Het Filmfestival van Venetië

Lopen door het hoge gras

De problematische actualiteit ontbreekt allerminst op het Filmfestival van Venetië, maar in de meeste films staat toch de liefde centraal. Zoals in Cherchez Hortense, La citta ideale en Betrayal.

De ArchitectuurBiënnale in Venetië had dit jaar als thema Common Grounds, een reactie op de sterarchitectuur die van veel steden een fotomoment heeft gemaakt. Er waren daardoor voorstellen voor evenzoveel stadsboerderijen als tot woningen verbouwde kantoren te zien. Maar het thema Common Grounds was net zo goed van toepassing op de films die er tijdens het jaarlijkse filmfestival te zien waren, ook al was dat niet van tevoren bedacht.

Terug naar de basis, naar wat ons bindt. Het hangt, zoals vaker met trends, in de lucht. Zeker: religieus fanatisme, de economische crisis, de conflicten in de Arabische wereld, de teloorgang van de Amerikaanse droom en de hachelijke positie van vluchtelingen zonder verblijfs­vergunning in het rijke Westen vormden net zo goed het decor van veel films. Het zou merkwaardig zijn geweest als die ontbraken, want film is vaak actueel. In dat opzicht is de Gouden Leeuw voor Pieta van Kim Ki-duk terecht, tegen de achtergrond van een financiële en daardoor ook moreel failliete maatschappij. Maar veel hoofdpersonen bleken – misschien wel vanwege de omvang van de problemen, die als een vloot garnalenboten op je af komen – hun heil bij elkaar te zoeken, bij eigen huis en haard.

De liefde, met al zijn valkuilen en onvolkomenheden, stond centraal in het merendeel van de films in Venetië. Soms nam dat de vorm aan van een religieus geïnspireerde ode aan de liefde die standhoudt te midden van armoede, huisuitzettingen, milieuschandalen, tienerzwangerschappen en verlopen verblijfsvergunningen. Dat was de blijde boodschap van To the Wonder van Terrence Malick, de kluizenaar-filmer die al vaker heeft laten zien dat zijn films als essays opgevat moeten worden. Verdeelde reacties, boe-geroep naast applaus, waren zijn deel.

Hier tegenover stond de Deense film All You Need Is Love, een luchtig, al te luchtig, sprookje over de liefde die ongeluk overwint. Zou het kunnen? Dat een door haar man bedrogen kapster op leeftijd, lijdend aan borstkanker, opeens een welgestelde zakenman-met-citroenplantage in de buurt van Capri tegen het lijf loopt, die ook nog verpakt zit in de immer aanwezige spierbundels van ex-James Bond Pierce Brosnan? Voor wie zich graag sprookjes laat vertellen zal dat geen probleem zijn. Maar dan kun je toch beter niet al te kritisch kijken. Want ook al kleurden de felblauwe overhemden prachtig bij Pierce Brosnans ogen en de zee, toch kliederde hij verder behoorlijk bij het invullen van zijn personage.

Dan was To the Wonder, in al zijn overdaad, een moediger poging om de liefde niet zozeer als een vlucht maar als een opdracht te beschouwen. Niet als natuurgeweld dat je overkomt, maar als een verbintenis waar je voor kiezen kunt. Zelfs in de meest erbarmelijke omstandigheden kunnen mensen daardoor boven zichzelf uitstijgen, en hoeven ze geen slachtoffer meer te zijn van de omstandigheden. Een simpel grasveld met hoog gras om doorheen te lopen is dan genoeg als symbool voor zo’n sublieme ervaring. Helaas vertelt Terrence Malick die boodschap een keer of tien te veel, en is Wagners Parsifal tijdens de reidans van een Frans bloemenmeisje met lange krullen door dat gras – gelegen naast een nare nieuwbouwwijk in Kansas – te nadrukkelijk hoorbaar om van To the Wonder een meesterwerk te maken.

Maar binnen de overdaad aan filmverhalen met veel seks en geweld probeert Malick in ieder geval te laten zien wat de kracht van beelden met geluid kan zijn. En dat is toch waar het op een festival voor en over de cinematografie als zevende kunst over moet gaan.

Veel van de nieuwe films die in Venetië te zien waren, houden vorm en inhoud in een wankel evenwicht, waarbij de kracht van het verhaal vaak meer gewicht in de schaal legt dan de vorm. Dat geldt zeker voor The Reluctant Fundamentalist van Mira Nair (die ook Monsoon Wedding maakte), de openingsfilm van Venetië. Deze verfilming van de gelijknamige roman van Moshin Hamid is om een paar redenen bijzonder. In een raamvertelling zien we hoe de ooit briljante Princeton-student Changez Khan, van Pakistaanse afkomst, verandert door de aanslagen van 11 september. Op dat moment staat hij aan het begin van een glanzende Wall Street-carrière. De manier waarop hij echter vanaf dat moment behandeld wordt door de douane, de politie op straat en zijn collega’s maken dat hij de Verenigde Staten steeds minder gaat beschouwen als het beloofde land. Wanneer dan ook nog zijn vriendin, een beeldend kunstenaar, hun relatie gebruikt als onderdeel van een installatie in een hippe galerie (‘ik sliep met een Pakistaan na 9/11’) is de maat vol.

Tijdens een opdracht in Istanbul waar hij een wankele uitgeverij van literatuur en poëzie moet ‘stroomlijnen’ door hem te sluiten en het personeel te ontslaan, besluit hij niet langer mee te doen. Voor een keuze tussen oost en west is Istanbul niet het slechtste symbool. Hij gaat terug naar Lahore in Pakistan om als hoogleraar economie zijn land vooruit te helpen. Hij vertelt dit verhaal aan een Amerikaanse journalist die zich – klassiek – ontpopt als cia-agent.

