Maria Barnas

Losse eindjes

Vlinders vangen met een hoepel; het vergeefse verlangen de werkelijkheid vast te leggen. Daarover gaat ‹De baadster›, de nieuwe, overtuigende roman van Maria Barnas.

Maria Barnas, De baadster. Uitg. De Arbeiderspers,
207 blz., ƒ29,90

Er zijn twee momenten in haar leven waarop een prinses wordt wakker gekust, schrijft Vonne van der Meer in het verhaal ‘Eilandliefde’ in haar bundel Nachtgoed van enkele jaren geleden. 'De eerste keer, wanneer ze een man ontmoet die haar bemint tot in al haar hoeken en kieren, en plechtig belooft dit te blijven doen tot het einde der dagen. De tweede keer: wanneer diezelfde man een ander ontmoet, die hij bemint tot in al haar hoeken en kieren.’ Geïnspireerd door de nieuwe roman van Maria Barnas zou ik hier een derde moment aan toe kunnen voegen: wanneer het beminnen tot in alle hoeken en kieren is verworden tot een stotend klaarkomen. In De baadster beschrijft Barnas dit ontwaken tot in de finesses.

De baadster vertelt het verhaal van Em die op een zonnig eiland verblijft, samen met Oscar. De liefde is op, of tanende in ieder geval, en dus moeten er tropische vergezichten worden gezocht. En worden gepraat. Hoeveel hou je van me? Waar denk je aan? Wat ben je aan het doen? Kom je zo? Wil je niet meer?

Em wil Oscar niet meer, sinds ze Marnix heeft ontmoet. 'Oscar wil me zoenen. Ik doe mijn ogen dicht en stel me voor dat hij Marnix is. Maar Marnix zou me nooit zo voorzichtig zoenen. Hij heeft niet zulke weke lippen als Oscar. Wanneer Marnix in mijn oor ademt, windt het me op.’ Marnix laat zich echter niet vangen. ’‘Ik kan niet al mijn tijd met je doorbrengen,’ hoorde ik hem zeggen.’ Ondertussen is de ergernis van Em aan Oscar, eenmaal ingezet, niet meer te stuiten. Zijn zwembroek is te klein, hij weet het verschil niet tussen krokussen en narcissen, hij heeft een verzameling vaste zinnetjes. 'Wanneer ik hem vroeg naar zijn familie zei hij: ‘Die heb je niet voor het uitzoeken.’’ De groeiende vervreemding die Em voor Oscar voelt, beschrijft Barnas mooi terloops in minieme scènes, van hortende gesprekken tot verveelde vrijpartijen. Binnen de context van het tropische eiland, waar een Knoper en een Schreeuwer figureren als stille getuigen, krijgen die scènes een surrealistische kracht.

Is De baadster dan een roman over de liefde? Nee. Ja. Het is een roman over het verlangen jezelf te verliezen. Pijnlijk duidelijk beschrijft Barnas hoe Em dit verlangen nastreeft, namelijk door te beminnen, te eten (zichzelf vol te proppen) en de dingen op papier vast te leggen. Misschien is dat het meest opmerkelijk aan haar roman: dat hij pijnlijk duidelijk is, terwijl niets van a naar b gaat en bijna iedere zin een gedicht op zichzelf is. Met omtrekkende, vage en zoekende bewegingen wordt het drama steeds scherper en helderder: dat uiteindelijk niets zich écht laat vangen, beminnen, naderen. 'Zodra een pen het papier raakt, een zin zich schrijft om bijvoorbeeld tijdelijkheid te bezweren, wordt er een starheid geschapen die de zinloosheid van mijn handelen alleen maar bevestigt. Zodra ik lees wat ik schrijf, heeft de toestand die beschreven moest worden zich al opgeheven.’

Is De baadster dan een roman over het schrijven? Nee. Ja. Het is een roman over het verlangen naar ordening. Desnoods de ordening van een breiwerk. De verschillende delen van de roman zijn genoemd naar de basishandelingen die het breien met zich meebrengt. Ieder welopgevoed meisje kan het rijtje opdreunen: insteken, omslaan, doorhalen, af laten glijden, afkanten. Liet het hele leven zich maar zo dwingend voltrekken, lijkt Barnas te willen zeggen. In plaats daarvan ziet Em alleen maar losse eindjes. Onvolkomenheden. En ziet ze haar jeugdvriendin Laurie ziek worden en doodgaan. Het liefst zou Em willen leven als in zo’n kinderpuzzel, waarin de houten stukken allemaal maar op één plek passen. In werkelijkheid wordt ze een beetje gek. Heeft ze het gevoel dat haar verlangen de werkelijkheid vast te leggen zoiets is als vlinders proberen te vangen met een hoepel.

Is De baadster dan niet al te kunstig? Nee. Ja. Het is een roman die zich niet gemakkelijk prijsgeeft. Die zich leent voor lezen en herlezen. Als lezer kom je in het hoofd van Em, en daar is het niet relaxed toeven omdat zij de neiging heeft alles kapot te denken. Barnas blijft echter schakelen tussen ijl en banaal, tussen beeld en gedachte, waardoor het net allemaal 'te doen’ is. Sterker nog: waardoor De baadster een ontroerende en overtuigende roman is geworden.

Ontroerend, vanwege de ernst waarmee hij geschreven is. Overtuigend, omdat hij laat zien dat grote verlangens zich soms het best laten meedelen buiten de lijnen van zomaar een geschiedenis.