Londen: De effecten op G8, Geldof en anti globalisten

LONDEN: Aandacht gevraagd

In groten getale meldden actievoerders zich vorige week in Schotland om de bijeengekomen wereldleiders aan hun zonden te herinneren. Hún protest haalde weinig uit.

GLENEAGLES – Vanuit de hele wereld waren ze naar de Schotse hooglanden gekomen. Duizenden jonge activisten, tentje en kookgerei bungelend aan hun overvolle rugzakken, overspoelden de straten van Edinburgh, Glasgow en Stirling. Uiteindelijk bereikten ze woensdagmiddag zelfs het stadje Auchterarder, even nabij het deftige Gleneagles Hotel waarin de leiders van de G8 zich hadden teruggetrokken. Op enkele honderden meters van het tijdelijke epicentrum van de wereld politiek werd een paar duizend fanatieke actievoerders gedoogd om geconditioneerd hun boodschap uit te dragen. Het was de bedoeling de top van de zeven rijkste industrielanden en Rusland «totaal te verstoren», zeiden de actievoerders vooraf. «Het streven is te verhinderen dat terroristen als Bush en Blair elkaar kunnen ontmoeten om hun mensvijandige politiek voort te zetten. De top mag niet doorgaan», voorspelde een woordvoerder van actiegroep Dissent op de Britse televisie.

Maar politieagenten houden de demonstranten woensdagmiddag op geraffineerde wijze in bedwang. Een handjevol activisten krijgt de gelegenheid door de buitenste linie van dranghekken te breken en een tijdje uit te razen in het paardenveldje nabij het G8-media dorp. Wereldaandacht verzekerd. Met verrekijkers en telelenzen proberen jour nalisten aan de veilige kant van het hek een glimp op te vangen van het bonte samenraapsel anti-kapitalisten, andersglobalististen en anarchisten. De afstand tussen het conferentieterrein en de actievoerders is groot. En verder dan het weilandje komen ze niet.

De leiders van de machtigste landen van de wereld, die via de lucht het conferentieoord bereikten, hebben er waarschijnlijk niets van gemerkt. De trainingsrondjes die de Amerikaanse president Bush datzelfde moment op zijn mountainbike maakt, leiden binnen de belegerde vesting tot meer beroering.

Als de politie het genoeg vindt, klapwieken twee Chinook-helikopters over de groene Schotse heuvels het dal in. Extra bataljons agenten rollen uit de laadruimte en maken in no time korte metten met de demonstratie. Een deel van de actievoerders wordt gearresteerd, een ander deel druipt tevreden af. «We hebben gebruik gemaakt van ons wettig recht om te demonstreren», zegt Bart Griffioen van de Internationale Socialisten achteraf. «Dat we daarbij zó dichtbij zijn gekomen is geweldig. Als je zoveel agenten nodig hebt om ons tegen te houden, dan laat dat zien dat de G8 weinig draagvlak heeft.»

Een dag later is het speelkwartier voorbij. Wat de duizenden actievoerders op steenworp afstand van Gleneagles geen moment voor elkaar hebben gekregen, lukt een handjevol niets ontziende activisten zevenhonderd kilometer zuidwaarts in Londen wel: de G8-leiders zijn gevloerd en de top wordt bijna afgeblazen. Het is «uitzonderlijk barbaars», verklaart de Britse premier Blair, dat terroristen toeslaan terwijl acht wereldleiders nu juist humane oplossingen proberen te vinden voor de grote maatschappelijke problemen in de wereld. De aangevallen G8 «wijkt niet voor terreur». Maar over Afrika of de opwarming van de aarde, de centrale thema’s, spreekt niemand meer.