De discrepantie in kleding, gebruik van de modernste communicatiemiddelen, oude en nieuwe idealen over vrijheid en economische voorspoed, het verschil in gebruik van cultuur als reflectie (poëzie, Pakistan) of als onderdeel van een oppervlakkige persoonlijkheidscultus (beeldende kunst, New York) – het wordt allemaal aangestipt. Maar het belangrijkste is toch dat het Amerikaanse kapitalisme voor Changez net zo fundamentalistisch blijkt te zijn als het islamitisch extremisme dat tot de aanslag van 9/11 heeft geleid.

Maakt het uit dat de film is gefinancierd door het Doha Film Instituut uit Qatar? Ongetwijfeld, op eenzelfde manier als westerse financieringen van Hollywoodfilms over de oorlog in Irak, Afghanistan of het Israëlisch-Palestijnse conflict van invloed op die films zullen zijn. Dat is in te calculeren in een beoordeling. De vraag is echter wat er te beoordelen valt: de afwijzing van het Amerikaanse businessmodel is geen exclusief islamitische of Pakistaanse aangelegenheid, en radicalisering van goedwillende maar gediscrimineerde Pakistani is niet de onontkoombare uitkomst van de Amerikaanse cultuur of de aanslagen op 11 september. Universele vragen over wie te vertrouwen is en wie niet, over verraad in de liefde, over ontoereikende vaderfiguren, blijken belangrijker dan de beoordeling van verschillende ideologieën.

En zo verzandt een potentieel interessante film in een caleidoscoop aan thema’s. Dat zou geen probleem zijn als Changez Khan op zichzelf een interessante figuur was en de thema’s met elkaar kon verbinden – als dit bijvoorbeeld een verfilmde biografie was, waardoor het onvoorspelbare leven centraal stond. Maar de figuren en omstandigheden zijn daarvoor te eendimensionaal getekend.

Zoals vaker blijken eenvoud en soberheid krachtiger als je een uitspraak wilt doen over hedendaags leven. En zo bleven er drie films over die wél in alle opzichten geslaagd waren: Cherchez Hortense, La citta ideale en Betrayal.

Cherchez Hortense is een perfect gemaakt komisch sociaal drama waar de Fransen de laatste tijd zo goed in zijn geworden, zoals Intouchables. Een oudere man, hoogleraar Chinese cultuur, wordt onverwacht verantwoordelijk voor de asielaanvraag van een Servisch meisje. Hij zet zijn vader, een hoge jurist, in om haar zaak te bepleiten bij de verantwoordelijke minister (Hortense). Tijdens dit proces ontdekt hij dat zijn vrouw, zijn vader en zijn zoon een eigen leven leiden, waar hij geen rol meer in speelt. Het verhaal wordt met vaart, humor en genoeg distantie verteld, terwijl de schrijnende actualiteit toch voldoende aandacht krijgt. De diepte zit, zoals zo vaak, in de oppervlakte. Bombastische cineasten als Anderson, met zijn wel erg de hemel in geprezen The Master, zouden daar iets van kunnen leren.

Ook La citta ideale, de openingsfilm van de Week van de Kritiek in Venetië, heeft zo’n fraaie, directe relatie met de actualiteit. Een uit Palermo afkomstige architect woont en werkt in Siena, zijn ideale stad, waar hij met bijna fundamentalistische ijver ‘groen’ probeert te leven – door energie zelf op te wekken, regenwater op te vangen, geen auto te rijden en zijn collega’s hardhandig te herinneren aan een ingesteld rookverbod op de werkvloer. Op een regenachtige avond, als hij voor het eerst weer auto rijdt (een elektrische!) vindt hij het lijk van een – naar later blijkt corrupte – magistraat. Hij raakt verwikkeld in een thriller die Hitchcock bedacht kon hebben, maar blijft zich vasthouden aan zijn eigen gelijk, aan zijn geloof in de feiten en de waarheid. Intussen wordt hij van moord beschuldigd, en kan alleen een uit Palermo afkomstige advocaat hem nog redden (‘het gaat niet om de waarheid, het gaat om het winnen’).

Dat dit alles zich afspeelt in Siena, waar de fresco’s van Lorenzetti over ‘het goede bestuur’ in het stadhuis hangen, is uiteraard geen toeval. La citta ideale is een film over moreel gezag van bestuurders en magistraten. In het Italië dat nog bij moet komen van het Berlusconi-tijdperk is dat actueler dan ooit, maar burgers uit veel andere democratieën kunnen er eveneens hun voordeel mee doen. Als ze tenminste niet bezig zijn om het geluk toch maar in het privé-leven te zoeken.

Izmena (Betrayal) van de Rus Kirill Serebrennikov was daar in Venetië het meest coherente en ook stijlvolle voorbeeld van. Alhoewel de titel anders doet vermoeden zoeken en vinden de hoofdpersonen troost bij elkaar. Ze doen dat buiten hun huwelijken om, waar ze de schijn ophouden van geluk. Gedeelde eenzaamheid is het maximale wat ze daarmee bereiken. Zowel die personages als hun omgeving zijn neutraal, dat wil zeggen dat de modernistische ambiance van de appartementen, de hotels en de parkeergarages overal in de westerse wereld te vinden is. Zo krijgt Betrayal ook een universele zeggingskracht. Er zit niets anders op dan ‘doormodderen’. Izmena deed denken aan het beste werk van Antonioni en Hitchcock samen. De film was te subtiel om in de prijzen te vallen. Maar wel een hoogtepunt van cinematografie. Venetië liet zien dat die gelukkig nog gemaakt wordt.