Loonslaven

Dertig jaar was hij kantoorklerk. Toen had hij genoeg van de vastgeroeste ambtenaren en de bureaucratische rompslomp. Als interimmanager saneert hij nu gemeentelijke afdelingen. En dat doet Henri Bruggeman op koelbloedige wijze.

HIJ IS ROEKELOOS als een rondzwiepende sloopkogel. ’ ’s Ochtends loop ik over de gang van zo'n afdeling en gooi ik de deuren wijd open. “Goedemorgen, goedemorgen”, roep ik door de kamers. Niet om beleefd te zijn, gewoon om te kijken of ze allemaal wel op hun plaats zitten. Om te zien wie er kletst en wie afwezig is.’ De afdelingen waar hij neerstrijkt zijn hopeloos. Hij vergelijkt het met patiënten die lijden aan een vreselijke ziekte. Vooral in kleinere gemeenten blijken de overheidsdienaren niet zelden volledig te zijn vastgeroest. ‘Ze zitten hun tijd uit, hebben een mooie woning waar ze tussen de middag warm eten. Ze zitten vaak al twintig jaar op dezelfde plek en vinden dat maar heel gewoon. Dan zeg ik: trek toch de wijde wereld in. “Waarom zouden we”, zeggen ze dan. “We zitten hoog genoeg ingeschaald.” ’
Zelf wist Henri Bruggeman (51) enige jaren geleden wél uit de ambtelijke ketenen te breken. Dertig jaar lang was hij kantoorklerk. 'Eind jaren zestig begon ik als welzijnsambtenaar in een gemeente in Zuid-Holland. Daarna jeugdzaken, sportzaken en culturele zaken. Ik was jarenlang afdelingshoofd, een tijdje loco-secretaris en ten slotte waarnemend secretaris.’ Hij was een ambtenaar met idealen. 'Ik koos indertijd bewust voor het vak van ambtenaar. Ik wilde meehelpen de samenleving vorm te geven. Meebouwen aan een eerlijke en goed functionerende democratie. Dat is altijd mijn drijfveer geweest.’ Maar met de jaren kwam ook de twijfel. Hij keek om zich heen - op zijn eigen afdeling en op congressen en symposia - en zag dat anderen zijn wensdromen niet of nauwelijks deelden. Veel collega’s ontpopten zich als ordinaire loonslaven. 'De kritiek vanuit de samenleving en het bedrijfsleven op de ambtenarij was terecht.’
Wat doet een ambtenaar als hij valt? Haalt-ie z'n handen uit z'n zakken! Iedereen kende een ambtenarenmop. 'Ambtenaren werden neergezet als sulletjes met wetboeken, procedures en regeltjes achter een bureau. Dat hadden we voor een groot deel aan onszelf te danken. Heel veel moest echt efficiënter.’
Hoewel er inmiddels een hoop veranderd was, zette Bruggeman in '96 enigszins gedesillusioneerd een punt achter zijn ambtelijke carrière. Een moedige stap: liefst dertig jaar ABP gaf hij eraan. Hij vestigde zich als zelfstandig 'interimmanager’. Zijn specialisme: het saneren van gemeentelijke afdelingen. Het was meer dan een midlife-crisis. De alom geconstateerde bureaucratie en datgene wat zijn idealen in de weg had gestaan, kon hij nu op professionele wijze gaan bestrijden.
ER IS FLINK de pleuris uitgebroken in gemeenten waar Bruggeman wordt ingehuurd. 'Ik word geacht orde op zaken te stellen. Meestal is het zo dat een van de leidinggevenden is weggestuurd. Tijdelijk vervul ik dan zijn functie. Ik word betaald om te doen wat die leidinggevende niet aangedurfd heeft. Van mij wordt verwacht dat ik de ontwrichte ambtelijke afdeling weer in het gelid laat marcheren. Ik moet ambtenaren onder meer laten inzien dat het niet normaal is dat stukken te laat in de gemeenteraad belanden. De wethouder moet voor meer dan honderd procent van ze op aan kunnen.’
