Louche arrest

Meester Theo Hiddema moet wel een verdomd goede strafpleiter zijn. Hij heeft namelijk een rechter zo gek kunnen krijgen om te oordelen dat een cartoon over Hiddema gerectificeerd moet worden.

Een rectificatie van een cartoon. Hoe zou zoiets eruitzien? Sorry mensen, er is een klein zetduiveltje in de krant van gisteren geslopen. Waar u Jezus Christus met die onwaarschijnlijk dikke dildo in z’n anus zag, hoorde eigenlijk een veld met madeliefjes te staan. Onze welgemeende excuses. Maar het ging niet om een dildo, het ging om een tekening van Ruben L. Oppenheimer die Hiddema afbeeldde met zijn vaste attributen: sjaaltje, sigaretje, Brussels maatpak. Daarboven: ‘Aangifte tegen louche advocaat om boek.’ En een tekstballonnetje: ‘Maar ik ben géén homo.’

Kennelijk beschuldigde iemand Hiddema van louche praktijken, was er gedonder rond een boek, en de grap was dat die advocaat daar niet op in ging maar wel op de triviale speculatie over ’s mans geaardheid. Ik heb betere Oppenheimers gezien, maar hij is niet onaardig. Hiddema stapte naar de rechter vanwege dat ‘louche’ en krijgt nu gelijk. De rechtbank Limburg verklaart in de toelichting: ‘Naar zijn aard zal een cartoon niet lang worden bestudeerd door een gemiddelde lezer. Een tekenaar mag dan ook niet verwachten dat een lezer zich uitgebreid gaat verdiepen in de (mogelijk) diepere betekenis daarvan.’

Hier zakt je broek bij af. De lezer is een oppervlakkig wezen, dus val hem niet lastig met ironie, satire of welke stijlvorm dan ook die draait om de spanning tussen de letterlijke weergave en de ‘diepere betekenis’. Als we ons allemaal moeten houden aan wat deze uitspraak impliceert – en zolang er geen hogere rechter komt om deze malligheid te corrigeren moeten we ons er ook aan houden – is het wel heel snel uit met de pret. Dan komt er bijna geen cartoon meer langs de censuurcommissie, kan elke oud-minister met terugwerkende kracht rectificaties vragen, en kan ook Bram Moszkowicz alsnog een rectificatie krijgen van Jort Kelder, die hem ‘maffiamaatje’ had genoemd, wat van de rechter immers wél gewoon mocht. Als maffiamaatje mag, mag louche zeker. De maffia moordt en is naar alle maatstaven abject en infaam. ‘Louche’ is in mijn woordenboek onguur, verdacht. En onguur ben je al als je je slecht geschoren hebt. Wat Hiddema overigens nooit zal overkomen.

Ik spreek de man soms, als ik hem tegenkom in een café dat als literair te boek staat. Ik heb wel sympathie voor z’n provocerende mediastijl. Juist hij is volgens mij voorstander van een zo groot mogelijke vrijheid van meningsuiting. Wat maar weer bewijst hoe goed hij kan pleiten, als hij een rechter kan verleiden tot malle uitspraken als deze: ‘Dat een lezer wegens het ontbreken van achtergrondinformatie of een context tot een andere, maar redelijke, uitleg van de cartoon komt dan door de cartoonist bedoeld, komt in een dergelijk geval voor rekening van de cartoonist.’

De lezer is een ­oppervlakkig wezen, dus val hem niet lastig met ironie of satire

De lezer is blind voor diepere betekenissen, en als hij tot verkeerde betekenissen komt is dat de schuld van de cartoonist. Die moet dan maar duidelijke taal spreken, in plaats van overal ironisch omheen te lullen. Als zelfs de rechtbank kortzichtigheid tot norm verheft, is alle hoop op een minimaal niveau van intellectuele vorming wel verdampt.

En dan zwijg ik nog over de totale absurditeit van de opgelegde sanctie. Het huis-aan-huisblad waar de cartoon in stond moet een rectificatie plaatsen die letterlijk door de voorzieningenrechter wordt gedicteerd: ‘De voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg (Maastricht) heeft bij vonnis van 31 oktober 2014 geoordeeld dat de aanduiding van mr. [eiser] als louche advocaat door de heer [gedaagde 1] en A en C Media in een cartoon die verschenen is (…)’

Enzovoort, enzovoort. Wie gaat dat lezen, zo’n brokje tekst, zo’n disclaimer, gemaakt om gedachteloos weg te klikken? Eén groep lezers in elk geval zéker niet, namelijk die lezers die zich ‘niet uitgebreid gaan verdiepen in (mogelijk) diepere betekenissen’. Jammer, want laat dat nu juist, volgens de logica van de rechtbank, de enige groep zijn voor wie die rectificatie van belang is. Alleen de kortzichtigen onder de cartoonkijkers zijn immers al wekenlang in het ongewisse: is die man nu wel of niet louche? De uitspraak is een symbolische overwinning in een symbolisch gevecht, waarvan bij aanvang al niet erg helder was waarom zo’n overbelast apparaat als een rechtbank zich erover moest buigen.

In plaats van wat de rechtbank had moeten doen – seponeren, en zeggen: jongens, vecht het lekker uit in de kroeg – doet ze het omgekeerde en maakt dan een verregaande fout door met een uitspraak te komen die verregaande gevolgen heeft voor de artistieke vrijheid van alle cartoonisten, cabaretiers, columnisten en wie er allemaal nog meer z’n brood verdient als Cliniclown in het Pieter Baan Centrum genaamd Nederland.