Londongrad, strijdtoneel van oligarchen

Londen - Terwijl de Londense burgemeester Boris Johnson in Manchester het slaapverwekkende congres van de Conservatieve Partij een beetje opleukte, trok in zijn stad een andere Boris de aandacht naar zich toe.

Bij het gerechtshof begon afgelopen week het proces van Boris Berezovski, peetvader van de Londense oligarchen, tegen zijn voormalige protegé Roman Abramovitsj. Het is een nieuw hoofdstuk in de wondere wereld van Londongrad.

De eerste slag in deze juridische vete werd vier jaar geleden geleverd. Berezovski was schoenen en kleren aan het kopen bij Dolce & Gabbana toen een van zijn lijfwachten zag dat Abramovitsj twee deuren verderop bij Hermès aan het winkelen was. De oplettende klerenkast seinde zijn baas in, die vervolgens naar zijn Mercedes Maybach spurtte waar hij een dagvaarding voor zijn landgenoot had klaarliggen.

En zo zitten ze nu, bijgestaan door de duurste advocaten van Engeland, tegenover elkaar in de rechtszaal. Berezovski eist drieënhalf miljard pond van zijn voormalige zakenpartner. Volgens Berezovski heeft Abramovitsj zijn politieke vrienden in het Kremlin gebruikt om hem via chantage te dwingen zijn aandelen in olieconcern Sibneft te verkopen. Door dit verraad heeft Abramovitsj nu 10,3 miljard pond in zijn spaarvarken, vergeleken waarbij Berezovski met 470 miljoen pond zo nooddruftig is als een personage uit een vroege Dostojevski.

Hierdoor kunnen de Engelse krantenlezers nu dagelijks genieten van een oligarchensoap, waarbij de 65-jarige Berezovski hoog opgeeft van zijn eigen intellectuele capaciteiten en zijn 21 jaar jongere landgenoot portretteert als een sluwe, onbetrouwbare zakenman. Abramovitsj baalt zichtbaar van het proces. Anders dan de Dr. No-achtige verschijning Berezovski houdt hij er niet van om in het middelpunt van de belangstelling te staan en maatpakken te dragen. Bovendien wil hij zijn banden met zijn beschermheer Vladimir Poetin liever geheim houden.

Het proces toont eens te meer aan hoezeer Londen de speeltuin van de Russische superrijken is. Ze zijn dol op de Engelse cultuur (met name de high society), de kostscholen zijn uitmuntend en aan financiële experts geen gebrek. Bovendien komen de meeste oligarchen, met het oog op hun soms dubieuze verleden, Amerika niet in.

Een van de weinige oligarchen die aan liefdadigheid doet en een intellectuele interesse verraadt, is voormalig KGB-agent Alexander Lebedev, eigenaar van drie Engelse kranten, waaronder de verliesgevende The Independent. Waar Berezovski woedend is op Abramovitsj, daar toont Lebedev vooral medelijden. ‘Roman heeft iets shakespeareaans over zich. Hij zwemt in het geld, maar wat doet hij ermee? Hij koopt huizen. Hij heeft overal huizen, maar het is een ongelukkig man.’