Het ging Bruggeman & Den Brok - zoals het bedrijf dat hij samen met zijn vrouw runt officieel heet - na oprichting direct voor de wind. 'Hoewel er tientallen bedrijven en bedrijfjes actief zijn op de interim-managementmarkt, ligt er werk voor het oprapen. Dat doet vrezen dat het rommelt op de ambtelijke afdelingen van de kleine zeshonderd gemeenten die ons land telt.’ Vijf gemeenten - hij mag volgens het contract niet zeggen welke - heeft hij inmiddels onder handen genomen. 'Op een vroege ochtend ga ik eropaf. Ik wil op zo'n eerste dag niemand mee hebben. Ik loop de kamers en de gangen door en maak met iedereen kennis. Een aantal voelt de bui dan al hangen. Je ziet ze denken: o jee, oppassen, die gaat mij in de gaten houden. Er zijn er natuurlijk ook die dolgelukkig zijn dat er eindelijk eens wat gebeurt.’
Door zijn eigen ambtelijke ervaringen kan hij na zo'n eerste ronde al een diagnose stellen. 'Veel is mij dan al duidelijk. Ik heb gezien hoe hun kamers eruitzien en of hun bureaus wel opgeruimd zijn. Dat is regelmatig niet het geval; tref je enorme chaos aan. Hoge stapels onduidelijke documenten.’
De volgende dagen wordt de diagnose telkens een fractie bijgesteld. 'Ik let op hoe iemand de telefoon oppakt. Belangrijk is ook hoe ze eruitzien. Eerste indrukken blijken vaak juist. Een chaotisch ogend iemand blijkt vaak een probleemgeval te zijn.’ Je hebt er hele gladden tussen zitten. 'Sommigen proberen zich anders te gedragen dan ze zijn. Maar ik doe het altijd zo dat ze niet weten dat ik kom. Als ik er kom moet zo'n afdeling gewoon doorwerken.’ Klikspanen heb je ook. 'Dan zeg ik: wat je over je collega zegt doet er niet toe. Ik wil het over jou hebben.’
Als de diagnose definitief is vastgesteld, gaat de oude structuur volledig tegen de vlakte. 'Een van de meest effectieve methoden is de schoonmaakdag. Deuren dicht, telefoontjes naar de centrale en opruimen maar. Bureaus worden leeggehaald, kasten schoongeveegd.’ Wat er te voorschijn komt heeft niemand voor mogelijk gehouden. 'Onbetaalde rekeningen, onbeantwoorde brieven, je kunt het zo gek niet bedenken.’
BUREAUCRATISCHE rompslomp heeft decennialang iedere vorm van slagvaardigheid in de kiem gesmoord. De afgelopen tien jaar raakten steeds meer gemeenten ervan doordrongen dat het op de traditionele manier niet langer kan. Bruggeman: 'De meeste gemeenten hebben nu wel de omslag gemaakt naar een meer bedrijfsmatige aanpak. Juist tijdens dat proces, waarbij de ene reorganisatie over de andere rolt, worden de problemen zichtbaar. Er ontstaan spanningen en crises breken uit.’
Veel gemeenten hebben zich bij de overgang van log-bureaucratisch naar slank-efficiënt laten inspireren door methoden uit het bedrijfsleven. 'Het is goed dat de oude manier van werken taboe verklaard is. Maar het schiet wel eens te ver door. Er zijn gemeenten die zichzelf op een lijn willen stellen met het bedrijfsleven. Dat is natuurlijk grote onzin. Ik erger me mateloos als ik in een beleidsstuk op commerciële termen stuit.’
Maar al te vaak stuit Bruggeman tijdens een klus op weerbarstige ambtenaren van de oude, bijna gepensioneerde generatie. 'Mannen van een jaar of veertig, vijftig die weigeren de omslag te maken. Het type dat vanachter het bureau adviezen schrijft aan het College. Die het op routine en op basis van de kennis die ze dertig jaar geleden op de Bestuursschool hebben opgedaan, zeggen te doen.’
