Londen: Wat kan Blair doen?

LONDEN: Gezagsgetrouwe Londenaren

Na de metroaanslagen hield Tony Blair een speech met churchilliaanse allure. In zijn terrorismepolitiek lijkt hij vooralsnog het meest op Chamberlain.

LONDEN – «Verheugd zijn ze. Ze lachen jullie uit! Ze kunnen niet geloven hoe gewillig het Engelse rechtssysteem zichzelf opknoopt om plaats te maken voor de broeders die gewikkeld zijn in een gewelddadige jihad. Ze weten, dankzij de juridische beslissingen hier, dat het eenvoudig zal worden om een terroristisch drama te veroorzaken. Ik herhaal: ze lachen jullie uit.» Dat waren eind vorig jaar de woorden van een prominente FBI-functionaris nadat de Britse regering op advies van de Law Lords, het Britse equivalent van de Hoge Raad, negen van terrorisme verdachte moslims met een avondklok had heengestuurd. «De echte dreiging komt van een wet die toestaat dat mensen worden vastgehouden zonder proces», zo had Law Lord Hoffmann met veel retorische omhaal verklaard.

De «negen van Belmarsh» hadden allemaal contacten met Al-Qaeda. De één had om onbekende redenen voor 230.000 pond aan satelliettelefoons gekocht, de ander was bij zijn arrestatie omringd door valse documenten alsmede een scheikundige opstelling en nummer drie had reeds zijn handen verloren bij het maken van een bom. De grote vis was Abu Qatada, Europees ambassadeur van Bin Laden en asielgerechtigde van Hare Majesteit. Een van zijn «leerlingen» is Mohammed Guer bouzi, die ooit asiel kreeg in het Verenigd Koninkrijk en nu wordt gezocht door Marokko, Frankrijk en Spanje wegens een kwartet aan terreuraanslagen. Er was echter niet genoeg bewijs tegen de negen en op het vliegtuig zetten was in strijd met het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. Het hierop volgende kamerdebat met voorstellen om «ancient liberties» op te geven ten bate van de nationale veiligheid, bleek achteraf deel te hebben uit gemaakt van een regeringsstrategie om de Conservatieve oppositie af te schilderen als «soft on terrorism».

Abu Qatada is de laatste jaren uitgegroeid tot een soort celebrity-terrorist en krijgt alle ruimte om haat te zaaien. Dat gold ook voor sjeik Aboe Hamza: de Egyptische Bin Laden of Britain, die ooit als uitsmijter in een Londense nachtclub werkte en stevig aan de kruik geraakte. Na een sabbatical aan het Afghaans-Russische oorlogsfront – waar hij een arm en zijn zicht verloor – keerde hij als jihadist terug in Londen. Onder zijn leiding veranderde de moskee van Finsbury Park in een wapendepot en bed & breakfast voor terroristen. Na het sluiten van de moskee gaf hij zijn wekelijkse masterclasses over het opblazen van jumbo’s en martelen van de ongelovige medemens in een nabijgelegen straat, waarbij twaalf politiemannen het verkeer moesten omleiden. Ondertussen speelde de bigamist in Shepherd’s Bush voor de ideale buurman, al jaagde hij weleens zingende kinderen van het tuinpad en sloot hij zich niet aan bij de Neighbourhood Watch. Waarschijnlijk had hij het te druk met de logistiek voor de aanslagen op toeristen in Jemen, een daad waarvoor zijn zoon vast zit, en het claimen van uitkeringen (380 ponden per week) alsmede rechtsbijstand (200.000 pond). Dat laatste had hij nodig om zijn paspoort terug te procederen. Het is dat de Amerikanen zijn uitlevering willen, anders had hij nu nog vrij rondgelopen.

