontvangen. Vanaf nu was ze Doña Lolita, 59 jaar oud, die na haar vrijlating alleen nog zwarte kleren zou dragen. Ze hertrouwde, hing een Puertoricaanse vlag in haar huiskamer en vervolgde haar onafhankelijkheidsstrijd. Op 81-jarige leeftijd werd ze opnieuw gearresteerd toen ze demonstreerde bij een Amerikaanse basis, waarvoor ze zestig dagen celstraf kreeg. Desondanks bleef ze tot het einde van haar leven trouw aan haar idealen.
Puerto Rico is nog altijd een kolonie waarover Amerika de soevereine macht bezit. Voordeel is dat Puertoricanen zonder visum in de VS mogen wonen. Hier staat tegenover dat zij geen stemrecht hebben. Amerika beslist nog altijd over zaken als burgerschap, financiën en toepassing van federale wetten. Het heeft daarmee meer macht over het land dan wanneer het een Amerikaanse staat zou zijn. Hoewel de meningen over haar politieke status verdeeld zijn, is de meerderheid in Puerto Rico huiverig de situatie te veranderen; men vreest de economische consequenties van volledige onafhankelijkheid, tegelijkertijd weerhoudt nationale trots het opgaan van Puerto Rico in de VS. Voor Lolita was het werk nooit klaar. Vlak voor haar dood - op 25 juli, 112 jaar na de Amerikaanse invasie in Puerto Rico - zond ze vanaf haar ziekenhuisbed haar laatste boodschap uit: 'Mensen, sta iedere morgen om zes uur op, om met de Puertoricaanse vlag in de hand te strijden voor een onafhankelijk Puerto Rico!’