Kunst op komst Francis Alÿs

Lopen is denken

Francis Alÿs gaat doelloos de straat op en filmt: tornado’s, een man met een blok ijs in het Mexicaanse straatrumoer, de groene grens in Jeruzalem. Kunst bestaat bij hem niet uit het eindresultaat, de film, maar uit de betekenisloze handeling.

Paradox of Praxis: Sometimes Making Something Leads to Nothing

Medium 1233743874 francis alys paradox of praxis 1 sometimes making something leads to nothing 1997 web1

DE FILM A Story of Deception van de Belgische kunstenaar Francis Alÿs toont een betoverend en toch alledaags verschijnsel. Het beeld is van een kaarsrechte weg in de woestijn. Het is er heet. Recht vooruit in de verte lost de weg op in een glinsterende spiegel. De auto waarin de camera zich bevindt rijdt voort, maar de mirage blijft bestaan. De kijker weet dat die spiegel niet werkelijk bestaat, dat het een effect is van warmte, lucht en damp, een fantasie die zich op afstand voordoet. Maar bij langer kijken vervaagt het gevoel van beweging, de auto lijkt vergeten, de randen van de weg verdwijnen, alle aandacht gaat naar die glanzende watermassa ergens aan de horizon. ‘Deception’ is precies het goede woord voor wat de camera kennelijk laat zien: bedrog, illusie en teleurstelling tegelijk. Je bent op weg naar iets waarvan je weet dat je het niet bereiken kunt.

Medium francis al s in collaboration with olivier debroise and rafael ortega a story of deception patagonia 2006 still from 16mm film

A Story of Deception

Er is nog zo'n film, Tornado uit 2010, die bestaat uit materiaal dat in tien jaar werd verzameld en waarvoor naar verluidt zes camera’s sneuvelden. Ook Tornado toont een obsessie. Al tien jaar lang jaagt Alÿs op de wervelstormen die een paar dagen per jaar bij bepaalde weersomstandigheden voorkomen op het Mexicaanse platteland. Zodra er een zichtbaar wordt, zo'n kolom van stof en wervelende lucht, rent hij er met de camera op af, in dolle haast, over kurkdroge akkers, hijgend, struikelend over voren en heggen, tot bij de storm, tot in de razende waanzin van de wind zelf. Rook en zand en stof vullen het beeld, verdoven de microfoon, en vervagen weer als de tornado verder trekt. De adrenaline pompt in de oren.

FRANCIS ALŸS’ grote overzichtstentoonstelling deze zomer in Tate Modern, Londen, was een onverwacht groot succes voor zo'n ongrijpbare kunstenaar. Het spektakel reist in oktober door naar het kunstcentrum Wiels in Brussel en dat zal de eerste keer zijn dat zijn werk op grote schaal in zijn oude vaderland getoond wordt. De Londense tentoonstelling was buitengewoon goed, met briljante afwisseling en prachtige projecties van de films, maar dat veronderstelde dat je de tijd ervoor had. Filmmakers en videokunstenaars als Alÿs worden gestraft door het vervelende gegeven dat hedendaagse museumbezoekers gemiddeld negen seconden aandacht voor een kunstwerk hebben, en dus vrijwel nooit een film van tien, twintig minuten uitzitten. En dat zal moeten bij Alÿs, want zijn zoekende, zwoegende, soms joyeuze en soms ook uitputtende films zijn even vermoeiend en intrigerend en hypnotiserend en belangrijk voor de menselijke constitutie als een lange wandeling, een stevig stuk lopen - en dan bedoel ik niet een ommetje door het park.

Ik bedoel wandelen als progress, het boeken van vooruitgang en het opdoen van inzicht in één. Will Self beschreef dat onlangs in de inleiding van The Burning Leg, een verzameling 'walking scenes’ uit de klassieke literatuur. Hij haalde Rousseau aan, die schreef 'dat wij denken in het tempo van het lopen’, en Self voegde daaraan toe dat het ritme van lopen precies de juiste condities schept voor de mens om het landschap rondom hem 'te lezen’. Lopen is een soort denken, denken is een soort lopen. In veel van zijn werk is Alÿs als Bunyans Pilgrim, een rusteloze ziel, door zijn geweten gedwongen op pad te gaan zonder te weten waarheen, of waarvoor, ook door de woestijn, 'een land van wildernissen en kuilen, in een land van dorheid en schaduw des doods, in een land, waar niemand doorging, en waar geen mens woonde’, in het besef dat het einde van de weg altijd een luchtspiegeling blijft en dat het geheim van de ervaring in de wandeling zelf zit. Met de eerste stap bevestigt de mens zichzelf als denkende observator, met de tweede, wellicht, als kunstenaar.

FRANCIS ALŸS HEET eigenlijk Francis De Smedt. Hij werd in 1959 in Antwerpen geboren, opgeleid tot architect in Vlaanderen en Venetië. In 1986 belandde hij in Mexico-Stad, in de nasleep van de grote aardbeving. Hij bleef er steken, niet als architect maar als kunstenaar, een stap die werd ingegeven door de confrontatie met de bizarre chaos in de stad. Mexico was getroffen door onthutsende verwoesting en tegelijkertijd stoomde de stad zich klaar voor de wereldkampioenschappen voetbal die er dat jaar werden gehouden. Hij zei daar zelf eens over: 'De belangrijkste motor achter veel van mijn projecten is een zeer diep onvermogen om dingen te begrijpen.’ Je zou kunnen zeggen dat het omarmen van dat gevoel van vervreemding, het verlangen te kunnen omgaan met onbegrijpelijke situaties, zijn nieuwe baan werd. Daarbij gelooft Alÿs sterk in het idee dat kunst overal, altijd en in principe door iedereen gemaakt kan worden, ook door een gesjeesde architect. Iedereen kan zichzelf kunstenaar noemen; het enige wat vereist is, is precies dat: dat je jezelf zo noemt.

