Parallelle levens: de Millennium Bomber en Anis Amri

Losers op en onder de radar

Het is het gekmakende refrein van bijna elke aanslag, nu ook weer in Berlijn: steeds waren de Noord-Afrikaanse daders uit beeld geraakt, terwijl ze bij de autoriteiten eerder volop in het licht stonden.

Medium anp 49000494
Berlijn, 23 december 2016. Een man verlaat de moskee in de Perlebergerstraat, waar Anis Amri verbleef vlak voor en na de aanslag © Paul Zinken / EPA / ANP

Het gebeurde in Berlijn opnieuw. De verdachte van de aanslag op de kerstmarkt in Berlijn, de 24-jarige Anis Amri, van Tunesische afkomst, had een tijd in de belangstelling gestaan van de Duitse terrorismebestrijders, maar nu even niet. Het is het gekmakende refrein van bijna elke aanslag: Londen, Boston, Parijs, Brussel, steeds bleken daders maanden, soms jaren te zijn gevolgd door de autoriteiten, maar op het moment suprême bevonden ze zich net even onder de radar. Dit gold ook voor Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh.

Daar zijn soms goede redenen voor. In Duitsland was Amri een van de 550 mensen van wie wordt aangenomen dat zij een aanslag kunnen plegen. In Engeland en Frankrijk gaat het om duizenden potentiële terroristen. Ook bij nog meer verscherpte veiligheidsmaatregelen is het ondoenlijk om zulke grote aantallen mensen voortdurend in de peiling te houden, laat staan de broers en vrienden die zich vaak in hun buurt bevinden. Bovendien maken inlichtingen- en veiligheidsdiensten een inschatting van hun informatiepositie in bepaalde milieus alvorens alarm te slaan. Als zij bij het minste of geringste het signaal tot arrestatie zouden afgeven, zouden zij nooit iets wijzer worden over wat zich in extremistische kringen afspeelt. En bij die afweging worden onvermijdelijk fouten gemaakt.

Maar er is nog een reden waarom mensen als Amri van de radar verdwijnen. Dit ligt deels aan henzelf en deels aan de bestrijders. Een vergelijking met Ahmed Ressam kan dit verduidelijken. Ahmed Ressam, van Algerijnse origine, staat bekend als de Millennium Bomber. Hij wilde op oudejaarsavond 1999 een aanslag plegen op de luchthaven van Los Angeles, maar werd onderweg in zijn auto vanuit Canada gearresteerd met zestig kilo explosieven, genoeg voor veertig autobommen, dankzij een oplettende douanebeambte.

Amri, die enkele dagen na de aanslag in Berlijn in Milaan aan zijn eind kwam, was 24 jaar. Ressam was op het moment van arrestatie 33. De mannen werden een kwart eeuw na elkaar geboren: Ressam in 1967, Amri in 1992. Niettemin spreken de parallellen tussen hun levens boekdelen. Beide mannen hadden geruime tijd voor hun aanslag hun vaderland verlaten. Ressam, die moeite had in Algerije werk te vinden, vertrok in 1992 als 25-jarige naar Frankrijk om daar zijn geluk te beproeven. Amri, afkomstig uit een behoeftig gezin, had in zijn geboorteland Tunesië de middelbare school voortijdig verlaten en leefde daarna van los-vaste baantjes. Hij werd diverse malen gearresteerd wegens drugsgebruik, geweldpleging en overvallen. Nadat hij, ook toen al, als negentienjarige met geweld een vrachtwagen had gestolen, werd hij tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld, maar hij ontliep zijn straf door te vluchten over de Middellandse Zee. Volgens een broer vertrok hij echter om economische redenen. ‘Hij wilde werken, de familie helpen.’ Als bootvluchteling bereikte Amri Lampedusa in Italië.

Zowel Ressam als Amri kwam in Europa al gauw in de problemen. De Algerijnse Ahmed Ressam werd na ruim een jaar in Frankrijk gearresteerd met een vervalst Marokkaans paspoort op naam van ‘Nassar Ressam’. Frankrijk wees hem uit naar Marokko, maar omdat hij geen burger van dit land was, stuurden de Marokkaanse autoriteiten hem terug naar Frankrijk. Daar zou zijn zaak in juni 1994 voorkomen, maar voordat het zo ver was, nam hij het vliegtuig naar Canada, dat hij probeerde binnen te komen met een vals Frans paspoort, ditmaal op naam van ‘Anjer Tahar Medjadi’. Canadese douanebeambten bemerkten de vervalsing, maar nadat Ressam had verklaard dat hij in Algerije zou zijn gemarteld, mocht hij in vrijheid de behandeling van zijn asielaanvraag afwachten. Ressam zou zich in de loop van de tijd nog diverse andere identiteiten aanmeten. Bij zijn aanhouding in de Verenigde Staten identificeerde hij zich als de Canadese burger ‘Benni Norris’, maar tegelijk bleek hij in het bezit van een tweede rijbewijs op naam van ‘Mario Rog’.

