Louis van gasteren de liquidatie van de twijfel

‘WAAROM IS ER GEEN Louis van Gasteren-prijs?’ De regisseur zegt het op humoristische toon, maar toch. Hij hoort verdomme toch niet thuis in het rijtje ‘masturbanten’ als Joris Ivens en Johan van der Keuken, die maar een scheet hoefden of hoeven te laten…

Voor journalisten heeft hij steevast een strikvraag in petto: ‘Je zegt wel dat je van mijn films houdt, maar welke ken je eigenlijk?’ Het antwoord wacht hij niet af - niemand kent immers zijn films, weet hij. En hij vangt ook nooit een cent voor zijn producties. 'Wáááát zeg je daar! Je hebt een video van mijn film bekeken? Hoe kom je daaraan? Schande!’
Louis van Gasteren zou het wel anders willen. Gezellig samen bij een goed glas wijn over zijn bijzondere filmoeuvre praten. Maar er is iets in hem geknapt. De journalist die hem opzoekt in zijn heiligom aan de Amsterdamse Kloveniersburgwal, heeft het zwaar. Eén verkeerd gekozen woord, en de filmmaker barst in razernij uit.
Iedereen staat Van Gasteren namelijk naar het leven. Die ene journalist is vast gestuurd door de man die hem eerder in dat weekblad heeft afgemaakt, en uit de mond van die andere journalist heeft zijn vriend Piet Vroon zes jaar geleden een foute opmerking over hem opgetekend - en die man wil hem interviewen!
Het universum van Louis van Gasteren zit vol rioolratten. Daarom houdt hij zijn luchtbuks in de aanslag. Hij zou er zo veel liever vanaf zijn balkon mee op de klokken van de Zuiderkerk schieten, om het bezoek te trakteren op een galmende b of cis. Maar ja…
LOUIS ALPHONSE van Gasteren werd verleden week vijfenzeventig jaar. Tijd om 'schoon schip te maken’, vindt hij. Zijn papieren archief moet maar naar het Filmmuseum. Want hij is daar eens even in het Van Gasteren-knipselarchief gaan kijken, en daarin zitten enkel die schandalige stukken over hem van Bart Middelburg in Het Parool.
De betreffende stukken bevonden zich inderdaad in het knipselarchief. Nu niet meer. Wel bevat het archief een vrij volledig overzicht van Van Gasterens filmcarrière. Veel positieve stukken over krachtige, persoonlijke, speelse, omstreden, weerbarstige, experimentele en bekroonde films. Het huis (1961), over opeenvolgende generaties in een landhuis, een beeldverhaal over de zin van het leven. Omdat mijn fiets daar stond (1966), over het politiegeweld bij de opening van een tentoonstelling over politiegeweld. Begrijp je nu waarom ik huil (1969), over een slachtoffer van het KZ-syndroom die lsd-therapie krijgt van professor Bastiaans. Filosofenportretten, films over de waarneming, geëngageerde filmische berichten uit allerlei brandhaarden in de wereld.
Van Gasterens pièce de résistance is Hans, het leven voor de dood uit 1983. Afgelopen zondag was hij nog te zien op televisie. Het is een uitdagend monument van de jarenzestiggeneratie en het behoort zonder twijfel tot het beste dat de Nederlandse documentaire traditie heeft voortgebracht. Van Gasteren portretteert mensen uit de toenmalige scene van Hans van Sweeden, een talentvole jonge kunstenaar die in 1963 zelfmoord pleegde. Het beeld dat uit de film oprijst, is ontluisterend: een aaneenschakeling van onvervulde idealen en mislukte privé-omstandigheden. Wat Van Gasteren in Hans, het leven voor de dood genadeloos laat zien, is dat het leven, in zijn woorden, niet iets is waarmee je jezelf hoeft te feliciteren.
FILMMAKER Jaap van Hoewijk was van 1991 tot 1993 als regieassistent en researcher in dienst van Louis van Gasteren. Toen Van Hoewijk in 1995 debuteerde met Procedure 769: The Witnesses to an Execution, een veelgeprezen document over de barbaarse rituelen bij een Amerikaanse doodstrafprocedure, kon Van Gasteren geen complimentje over zijn lippen krijgen. Van Hoewijk: 'Louis is een schat van een man, maar hij drijft je tot wanhoop. Hij eet je een beetje op. Ik heb in die tijd zo veel mensen uit zijn huis zien vertrekken. Met ruzie. Door zijn achterdocht. Ik wilde voor mezelf beginnen, en dat kon hij heel moeilijk hebben.’
'Louis is zo'n lieve man.’ Ook filmregisseur Gerrard Verhage kiest zulke woorden. 'Ik moet altijd vreselijk om Louis lachen. Hij is namelijk ook een clown. Je moet alleen niet de fout begaan hem serieus te nemen. Hoewel clowns de waarheid spreken. Kijk, Louis is iemand die ergens binnenkomt met een plank, en die plank dan dwars door de deur wil hebben. Hij is een vulkaan, die met een ongelooflijke hoop herrie alle aandacht naar zich toe trekt. Maar achter dat geweld zit zó'n hartje. Je moet gewoon terugbrullen tegen Louis, dan lacht hij en is alles weer goed.’
Een nogal destructief spel van aantrekken en afstoten. Verhage: 'Hij is zo beschadigd. Het Parool heeft hem op zo'n kwaadaardige manier geterroriseerd. Echte karaktermoord, waartegen hij zich niet kon verdedigen.’