Maar dan wat? Alÿs was architect, hij kon tekenen en ook wel schilderen, maar zo'n kunstenaar wilde hij niet zijn, en is hij ook niet geworden. Zijn praktijk is heel divers. Hij schetst, schildert, fotografeert, timmert en filmt. Hij werkt in zijn huis in groepsverband, met alter ego’s als de criticus en docent Cuauhtémoc Medina, de cameraman Rafael Ortega, de editor Julien Devaux en een handvol lokale Mexicaanse vaklui. Tekenen en schilderen zijn voor Alÿs vooral 'therapeutisch’, manieren om zich te concentreren en af te zonderen. De fotografie en de film zijn vooral middelen om zijn werk vast te leggen en verkoopbaar te maken.

Medium image

The Green Line

Het creatieve proces begint echter met de solo-performance, in veel gevallen een wandeling door de stad, of daarbuiten, of ergens ver weg. Waarbij de wandelaar bijvoorbeeld een kleine kudde schapen achter zich aan heeft, of een blok ijs voortduwt over straat, tot ’t gesmolten is. Of een pistool in de hand houdt, tot de politie komt. In de films die ervan gemaakt zijn valt altijd op hoe weinig die acties opvallen in het Mexicaanse straatrumoer, waar alles hectisch is. Een magere man zwoegend met een blok ijs valt niet op; een man met een pistool in de hand wordt pas na geruime tijd aangehouden.

Er zijn meer lopende kunstenaars: Stanley Brouwn, Hamish Fulton, Richard Long, om van de grote romantici maar te zwijgen. In eerste instantie lijkt er bij Alÿs vooral verwantschap met Long, maar die is maar mager, vind ik. Voor Long is een wandeling een sculptuur die hij omkadert en beschrijft - de route, het tijdsverloop, het hoogteverschil, de veranderende omstandigheden van weer en wind - maar dat is vaak met de blik en de handgreep van de landmeter of de tuinarchitect. Hij legt een geometrie over zijn landschappen - 'hier was ik, daarvoor was ik dáár, de afstand is aldus’ - en mensen komen er niet in voor. Alÿs weet niet waar de wandeling naartoe gaat. Hij is de straat op gegaan. Hij jaagt mirages na.

Dat wil niet zeggen dat Alÿs geen begrip heeft van zijn omgeving en dat in zijn gefilmde wandelingen niet heel stevige sociale en politieke conflicten worden opgerakeld. In The Green Line liep hij kilometers door Jeruzalem over de lijn die bij de wapenstilstand van 1948 als grens werd aangemerkt, met een lekkend potje groene verf in de hand. Het spoor dat hij naliet is die grens, die ooit erkend werd maar inmiddels met voeten wordt getreden. Toen hij in 2007 werd uitgenodigd voor een tentoonstelling in San Diego nam hij als commentaar op de moeilijkheden die gewone Mexicanen hebben als ze de Amerikaanse grens willen oversteken een kolossale omweg via Australië, China, Japan, Rusland, Alaska en Canada. In het najagen van tornado’s is een commentaar te lezen op de politieke toestand in Mexico.

Toch gaat het daar niet om. Misschien dat de titel van die sisyphustocht met het blok ijs in de straten van Mexico-Stad een betere indicatie geeft voor Alÿs’ gevoel voor de betekenis van zijn acties: Paradox of Praxis: Sometimes Making Something Leads to Nothing. Wat eigenlijk de helft is van een eerder statement: 'Sometimes to make something is really to make nothing; and paradoxically, sometimes to make nothing is to make something.’ De wandeling duurde negen uur. De film duurt vijf minuten.

Is dat het? Toeval? Bescheidenheid, of valse bescheidenheid? De grote taalkundige en vertaalster Helen Tanizaki schreef eens: 'Hij is als een rare reisgids-filosoof, die zijn lezers vooral met rust laat, zodat ze zelf kunnen ervaren hoe het is om te reizen in volkomen afgelegen plekken. Liever dan te proberen de dingen te verklaren, neemt hij het op zich ze alleen te noteren - maar in een groots streven naar verbinding.’ Ze had het over Basho, de Japanse dichter die in de jaren tachtig van de zeventiende eeuw vier voetreizen maakte met niet veel meer dan een rugzak met schrijfmateriaal en wat schone kleren. In 1689 liep Basho in vijf maanden 2400 kilometer door het noorden van Japan en schreef daarna De smalle weg naar het verre noorden. Dat boek was niet het beoogde resultaat van de reis, zei Tanizaki; wat Basho wilde worden was hyohakusha - iemand die zonder doel op weg is.

Zo is het bij Alÿs. Het niet-nastreven van een doel, het verrichten van een betekenisloze handeling, leidt soms tot een resultaat. Een blok smelt, een berg wordt verplaatst. Het is een meditatie, misschien een choreografie, misschien een grap; het is ongrijpbaar - en toch heeft het weerklank. De lijst van tentoonstellingen en biënnales waar Alÿs aan deelnam vult inmiddels een kloeke brochure.

Francis Alÿs, A Story of Deception. Wiels, Brussel, 9 oktober t/m 30 januari. www.wiels.org