Wat verder precies de effecten van de aanslagen zijn, weet niemand. Hoe state of the art het op de golfcourse opgetrokken me dia centrum ook mag zijn, het «informele overleg» van de G8-leiders wordt er niet transparanter van. Dat de druk om de top tot een goed eind te brengen groter is geworden lijkt evident. In mum van tijd wordt namens alle leiders van de G8 en de inmiddels aangeschoven «G5» (Brazilië, China, India, Mexico en Zuid-Afrika) een gezamenlijke verklaring in elkaar geknutseld. Al deze dertien landen hebben de gevolgen van terrorisme onder ogen gezien, menen de leiders. «In het belang van een betere wereld» gaan ze door met hun be raad slagingen. Zoveel overeenstemming is op de eerste dag van een G8-top zelden vertoond. In plaats van Tony Blairs stokpaardjes staat terrorisme opeens weer bovenaan de vergader agenda.

Wrang is dat wel. Na 11 september 2001 ging er geen wereldtop voorbij waarbij de internationale terroristische dreiging of de nasleep daarvan niet in het middelpunt stond. Na de aanslagen op de Twin Towers werd het regime in Afghanistan ten val gebracht en begon de «coalitie» een veldtocht in Irak. Maar tijdens zijn voorzitterschap in 2005 van zowel de G8 als (sinds 1 juli) van de Europese Unie wilde Tony Blair iets anders. Hij had verkiezingen voor de boeg en kon discussie over de falende ordehandhaving in Irak missen als kiespijn. Al aan het begin van zijn vorige regeerperiode had hij de Zuid-Afrikaanse president Thabo Mbeki bovendien beloofd zich sterk te maken voor het achtergebleven continent. «Nu heb ik even geen tijd, maar in mijn derde termijn draait alles om jullie», zou Blair volgens Mbeki hebben gezegd.

Blair riep daartoe een jaar geleden de Commissie voor Afrika in het leven. De meerwaarde van de commissie zat niet zozeer in de analyse of in de adviezen, maar in de kracht van het bonte gezelschap dat hij samen met zijn minister Gordon Brown van Financiën optrommelde. Min of meer succesvolle Afrikaanse politici en zakenlui, vertegenwoordigers uit bijna alle G8-landen en voor de publicitaire noot de rockactivist Bob Geldof, gingen in een aantal sessies rond de tafel om te ontdekken dat Afrika arm is vanwege geografische ongemakken, slecht bestuur, corruptie, handelsbeperkingen, landbouwsubsidies en geoormerkte ontwikkelingshulp. De com mis sie rapporteerde naar eigen zeggen «onverkwikkelijke waarheden» en suggereerde «oplossingen die werken». Terrorisme kwam voor de vorm ook nog even om de hoek kijken: als zwakke staten zich verder ontwikkelen tot falende staten, schrijft de commissie, dan kunnen terroristische cellen zich ongestoord voorbereiden op een nieuwe aanval op het gehate Westen. In de Hoorn van Afrika zijn hiervoor al serieuze aanwijzingen gevonden.

Echt nieuw was de kritiek van de commissie op de structurele aanpassingsprogramma’s van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank. Die hebben derdewereldlanden met torenhoge schulden en een zwakke publieke sector opgezadeld. Blair was zelf voorzitter van de commissie en noemde het rapport «regeringsbeleid». Voor het eerst schaarde een G8-leider zich hiermee achter steekhoudende bezwaren van de beweging van andersglobalisten tegen westers Noord-Zuidbeleid. Veel maatschappelijke clubs verklaarden zich op hun beurt solidair met de Britse inzet voor de G8. Kumi Naidoo, de tamelijk rechtlijnige voorzitter van de speciaal in het leven geroepen wereldwijde koepel organisatie Global Call to Action against Poverty, prees Blair en Brown op de eerste dag van de top in Gleneagles omstandig voor hun inspanningen om «nu werkelijk iets aan armoede te doen». Hij werd op een druk bezochte mediabriefing geflankeerd door Geldof, Bono, Richard Curtis, George Clooney en met enige vertraging ook de Senegalese zanger Youssou n’Dour (Bono: «Die waren we bij hole 9 kwijt geraakt»).