Identiteitsfraude loopt ook als een rode draad door het leven van Amri. In Italië gaf hij zich uit als zeventienjarige, omdat minderjarige vluchtelingen niet uitgezet kunnen worden. Hij schijnt nadien minstens acht verschillende identiteiten, drie nationaliteiten en verscheidene geboortedata gebruikt te hebben. Al in de vluchtelingenopvang en later op school maakte hij zich schuldig aan vechtpartijen, bedreigingen en diefstal. Na een poging tot brandstichting zat hij enkele jaren vast in Italiaanse gevangenissen. Toen de autoriteiten hem daarna wilden uitzetten, mislukte dit doordat zijn papieren niet in orde waren. Hij week uit naar Duitsland, waar hij in 2015 asiel aanvroeg. In april 2016 kreeg hij een tijdelijke verblijfsvergunning, maar in juli werd zijn asielaanvraag afgewezen en in augustus werd hij opgepakt met valse Italiaanse identiteitspapieren. Vervolgens ging hij deel uitmaken van het leger van honderdduizenden afgewezen asielzoekers in Duitsland dat al dan niet officieel wordt geduld. Het identiteitspapier dat werd gevonden in de cabine van de vrachtwagen waarmee de aanslag op de kerstmarkt werd gepleegd was Amri’s officiële duldingsbewijs.

Intussen bezondigde Amri zich ook in Duitsland aan kleine criminaliteit. Hij werd aangehouden wegens betrokkenheid bij een gevecht in een café in Berlijn, vermoedelijk over drugs, waarin hij handelde. Ook Ressam werd in Canada viermaal gearresteerd wegens kleine vergrijpen, maar nooit gevangen gezet.

Hij bood zich op internet aan als zelfmoordterrorist en speurde naar mogelijkheden om explosieven te maken

Ressam en Amri verkeerden beiden in het land waarin ze asiel aanvroegen in extremistische kringen. Ressam woonde ten oosten van Montreal in een gebouw met een groep Algerijnse immigranten die zich bezighielden met ontvreemding van identiteitsdocumenten en creditcardfraude en die later bekend zouden worden als de Montreal 99-cel van al-Qaeda. Ressam zou er onder invloed hebben gestaan van de geestelijk leider in de plaatselijke salafistische moskee, Abdel Raouf Hannachi, die een terroristentraining in Afghanistan had gevolgd en in Algerije en Afghanistan zou hebben gevochten. Amri betuigde al vóór zijn komst naar Duitsland sympathie voor de jihad. In Noordrijn-Westfalen zou hij in contact hebben gestaan met de prediker Ahmed Abdelazziz A., alias Abu Walaa, die openlijk sympathie uitspreekt voor Islamitische Staat. In november werd de van origine Iraakse prediker gearresteerd omdat hij mensen zou hebben geronseld voor de strijd van IS, gelijktijdig met een andere haatprediker, de Servische Boban Simeonovic, met wie Amri eveneens contact had onderhouden. In Berlijn bezocht Amri geregeld een radicale moskee in de wijk Moabit, waar imams mensen ronselden voor IS.

Beide mannen stonden dan ook onder toezicht van de veiligheidsinstanties. De Canadese veiligheidsdienst csis verklaarde dat ze Ressam van 1996 tot 1998 op de korrel had. Het gtaz, dat in Duitsland terrorismebestrijding coördineert, had Amri vanaf maart 2016 een half jaar in beeld, evenals Amerikaanse en Marokkaanse veiligheidsautoriteiten. csis verloor het zicht op Ressam nadat hij voorjaar 1998 naar Afghanistan was vertrokken op een gestolen blanco paspoort waarop hij dezelfde naam van ‘Benni Antoine Norris’ had ingevuld. Daardoor viste de Canadese immigratiedienst achter het net toen die Ressam wilde arresteren omdat hij nog steeds in Canada verbleef, terwijl zijn asielaanvraag lang geleden definitief was afgewezen.

In Afghanistan volgde Ressam een opleiding als terrorist van al-Qaeda. Daarna werd hij teruggezonden naar Canada, waar hij als lid van een cel van zes een aanslag zou moeten plegen op een luchthaven of consulaat. De cel werd aangestuurd vanuit Pakistan en Londen, in het laatste geval door de Algerijn Abu Doha, die eind 2000 ook betrokken zou zijn bij de poging tot een aanslag op de kerstmarkt van Straatsburg.