Terwijl ze donders goed weten dat het zo allang niet meer kan. 'Ze moeten de praktijk zien. Praten met actiegroepen en buurtbewoners. Zien wat er leeft onder de bevolking. De maatschappij is veranderd.’ Die hardcore-apparatsjiks pakt Bruggeman ongenadig aan. 'Ik neem ze apart en zeg dat ik de indruk krijg dat er niet zoveel uit 0 hun handen komt. Ik spreek de vrees uit dat ik niet zeker weet of er nog wel toekomst voor ze is. Wat ze de hele dag eigenlijk doen, vraag ik dan. Krijg je een verhaal van ik doe dit en ik doe dat. Blijkt meestal niks van te kloppen.’ Voor straf laat hij ze dan een dagschema aanleggen. 'Ze moeten precies aangeven wat ze op welk uur gedaan hebben.’ Weigeren kan niet. 'Ik ben de leidinggevende en dat weten ze.’ De volgende dag hebben ze zich ziek gemeld. 'Dan bel ik ze op en stuur ik de bedrijfsarts eropaf. Als ik de indruk heb dat ze niet echt ziek zijn, ga ik ze opzoeken.’ Uiteindelijk komen ze wel uit hun schulp. 'Vertellen ze verhalen dat ze alles al hebben meegemaakt: reorganisaties, plaatswisselingen, niet uitgekomen toekomstdromen. Ze hebben er eigenlijk helemaal geen zin meer in. Daar kan ik ontzettend van balen. Ze moeten niet zeuren. Ze hebben een vaste aanstelling en een prachtig salaris.’
Bruggeman wil gemeenten niet opzadelen met massaontslagen, maar hij vindt dat er best iets mag veranderen aan de rechtspositie van ambtenaren. 'De mogelijkheden om iets te doen zijn vaak beperkt. Al snel kom je ook in botsing met vakbonden. Je moet het doen met de mensen die er zijn, niet iedereen moet overspannen thuis belanden.’
WAT ZE ACHTER zijn rug om kletsen, interesseert Bruggeman geen mallemoer. 'Ik kan het wel raden. Sommigen zien mij natuurlijk als een verrader. Ik heb bereikt wat hun niet gelukt is. Dan zeg ik dat ik er heel wat voor heb moeten doen.’ Zijn honorarium wekt ook nog wel eens wrevel. 'Ze zien in wat voor auto je aan komt rijden en wat voor pak je draagt.’ Een interimmanager van het kaliber Bruggeman kost een gemeente 1500 tot 3500 gulden per dag. Gemiddeld zit hij zeven maanden op een afdeling. 'Nooit langer dan een jaar, want anders is het effect verdwenen. De oude organisatie heb ik dan volledig afgebroken en een nieuwe heb ik neergezet.’
De gemeente die Bruggeman vraagt, weet vaak allang wat het probleem is. 'Ze durven niet in te grijpen. Het is ook moeilijk om zoiets tegen mensen te moeten zeggen. Vaak vinden ze het zielig, want hij of zij werkt er al zo lang. De zoontjes zitten bij elkaar op de voetbalclub. Daarom huren ze mij, ik kan slachtoffers maken.’ Bruggeman heeft al een paar keer meegemaakt dat degene die besloot hem binnen te halen uiteindelijk zelf het veld moest ruimen. 'Als ik hem binnenhaal maakt hij alles onder me schoon, dacht een sectorhoofd in een gemeente in het midden des lands. Ik kwam er al vlug achter dat zij als grote baas onvoldoende had ingegrepen. Daar moet ik haar dan mee confronteren. Ze was verbolgen en zei: ik heb je binnengehaald om een probleem op te lossen, nu creëer je voor mij een probleem. Gelukkig kon ik in dat geval terugvallen op de wethouder.’ Niet altijd is Bruggeman tevreden over zijn resultaat. 'Soms, zoals in die gemeente in het midden des lands, moet je concluderen dat niet alles is opgelost. En hoop je maar dat wat je opgebouwd hebt in stand blijft.’
Momenteel rondt hij een zware klus af in een gemeente op de Veluwe. 'Ik zit er sinds februari. De oude organisatie is afgebroken; veel overbodige afdelingen en bureaus zijn opgedoekt.’ Een volledig nieuw bouwwerk heeft hij er neergezet. 'Onlangs zijn nieuwe leidinggevenden en een nieuwe gemeentesecretaris benoemd en in dienst getreden. Zij zijn niet belast met het verleden en kunnen de nieuwe organisatie verder vormgeven.’ Zijn werk zit erop: 'Ik heb het vuile werk gedaan en nogal wat vijanden gemaakt. Mijn effect is bijna uitgewerkt.’