Of de activisten de politici in het voor portaal van «Gleneagles» genaderd waren of dat de politici juist de activisten tegemoet kwamen, was niet helemaal duidelijk. Maar vast stond dat ogenschijnlijk tegengestelde belangen en werelden samenkwamen. Voor het eerst had dankzij Blair het protest tegen de economische politiek van G8-landen ook de binnenkamers van het illustere vergader gezelschap van rijke landen bereikt. Zelf moest hij nog slechts zijn collega-leiders overtuigen. De massale demonstratie op zaterdag 2 juli in Edinburgh was daarmee, afgezien van de soms opspelende anti-oorlogsretoriek, eerder een steunbetuiging aan Blairs missie dan een protest tegen de praktijken van de G8 zelf. Door zijn keuze om armoede boven aan de agenda te plaatsen, revitaliseerde Blair en passant de beweging van andersglobalisten.

Met die beweging ging het de afgelopen jaren niet best. Vlak voor 11 september 2001 ging er geen wereldtop voorbij of demonstranten braken de tent af om hun bewaren tegen het westerse systeem over het voetlicht te krijgen. Met de aanslagen op New York en Washington veranderde alles. «Na 11 september bevinden strategieën die zijn gebaseerd op het aanvallen – zelfs vreedzaam – van machtige symbolen van het kapitalisme, zich in een sterk veranderd semiotisch landschap», schreef Naomi Klein een maand later in De Groene Amsterdammer. «Per slot van rekening waren de aanslagen daden van een zeer reële en gruwelijke wreedheid, maar het waren ook daden van symbolische oorlogvoering, en zo werden ze ook direct begrepen.» Met zulke vernietigende medestanders tegen de westerse hegemonie was 11 september ook een «barst in de geschiedenis» van de sociale beweging.

Sinds 2003 kropen de andersglobalisten weer voorzichtig uit hun holen. Ze sloten zich aan bij de anti-oorlogsprotesten en durfden de Amerikaanse president weer zonder omhaal van woorden een «terrorist» te noemen. «We hebben sindsdien gezegd dat we niet alleen moeten vechten tegen de economische kanten van globalisering, maar ook tegen de militaire», zegt woordvoerder Bart Griffioen van de Internationale Socialisten.

Terwijl de aanslagen van 11 september tot een herbezinning hebben geleid, zien de activisten, gesteund door de duizelingwekkend demagogische parlementariër George Galloway (ex-Labour), de aanslagen in Londen eerder als een bevestiging van hun analyse. Natuurlijk, de aanslagen worden «volledig veroordeeld» en hingen «als een zwarte wolk boven het vreedzame protest in Schotland», zegt Griffioen. Maar: «Wij vinden Bush, Blair en Balkenende medeverantwoordelijk voor dit soort gebeurtenissen. Zij voeren niet alleen een economische strijd, maar ook een militaire oorlog tegen de armen. Hierdoor wordt de wereld elke dag onveiliger.»

Vroeger dan verwacht, want Blair moest weer naar Londen, werd vrijdagmiddag de G8-top afgesloten. Blair, de andersglobalist, leek zelf nog het meest teleurgesteld in de resultaten: de definitieve redding van Afrika laat nog even op zich wachten. De born again politici Geldof en Bono waren enthousiaster. «Je moet niet kijken naar het aantal mensen dat we niet hebben kunnen redden, maar naar de honderdduizenden die dankzij deze top wel in leven blijven.»

De meeste actievoerders waren toen al afgedropen. Volgens schema («ook wij wijken niet voor terreur») treinden ze terug naar Londen. Een delegatie van de Internationale Socialisten stond afgelopen zaterdag alweer te colporteren op de Albert Cuyp in Amsterdam. In een uur werden 42 krantjes verkocht. Griffioen: «De grootste terroristen zitten in het Witte Huis en op Downing Street, zeiden we daar. En niemand die vond dat we onsmakelijk bezig waren. Dat betekent dat we een grote stilzwijgende meerderheid achter ons hebben. We laten ons niet opnieuw in de touwen slaan.»