Nu Hamza in de Belmarsh zit, heeft sjeik Omar Bakri Mohammed, een Syrische geestelijke, zijn taak als gesubsidieerd spreekstalmeester van Osama overgenomen. Hij preekt op zijn eigen radiostation, onder meer bekostigd van de gemiddeld tienduizend ponden die hij jaarlijks aan steun trekt. Zijn publiek hoorde onder meer hoe hij de onthoofding van Ken Bigley toejuichte. Hij krijgt steun van sjeik Dr. Abdalqadir as-Sufi die tijdens de recente verkiezingscampagne in de Muslim Weekly het voorstel lanceerde om de parlementaire democratie te vervangen door een theocratie onder bezielende leiding van Allah, en en passant de Conservatieve Partij aanviel omdat deze geleid werd door «een illegale joodse emigrant uit Roemenië». Op dezelfde geopolitieke golflengte zit de Saoedische extremist en collega-asielzoe ker Dr. Mohammed al Massari, die op de BBC-radio verkondigde dat de dood van onschuldige burgers door terrorisme een «noodzaak» was en Tony Blair een gelegitimeerd doel van een zelfmoordcommando.

De lijst houdt hier niet op. De Syrische Al-Qaeda-veteraan Mustafa Setmariam Nasar, woont sinds halverwege de jaren negentig in Londen en wordt gezien als het brein achter «Madrid». Zijn makker Hassan Akcha, wiens broers tot het bommenteam van Madrid behoorden, leefde lange tijd in Stepney. En dan is er nog sjeik Omar Ahmed, de man achter de onthoofding van de Amerikaanse journalist Daniel Pearl in Karachi. Deze terrorist werd voor de verandering niet opgeleid aan de Sorbonne, maar aan de London School of Eco nomics, een tijd waarin hij in de woorden van de Canadese journalist Mark Steyn «a wes ternised non-observant chess-playing pop-listening beer-drinking English student» was.

Pleitbezorgers van terreur die onverhoopt niet in Londen wonen, worden er met alle egards onthaald, zoals Yoessoef Al-Qaradawi. Dat deze Egyptenaar zelfmoordaanslagen op joden, homoseksuelen en Amerikanen verheerlijkt, mocht niet verhinderden dat hij vorig jaar in het gemeentehuis van de hoofdstad hartelijk werd geknuffeld door burgemeester Ken Livingstone. Ondertussen geniet de hernieuwde «fatwa» tegen Salman Rushdie nog steeds steun en mag Louis Farrakhan, de Hitler-adept en leider van Nation of Islam, na negentien jaar te zijn verbannen het land weer in.

Het Verenigd Koninkrijk in het algemeen en «Londonistan» in het bijzonder vormen gastvrije toevluchtsoorden voor soldaten van Allah. Er bestaan volop mogelijkheden om in «splendid isolation» te leven en simpele baantjes te vinden, zoals bagage mede werker op het vliegveld van Gatwick. Het is gebruikelijk om nooit iemand thuis uit te nodigen op de thee, om geen naambordje naast de buitendeur te spijkeren, en frauderen is relatief gemakkelijk. Bijkomend voordeel is het grote aantal Britten van buitenlandse komaf, die on gewild als dekmantel fun geren. Vissen hebben water nodig om in te zwemmen, wist Mao al. Daarom worden hier de gelden beheerd, de documenten vervalst, de nieuws brieven gemaakt van organisaties als Hezbollah, Lichtend Pad en de Brigade van de Opperste Waarheid, be kend van de biologische aanvallen in de metro van Tokio.

De repressieve tolerantie sijpelt door tot in de computerruimtes van de bibliotheken. Een bibliothecaresse vertelde The Daily Mail onlangs dat ze de opdracht had gekregen om bezoekers die onder de schuilnaam «afghanhero» websites over Bin Ladens trainingskampen grondig bestuderen niet lastig te vallen. Porno mag niet. Terrorisme wel. Niet iedereen is even gelukkig met deze pussy-footy-houding. De Egyptische president Moebarak heeft het Verenigd Koninkrijk al eens veroordeeld wegens het «beschermen van moordenaars». Er zaten immers de extremisten die Egypte tot islamitische staat wilden bombarderen, zoals Al-Gama’at al-Islamiya, de groep achter de aanslag in Luxor waarbij acht jaar geleden ook Britse onderdanen om kwamen. De Franse terroristenvreter Alain Marsaud verklaarde afgelopen winter dat met de Britten amper valt samen te werken. «Er is een goede verstandhouding met Spanjaarden, Duitsers, Italianen en Amerikanen. Maar met de Britten blijft het heel, heel moeizaam.» Marsaud baalt ervan dat de Algerijn Rachid Ramda, mogelijk medeplichtig aan de aanslag op de Parijse metro, na tien jaar zeuren nog niet is uitgeleverd. In Pakis tan spreken jihadisten over Londen als het bruggenhoofd naar Europa en ironische commentatoren vragen zich af wanneer Bush het Verenigd Koninkrijk als schurkenstaat gaat beschouwen.

