Lotte in luiletterland

Soms, een enkele keer, waagt een krant - dagblad hetzij weekblad - zich aan de mystificatie.

Vrij Nederland heeft eens een interview met Henk van der Meijden gepubliceerd dat uit zijn verzameld werk bijeen was geknipt. NRC Handelsblad heeft eens een special gemaakt rond een op mysterieuze wijze weggeraakt en nooit meer teruggevonden metrotreinstel. De Groene heeft eens een profiel gepubliceerd van een hersenkrakende Franse denker van het slag waar de lezers, zoals elke keer weer blijkt, verzot op zijn, zelfs als zij, zoals in het betreffende geval, geheel uit de duim zijn gezogen.
Wat het vraaggesprek met Hugo Brandt Corstius betreft, een klein jaar geleden in De Groene afgedrukt als onderdeel van een themanummer over Leugen & Bedrog: hiervan heeft een enkele lezer verondersteld dat ook dit een mystificatie was. Merkwaardig! Tot de VPRO-radio, in het kader van de vijfentwintigste verjaardag van het programma Welingelichte kringen de geluidsband uitzond waar het vraaggesprek op was gebaseerd - en daarmee was de laatste twijfel weggenomen.
Het omslagartikel van HP/De Tijd over ‘Lotte Lely in Luiletterland’ was een echte mystificatie, een ironische pastiche rond het verschijnsel van kleine, aantrekkelijke schrijfstertjes-in-de-dop die geile verhaaltjes bedenken waar het bronstig uitgeversgilde vervolgens zijn brood aan probeert te verdienen.
Het verhaal is bedacht door Bert Vuijsje, de nieuwe hoofdredacteur van dit weekblad, en het is geschreven door Stijn Aerden, ex-redacteur van Propria Cures, een blad dat in het pasticheren is gespecialiseerd. De authenticiteitsgraad was hoog; de weekbladbeschouwer van de Volkskrant sprak zelfs over 'een amusant verslag van de uitgeversslag om het nieuwe vaderlandse schrijftalent Lotte Lely (21)’.
Het was uiteindelijk nog een hele sport om na te gaan waarom zo'n verhaal toch niet waar kan zijn. Uiteindelijk struikelt Lotte Lely over haar vader. Die gaf (zo werd beweerd) haar manuscript ter beoordeling aan Harry Mulisch, die hij, Lely, nog als 'jong studentje’ kende van de Haarlemse societeit Teisterband. Fout nummer een: Teisterband was een ontmoetingsplaats voor 'kunstenaars en kunstminnenden’ en jonge studentjes hadden daar in de autoritaire jaren vijftig niets te zoeken. Mulisch vertrok in 1958 uit Haarlem, zodat de contacten tussen de jonge schrijver en het jonge studentje halverwege de jaren vijftig moeten worden gesitueerd. Een 'jong studentje’ was, lijkt mij, in die tijd een jaar of achttien.
Heeft vader Lely op societeit Teisterband inderdaad nog met Lodewijk van Deyssel geschaakt? Fout nummer twee: die ouwe knorrepot is in 1952 overleden, zodat de beide schakers elkander niet op Teisterband, maar op de kleuterschool moeten hebben getroffen.
Het boek van Lotte Lely heet Alleen de buitenkant. Dat is voor de goede verstaander een programma op zich. Nog voor het manuscript was uitgetikt, bericht HP/De Tijd, zat de schrijfster met half uitgevend Nederland boven de amuse gueule en klommen de voorschotten van tweeduizend gulden naar een halve ton. Allemaal leugen en bedrog, maar daarom niet minder overtuigend. Want 'waar is wat waar had kunnen zijn’ (Georges Bataille).