Toneel

Lorca’s doorbraak

Een minuut of vijf na het slotapplaus spreekt in de steeg naast het theater een man, klaarblijkelijk een Lorca-liefhebber, tegen zijn vrouw, vriendin of toneelpartner van de avond, met iets te luide stem deze zin: ‘Had godverdomme de poëzie van dat stuk zijn werk laten doen. Die is echt tien keer sterker dan al die zogenaamde regievondsten bij elkaar.’

Medium toneel

Ik dacht: ‘De toneelpoëzie zijn (haar, poëzie is vrouwelijk) werk laten doen, ja, en? Waar hebben we dan vanavond naar zitten kijken?’

We kwamen, u begrijpt het, uit een voorstelling naar een toneelstuk van Federico García Lorca (1898-1936), Spaans dichter, en wel uit Bloedbruiloft (1932), een tragedie in drie bedrijven en zeven taferelen, een coproductie van Toneelgroep Amsterdam en Theater Frascati, in de regie van Julie van den Berghe. Het was een tryout. En de avond was al heel bijzonder begonnen. Met een lange stilte. En een groepsfoto rug zaal. Een scène die op een kerkhof leek te spelen. Met een wulpse meid op zekere leeftijd (Frieda Pittoors, prachtig) die de verleidelijkheid van een dartele jonge deerne aan de dag legt. En met een monumentale moeder van Chris Nietveld, die groots is in het brede register dat ze hier bespeelt, van dat vulkanische burgerwijf met haar gifspuit, tot die stille poëzie van een intens verdrongen verdriet. Hun spel, dat na de introverte start pas echt goed op de wagen komt, handelt over een plattelandsbruiloft met een andere dan de aanvankelijk voorziene afloop.

Lorca baseerde zijn stuk destijds op krantenberichten over een eerwraak-kwestie. Hij vormde de stof om tot de fabel over een liefdeskoppel dat bij wijze van spreken achter hun eigen rug om heftig aan elkaar verslingerd raakt en zich aan die oerkracht niet meer kan onttrekken, ondanks de zware consequenties. Lorca wist dat er nauwelijks een gruwelijker eenzaamheid bestaat dan die van het ongelukkige huwelijk zonder vluchtroute. Het type van de ontzagwekkende, van rancune exploderende moeder kende hij ook van zeer nabij. Hij varieerde en commentarieerde in dit stuk voorts een van zijn favoriete thema’s: de enige hoop op geluk bestaat uit ‘het voluit leven van je instinctmatige leven’. En hij maakte veel werk van de Andalusische couleur locale in met name de bruiloftscènes. Hij hoopte met Bloedbruiloft op een doorbraak van zijn toneelwerk. En die kwám er na de Madrileense première in maart 1933.

Regisseur Julie van den Berghe houdt van de auteur en ze houdt zielsveel van dit stuk, dat voel je aan alles. Haar sterk en vormvast beeldend toneelidioom past goed bij deze partituur – een krachtige gestiek en een sterke mimiek in de geschminkte maskers, een frontale, strenge en toch licht zangerige dictie in de taalmelodieën. En met als ironische knipoog: Duits-Oostenrijkse meezingers uit Tirol. Allemaal bewuste ingrepen die niet als ‘regievondsten’ (dixit mijn meneer in de steeg) kunnen worden weggezet. Er ligt een antipsychologisch, bijna retorisch speelplezier aan ten grondslag, met veel mooie kleuren uit het toneelspelerspalet. Vooral de naïef fonkelende verbazing van minnaar Leonardo door Dragan Bakema is erg mooi om naar te kijken, net als de langzaam van kleur verschietende bruid door Lauranne Paulissen. En dan nog dit: Lorca weer op het repertoire! En: in die prachtige vertaling van good old Dolf Verspoor! Heerlijk!


Bloedbruiloft, t/m 14 december in Frascati 1, frascatitheater.nl