TONEEL

Losse deuren

Zomertrilogie

Op het toneel staan enkele losse deuren. Voor een deur op een toneel is dat een dodelijke aanwijzing. Het object wordt nog wel als zodanig herkend, door de kruk, de sponning en eventueel het geluid, maar het scheidt geen ruimten en wat uit de deur te voorschijn komt verrast nooit meer. Het toneelsignaal dat met losse deuren op een verder nagenoeg kaal toneel wordt gegeven, zou kunnen zijn: let op, vroeger stond er voor en achter deze deuren van alles op het spel, daar is nu nog maar weinig van over, bijvoorbeeld dat ze kunnen klemmen (wat komisch werkt) of dat je ze heel erg hard dicht kunt slaan (wat een cliché is).
Tegen het eind van de drieënhalf uur durende voorstelling waarin deze eenzame deuren een gewichtige bijrol spelen (Zomertrilogie van Carlo Goldoni door Toneelgroep Amsterdam), halen technici tergend langzaam de allerlaatste losse deur van het toneel af. Terwijl enkele toneelspelers rondom die deur fladderen als vliegen rond een koeienvla trekken de technici een gezicht van: nee, jongens, het is over, jullie moeten het nu helemaal alleen doen, je kunt hoogstens nog een deur mimen. Maar als je een avond lang ongewapende (want muurloze) deuren open en dicht hebt lopen smijten, begin je daar niet meer aan. Ruzies in een komedie, ook zoiets. Die staan niet ergens, nee die komen uit een ledige lucht vallen. In deze komedie ploffen we meteen midden in een ruzie tussen een bazig baasje en zijn knecht. Het gaat over hoeveel setjes bestek er van huis mee moeten naar het vakantieadres. De baas heeft er een burgertruttige opvatting over, de knecht spreekt over het gedoe van ‘rijke stinkerds’, en die stinkerds vallen deze lange, lange avond middels veel eenzame deuren in veel muurloze huizen, waar geld een groot probleem is, liefde een verwaterd vraagstuk en de beweging tussen schijn & wezen een platgetrappeld Pieterspad.
De verkeersregelaar-van-dienst heet Ivo van Hove. Iedereen krijgt tegen het eind zo'n beetje iedereen nét wel of nét niet, maar bij de duurzame relaties die daaruit voortkomen wil je niet in de buurt wonen. Het is de Bouquetreeks, alleen wat sjieker opgeschreven. En eerlijk gezegd: ik vond er geen zak an. 'Dat komt maar op/ dat gaat maar af/ dat blijft/ dat is het ergste’ - aan die regels over toneel van Gerardjan Rijnders (toevallig ook de vertaler van de avond) moest ik aanhoudend denken, vechtend tegen de verveling, eindeloos gestapelde stoelen en alleenstaande deuren tellend, als waren het schapen springend over omheiningen zonder de verkwikking der omringende weiden. Die alleenstaande deuren waren de avond dat ik er was trouwens nog een heel gedoe, want dat speelvlak in de nieuwe zaal van de schouwburg is zo enorm groot dat je een open-en-bloot-wandeling naar een eenzame deur goed moet timen wil je niet te vroeg of (wat vaak gebeurde) te laat aankomen, want weg is dan je opkomst en vaak: foetsie is dan de punchline van je medespeler. Timing was sowieso niet de sterkste troef die met name de jonge toneelspelers uitspeelden, een defect dat werd opgevangen met getergde gelaatstrekken, bekkentrekkerij, hoog opgetrokken schouders, gesnuif en net op tijd ingeslikt gegodver en, voor waar het de jongedameshoofdrol van de avond, Giacintha (Karina Smulders) betrof, veel lammetjesgedartel en karmozijnen geflierefladder waar ik op den duur scheel van begon te zien, vapeurekes van op mijn trommelvliezen kreeg en uiteindelijk helemaal krankzinnig van werd. De warme alten met kickboksersvoltreffers van Marieke Heebink en Kitty Courbois maakten veel goed. Maar verder was ik toch vooral als een kind zo blij toen ik een paar echte deuren kon opentrappen en naar huis mocht.

Zomertrilogie speelt nog tot eind april overal in het land; www.toneelgroepamsterdam.nl