Louis Sévèke (1964-2005)

Louis Sévèke (1964-2005)

Duizendpoot

Louis Sévèke, een begrip in de Nijmeegse actiebeweging, werd op 15 november doodgeschoten. Hij was een vriendelijke en bescheiden actievoerder, wiens werkterrein meer in de rechtszaal lag dan op straat en die zijn gelijk vaker zocht met behulp van woorden dan met daden. Hij maakte geen directe vijanden.

Doortastend en zachtaardig, dat zijn de woorden die vrienden en collega’s het meest gebruiken om actievoerder, juridisch adviseur en inlichtingendienstenkenner Louis Sévèke te typeren. «Hij was een tijgertje dat zich in stukken kon vastbijten», zegt collega Roger Vleugels. Volgens milieuactivist Pieter Jansen was hij «erg principieel»: «Ik herinner me dat hij in de tijden van de aanleg van de Betuwelijn de procedure voor het behoud van een monumentale boerderij voortzette terwijl deze al lang was gesloopt. Hij won de zaak. Het ging hem om de principes van de rechtsstaat.»

Halverwege de jaren tachtig ging Sévèke geschiedenis studeren in Nijmegen, een stad die in die tijd samen met Amsterdam de voorhoede van actievoerend Nederland vormde. Een jaar nadat Sévèke met studievrienden zijn eerste kraak had gezet, raakte hij betrokken bij de bezetting van het kantorencomplex de Mariënburg. In 1987 liep de ontruiming van dat pand uit op rellen waarbij Sévèke werd gearresteerd. Een zware straf was geboden, vond de rechter, en dat leidde tot de eerste veroordeling van krakers op grond van artikel 140 (verbod op lidmaatschap van een criminele organisatie). Sévèke kreeg negen maanden gevangenisstraf, een buitengewoon hoge straf voor die tijd.

Na zijn tijd in de cel leek Sévèke te hebben besloten een nieuwe route in te slaan. Hij voerde minder vaak actie op straat, des te vaker op papier. In 1990 was hij een van de auteurs van De tragiek van de geheime dienst, een boek waarin de plaatselijke afdeling van de BVD (de voorloper van de AIVD) en de methodes die zij hanteerde minutieus werden beschreven en enkele infiltranten in Nijmeegse actiegroepen werden ontmaskerd. De plaatselijke en landelijke BVD waren not amused, maar konden geen gronden voor strafrechtelijke vervolging van de auteurs vinden.

Begin jaren negentig richtte Sévèke twee bureaus op: het Steunpunt Inzage Politie dossiers en het OnderzoeksBureau Inlich tingen- en Veiligheidsdiensten. Met het eerste bureau voerde hij talloze rechtszaken – hij was inmiddels rechten gaan studeren – om inzage in politiedossiers te krijgen, vaak met succes. Het tweede diende als kritisch orgaan van diverse Nederlandse inlichtingendiensten. Hij runde dit bureau met zijn medeactivist en partner Frank Schoenmaeckers. Ze onderzochten het functioneren van geheime diensten, en ondersteunden personen en organisaties die geconfronteerd werden met werkzaamheden van die diensten. Hard nodig, want «de inlichtingendiensten controleren de burger, maar wie controleert de inlichtingendiensten?» zoals hij zich eens afvroeg in een van de spaarzame interviews die hij heeft gegeven.

Meer nog dan een onderzoeker die het functioneren van inlichtingendiensten en de politie aan de kaak stelde, was Sévèke voor Nijmegen een soort peetvader van de actiebeweging. In Nijmegen is er nauwelijks een maatschappelijke of milieuorganisatie te vinden waarvan de al twintig jaar actieve Sévèke niet organisator, adviseur, touwtrekker of deelnemer was. Maar een echte leider was hij niet, daar was hij te bescheiden voor. Vrienden en collega’s herinneren zich hem als iemand «die nooit uit was op eigen gewin», die «vierentwintig uur per dag klaarstond voor mensen uit de samenleving» en «vaderlijk advies» gaf aan de volgende generatie.

Sévèke was een actievoerende duizendpoot. Dit jaar organiseerde hij een daklozen spreekuur in de binnenstad, zette zich in voor de legalisering van kraakpand de Grote Broek en was actief in het Platform Breed Pardon. Voor dat platform organiseerde hij de fakkeloptocht die donderdagavond 17 november werd gehouden voor de elf overledenen van de Schipholbrand. Hij mocht het zelf niet meer meemaken. Twee dagen daarvoor, op dinsdagavond om vijf over negen, werd Sévèke neer geschoten in de Van Welderenstraat, 150 meter van de Grote Broek, waar hij die avond een vergadering had bijgewoond. Het zou een wake worden voor twaalf doden.

Bij het ter perse gaan van dit nummer had de politie, na honderd getuigen te hebben gehoord en twee maal een sporenonderzoek te hebben verricht, geen enkele aanwijzing omtrent de identiteit van de dader. Over de toedracht van de moord is niets bekend.

Motieven die direct met Sévèke’s werk te maken hebben zijn er eigenlijk niet. «Onderzoek doen naar inlichtingendiensten is geen gevaarlijk werk», zegt Roger Vleugels. «Je richt je pijlen op de overheid en dat is eigenlijk een heel relaxte tegenstander.» Wilde complot theorieën waarin de overheid met de moord in verband wordt gebracht vindt hij daarom onzinnig. De speculatie die in het Algemeen Dagblad stond onder de suggestieve kop «Louis Sévèke had bij BVD zeker één vijand» is volgens hem larie. Het artikel beschrijft hoe Sévèke ex-BVD-agent Cees van Lieshout zou hebben ontmaskerd als infiltrant bij een extreem-linkse actiegroep. «Dat is niet waar, Van Lieshout is destijds zelf naar De Gelderlander gestapt. En dit speelde vijftien jaar geleden. Als Van Lieshout wraak had willen nemen op Sévèke, waarom zou hij dan vijftien jaar wachten?»

Naasten in de omgeving van Sévèke hebben verklaard dat hij niet werd bedreigd. Wel was hij betrokken bij een initiatief om de gevangenschap in afzondering van Mohammed B. aan de kaak te stellen. De organisator van die actie is wel bedreigd.

Ook was Sévèke een bekend gezicht bij kraakpand de Grote Broek, dat enkele dagen voor de moord nog in het nieuws kwam omdat de anti-Verdonk-poster die op de ruit was geplakt op last van de gemeente werd weg gehaald. Of zij naar aanleiding daarvan zijn bedreigd willen de krakers noch een woordvoerster van de politie bevestigen.