Nadat Ressam begin 1999 was teruggekeerd in Canada wilden de Franse autoriteiten hem ondervragen, omdat zijn telefoonnummer was gevonden bij een van de mannen die in maart 1996 een aanslag had willen plegen op de bijeenkomst van de G7 in Lille. De Canadezen lieten weten hem niet te kunnen vinden, naar later bleek omdat Ressam zich in die tijd voordeed als ‘Norris’. Toen bleek dat de andere beoogde leden van de cel Canada niet in kwamen, besloot Ressam de aanslag alleen uit te voeren, waarbij hij inmiddels de luchthaven van Los Angeles als doelwit had uitgekozen. Hij wist drie vrienden te vinden die hem hielpen bij de bereiding van de explosieven en de ontstekingsmechanismen.

Amri had minimaal eenmaal contact met IS via de berichtendienst Telegram. Na zijn dood dook een video op waarin hij trouw zwoer aan IS-leider al-Baghdadi. Verder trok hij de aandacht van de autoriteiten doordat hij begin 2016 medeplichtigen zocht voor een aanslag. Hij bood zich op internet aan als zelfmoordterrorist en speurde er naar mogelijkheden om explosieven te maken; ook informeerde hij hoe hij aan een wapen kon komen. Nadat Abu Walaa was gearresteerd dook Amri onder. Kennelijk heeft toen het plan postgevat om in z’n eentje een aanslag te plegen. Amri’s persoonlijke motivering van zijn handelen is (nog) onbekend. Ressam verklaarde indertijd: ‘Je moet een leven met waardigheid en zelfrespect kunnen leiden. Ik voelde dat ik het juiste pad bewandelde, het was een plicht die ik omarmde, een doel.’

De parallellen tussen beide levens zijn verbluffend. Beide mannen vertrokken uit een Noord-Afrikaans land waar ze weinig perspectief hadden naar Europa, waarna Ressam doorreisde naar Canada. Spoedig belandden ze daar in de illegaliteit. Ze hielden zich bezig met kleine criminaliteit, deels verbonden met terroristische doeleinden. Ze verkeerden in extremistische kringen en stonden onder invloed van haatpredikers. De autoriteiten hadden, mede als gevolg van identiteitsfraude, niet de mogelijkheid hen het land uit te zetten, hoewel beiden waren afgewezen als asielzoeker. De Canadese instanties, en wellicht ook de Duitse, hadden geen volledig zicht op de extremistische ontwikkeling van de betrokken terrorist door diens gegoochel met namen, nationaliteiten en geboortedata. Herhaalde aanhoudingen wegens niet-terroristische vergrijpen bleven voor de arrestanten zonder gevolgen.

Deze parallelle geschiedenis moet een aansporing zijn om de ogenschijnlijke loser uit Noord-Afrika niet te onderschatten die op enig moment meent via een aanslag waardigheid en een levensdoel te kunnen realiseren. Hun radicalisering brengen deze mensen niet mee uit Noord-Afrika, maar vindt plaats in Europa of Noord-Amerika, waar zij een leven in de marge en (semi-)illegaliteit leiden en waar talrijke aanrakingen met justitie geen enkele consequentie hebben. Ze verschijnen op de radar of blijven daaronder.

Natuurlijk klonk na de aanslag in Berlijn weer de pavlovachtige roep om meer cameratoezicht, grenscontroles en dergelijke. Maar de voorbeelden van Ressam en Amri tonen aan dat zulke zaken mensen als zij verder de illegaliteit in drijven en daarmee de kans op aanslagen eerder vergroten dan verkleinen. Hét probleem is ten eerste het gebrek aan bereidheid van Noord-Afrikaanse regeringen om uitgeprocedeerde landgenoten terug te nemen. Ten tweede dat in het Westen de bestaande mogelijkheden en contactmomenten die er zijn onvoldoende worden uitgebuit. Mensen als Ressam en Amri blijven vreemdelingen in de westerse samenleving. Ze zijn gekend en niet gekend. Het probleem is in Nederland misschien kleiner dan in Duitsland, maar het is niet afwezig in dit land, waar de screening van asielzoekers uiterst gebrekkig verloopt, de top van het ministerie van Veiligheid en Justitie door de uitvoeringsinstanties herhaaldelijk te laat wordt geïnformeerd over gevoelige vreemdelingenzaken, het aantal niet-westerse daklozen exponentieel groeit en het vertrekbeleid ten aanzien van uitgeprocedeerde asielzoekers evenzeer faalt als in Duitsland.


Bob de Graaff is hoogleraar intelligence and security studies aan de Universiteit Utrecht