Lorelei

Geert Wilders weet goed hoe hij moet luisteren naar de kiezer, en hem lokken, maar voor de andere partijen is het moeilijker om tegemoet te komen aan gevoelens van onvrede over Europa.

Bij de regionale krant waar ik vroeger werkte, riepen we bij allerlei nieuws vanuit het Haagse Binnenhof: ‘Hoe in Tilburg?’ Heerlijk was het om daar de draak mee te steken; alsof de lezer alleen geïnteresseerd is als het nieuws op hemzelf wordt betrokken. Maar er zat natuurlijk wel een kern van waarheid in die vraag. De invloed vanuit Den Haag op zaken als de lokale economie, de lokale zorg, het onderwijs of het inkomen van inwoners in de eigen regio is groot. Zelfs als er, zoals de laatste jaren, wordt gedecentraliseerd en gemeenten steeds meer taken zelf moeten uitvoeren.

Nadat Groot-Brittannië heeft gestemd voor een vertrek uit de Europese Unie is het nu: ‘Hoe in Nederland?’ Want de invloed van de EU op wat hier gebeurt, is groot. Niet alleen vanwege Brusselse regels, maar ook vanwege de toenemende anti-EU-gevoelens en de gevolgen van een Brexit voor ons hier in de regio. Europa en de mondialisering hebben van Den Haag als het ware een provinciestad gemaakt.

Dat woord provinciestad heeft een negatieve klank. Daarmee drukt het uit wat veel Europeanen dwars zit: hun regeringssteden zijn provinciesteden geworden. Als inwoners van de daarbij horende provincies hebben zij het gevoel weinig invloed te hebben op wat ver weg, vroeger in Den Haag, nu in Brussel, gebeurt. Het voedde de nee-stem in Groot-Brittannië, het voedt de nee-stem hier.

In Den Haag kwam ik vorige week een Britse vrouw tegen, werkzaam in de zorg. Ze had vóór een Brexit gestemd. Uit protest. Waartegen? Haar uitleg: ik wilde gehoord worden. Maar ze kon niet duidelijk maken waarover dan precies. Wel dat ze zich rot was geschrokken van de gevolgen. Ze had niet gedacht dat haar stem echt invloed zou hebben. Daar ligt een kern van het huidige probleem: het besef dat die ene stem wel degelijk invloed heeft. Wat niet wil zeggen dat je als kiezer altijd je zin krijgt. Dat is nu juist democratie.

Op het Binnenhof verwijt pvv-leider Geert Wilders zijn collega’s van andere politieke partijen de kiezers te schofferen door niet naar hen te luisteren. Dat die kiezers dan een keer genoeg is genoeg zeggen, daar moeten die politici volgens hem niet raar van opkijken. Wilders vindt zelfs dat juist die andere politici verantwoordelijk zijn voor de schadelijke gevolgen van een Brexit, en niet Boris Johnson, Nigel Farage en Michael Cove, de mannen die voor uittreden hebben gepleit. Zelfs niet nu blijkt dat deze Brexiteers geen plan hebben om dat uittreden in goede banen te leiden, loze beloftes hebben gedaan en zelf het hazenpad kiezen. De schuld voor de ravage ligt volgens Wilders puur en alleen bij de eurofielen.

Het is een gekmakende manier van redeneren. Je ontloopt er als politicus alle verantwoordelijkheid mee. Zo pleit Wilders voor een terugkeer naar de gulden. Stel dat hij daar een referendum over zou kunnen houden en hij wint dat. Ik ben zo vrij aan te nemen dat ook Wilders dan geen plan klaar heeft liggen om de herinvoering van de gulden in goede banen te leiden. Mochten de gevolgen negatief zijn voor de Nederlandse economie en voor de kiezers, dan zal hij zeggen: dat komt niet door mij, het is de schuld van alle anderen die nooit naar jullie hebben willen luisteren. Wilders is een Lorelei die met zijn treurige zang kiezers lokt, maar vindt dat hij geen schuld heeft als zij – zijn stem volgend – tegen de rotsen te pletter varen.

De SP gaat het verst in afstand nemen van de EU zonder eruit te willen

Voor de overige partijen is het veel ingewikkelder om te ‘luisteren naar de kiezer’. Van hen gaat de SP het verst in afstand nemen van de EU, zonder zoals de pvv eruit te willen treden. Europa moet van SP-leider Emile Roemer minder een Europa van markt en munt worden. Roemer heeft het over dictaten uit Brussel en wil een referendum over een nieuw EU-verdrag met meer soevereiniteit voor nationale staten. Zo denkt de SP aan de onvrede van de kiezer tegemoet te kunnen komen. Maar elk concreet voorstel dat hij deed werd tijdens een Kamerdebat door de fractieleiders van vvd, pvda, cda en GroenLinks neergesabeld, omdat het juist tot het tegenovergestelde van minder Europa leidde.

GroenLinks-leider Jesse Klaver daagde Roemer uit om duidelijk te maken hoe hij minder Brusselse regels wil rijmen met vrij verkeer en één munt. Volgens Klaver vereisen die twee onderwerpen nu juist wél Brusselse regels. pvda-leider Diederik Samsom wilde dat Roemer ten minste één dictaat noemde dat de Europese Commissie heeft opgelegd zonder inspraak van de lidstaten; Roemer kwam er niet uit.

cda-leider Sybrand Buma vroeg of Roemer wist wat de kiezers eigenlijk wél willen als ze ja zouden zeggen tegen minder Europa. Het was een retorische vraag.

vvd-leider Halbe Zijlstra vroeg zich af, als milieu, economie en migratie vragen om samenwerking in de EU, waar Roemer dan wél minder Europa ziet. Ook daarop had Roemer geen goed antwoord.

De SP-leider stond in de ogen van deze collega’s dan misschien te stuntelen, maar het debat met hem is wel symbolisch voor de complexiteit van enerzijds willen luisteren naar een vaak onbestemd gevoel van de kiezer en anderzijds de realiteit van de EU en wat haar burgers concreet willen.

Wat in Brussel? Wat in Nederland? Alleen als daarop in de nieuwe verkiezingsprogramma’s concrete antwoorden staan en niet slechts nikszeggende woorden weet de kiezer waar hij aan toe is. En geeft hij mogelijk geen gehoor aan de betoverende roep van de Lorelei.