Zijn de Britten, ontgroend door de IRA, zo naïef? Waarschijnlijk niet. Het is een publiek geheim dat er al jaren een soort herenakkoord bestaat tussen de Britse autoriteiten en terroristen dat kort gezegd neerkomt op: «Jullie mogen doen wat jullie willen, als wij maar met rust worden gelaten.» In Al-Qaeda: Het terreurnetwerk van Osama bin Laden spreekt BBC-journaliste Jane Corbin over een «Realpolitik» op zowel Binnen- als Buitenlandse Zaken die inhield dat «de dingen terughoudend werden benaderd en dat eventuele verdachten niet werden opgejaagd met eenzelfde onbuigzaamheid of flexibele interpretatie van de wet als in Frankrijk gebeurde».

Aan dit «convenant of security» is een paar jaar geleden een einde gekomen, toen sjeik Omar Barki zijn nieuwe vaderland tot «Dar ul-Hab» promoveerde: «Land in oorlog». Dit betekende een einde van de orwelliaanse «deep, deep sleep». Wekelijks werden er verdachte zielen opgepakt, meer dan zevenhonderd, waarvan slechts zeventien voor rechter en jury belandden.

Boven een winkel in het Londense Wood Green trof Scotland Yard een chemische fabriek aan waar ricine werd geproduceerd. Fabriekseigenaar was de illegale Algerijnse immigrant Kamel Bourgass, die wel eens overnachtte in de Finsbury-moskee, en in Manchester een politieman had doodgestoken. Een andere leerling van Hamza was Saajid Badat, een keurige jongeman uit Gloucester die concrete plannen had een vliegtuig op te blazen. Andere bezoekers van Hamza’s studiegroepen waren Richard Reid, de man van de schoenbom, en de twintigste kaper van 9/11, Zacha rias Moussaoui. Uit piëteit gebruikt de Britse politie geen honden bij «moslimoperaties». Soms werden vermeende terroristen op borgsom vrijgelaten waarna ze met de noorderzon vertrokken.

De reden voor de beëindiging van het herenakkoord ligt uiterst gevoelig: Irak. Na de aanslagen vorige week, enkele dagen nadat in het Royal Court het stuk Talking to Terrorists in première was gegaan, was «Don’t mention Iraq» het devies, dat aanvankelijk alleen door de parlementaire oproerkraaier George Galloway werd doorbroken. Maar een paar maanden geleden liet Ken Jones, politiecommissaris van Sussex en voorzitter van een overkoepelend orgaan van politiekorpsen, reeds weten dat Irak «een voedingsbodem is voor jonge moslimterroristen», een visie die ook terug te vinden is in het net uitgelekte overheidsrapport Young Muslims and Extremism. In The Times waagde nu ook politiek commentator Matthew Parris het zaterdag een verband te leggen. «We are living in a fools’ paradise if we think that in the tangle of mostly horrified British muslim reaction after this week’s bombings there will not have been one or two who heard the sirenes and saw the helicopters and thought ‹Wow! Take that, Tony› – and many more who did know what they meant.»

Wat nu? Terwijl het wachten is op de Gandhi van de islam – het standbeeld van de vredesapostel staat op het plein waar de bus ontplofte – zou de regering-Blair kunnen beginnen met harder optreden tegen moslimextremisten. «Peace in our time» heeft niet gewerkt. Een geval van wrede ironie is dat er een paar weken geleden in het Britse Lagerhuis een wetsvoorstel is aangenomen dat het aanzetten tot haat verbiedt, een wet die vooral gericht is op het beschermen van de 1,6 miljoen vreedzaam levende en «law-abiding» moslims. Op de vraag van enkele volksvertegenwoordigers of dat verbod ook geldt voor de citaten uit de koran waarin wordt opgeroepen de hoofden van ongelovigen op ambachtelijke wijze te scheiden van hun reeds mishandelde rompen, gaf minister Charles Clarke van Binnenlandse Zaken toen een nonchalant antwoord.