Het klinkt raar: een brulaap als Louis van Gasteren die zich niet kon verdedigen. Toch is het waar. Het afgelopen decennium trok hij, geassisteerd door een legertje advocaten, in de aanval tegen iedereen die hem in zijn ogen belasterde. Maar waar was de verdediging toen het er voor Van Gasteren het meest op aankwam? Waarom heeft zich nooit iemand uit het verzet gemeld om te vertellen dat het zíjn groep was geweest die aan Van Gasteren de opdracht had gegeven tot liquidatie van zijn joodse onderduiker? Die joodse onderduiker, Walter Oettinger, is hem zijn leven lang blijven achtervolgen.
'HET VERZET is ons motief’. Onder die kop interviewden Hans Beerekamp en Max van Rooy de filmmakers en journalisten Jan Vrijman, Louis van Gasteren en H.J.A. Hofland in NRC Handelsblad ter gelegenheid van het tweede International Documentary Filmfestival Amsterdam in 1989. Terwijl Van Gasteren een aantal jaren eerder in dezelfde krant, in een interview met Aad van der Mijn, had beweerd: 'Ikzelf heb de oorlog buiten de deur gezet’, haalde hij hem nu weer met veel aplomb binnen. Hij vertelde over een film die hij wilde maken, waarvoor hij materiaal verzameld had uit de oorlog, 'zelfs over de liquidatie van die onderduiker die voor mij gewoon een levensbedreiging was - en niet voor mij alleen, maar ook voor anderen - en na gemeen overleg moest worden geliquideerd.’ Ook vertelde hij dat hij daarvoor in de gevangenis had gezeten en kort na de oorlog gratie kreeg.
Van Gasterens coming out als verzetsstrijder die een onderduiker had omgebracht, ontging de journalisten Adriaan van Dis, Adriaan Venema en Bart Middelburg niet. Van Dis had al in 1982, ook in de NRC, het verhaal 'De straat van de huiver’ gepubliceerd, over het leven van Duits-joodse immigranten en latere onderduikers in de Amsterdamse Beethovenstraat en omstreken. Een van Van Dis’ informanten vertelde hem, zoals hij noteerde, 'half lachend een gruwelijke geschiedenis, met naam en toenaam van de betrokkenen, over het in stukken snijden van een “niet te kalmeren” onderduiker in de badkamer verderop in de Beethovenstraat. Meer bewoners reppen over deze zaak. Alleen de details verschillen.’
Van Gasteren reageerde direct op de publicatie van Van Dis, hoewel zijn naam er niet in voorkwam. Hij eiste een rectificatie van de krant. En kreeg die ook, merkwaardigerwijs al even anoniem als de betreffende passage. De strekking was dat de beschreven zaak door de omstandigheden tijdens de bezetting was afgedwongen en juridisch geheel was afgehandeld.
In kleine kring was er wel iets van bekend: de pijnlijke omstandigheden waaronder de onderduiker in kwestie in 1943 door Van Gasteren was omgebracht in het ouderlijk huis in de Beethovenstraat waar hij een appartement had. Maar na zijn heroïsche verhaal in 'Het verzet is ons motief’ kwam de affaire in een stroomversnelling.
VAN DIS VERTELDE 'oorlogsjournalist’ Venema wat hij wist. Venema speelde - aldus zijn memoires - zijn bevindingen over de joodse onderduiker vervolgens door naar Bart Middelburg. Oettinger, zo stelde Venema vast, was een rijke, intelligente, gehandicapte en rustige man, ongeveer de laatste die het verzet in de problemen zou brengen.
Middelburg was inmiddels, in januari 1990, in Het Parool zijn roemruchte serie artikelen gestart, waarin hij suggereerde dat Van Gasteren een 'ordinaire roofmoord’ had gepleegd. Middelburg baseerde zich onder meer op via-viaverhalen die moesten aantonen dat Van Gasteren in de kelder van de Amsterdamse Stadsschouwburg, waar hij in de oorlog als elektricien werkte, in de weer was geweest met een hoop geld.
Het lijkt erop dat Middelburg te veel wilde. Het was al moeilijk genoeg om aan te tonen dat Van Gasteren in 1946 ten onrechte gratie had gekregen. Maar hij wilde ook nog een roofmoord bewijzen, en dat was wel iets anders.
Anderen mengden zich in Het Parool in de strijd, zowel pro als contra Van Gasteren. Eén ding werd duidelijk uit die stukken: Van Gasterens gratie was het resultaat geweest van een geslaagde lobby van zijn beroemde ouders en hun kennissen, van wie sommigen een respectabele positie in het verzet hadden bekleed. Geen van deze verzetsstrijders kon echter namen noemen van mensen uit de verzetsgroep die opdracht tot de liquidatie zou hebben gegeven.
Verder werd duidelijk dat die onbekende verzetsgroep wel erg klungelig had geopereerd: het geschreeuw om Hilfe had bijkans de hele buurt uit zijn slaap gehouden, en Van Gasteren had buitenstaanders ingeschakeld bij het dumpen van het lijk in de Boerenwetering, waar het snel gevonden werd. Doordat Van Gasteren bij de botenverhuur gewoon zijn naam had genoemd, kon hij ook snel ingerekend worden.
BIJ HET VERLENEN van gratie was men er klaarblijkelijk van uitgegaan dat een familie die joden verborgen had gehouden, het voordeel van de twijfel verdiende.
Willy Wielek-Berg, filmjournaliste van Trouw en kort na de oorlog goed bekend met de casus, zegt dat het eigenlijk nog simpeler lag: 'We vonden het gewoon zo verschrikkelijk zielig voor die jongen (Van Gasteren was twintig ten tijde van het incident - ah). Hij heeft er zo onder geleden. Je wist niet wat er zich precies had afgespeeld, maar er zijn in het verzet zo veel van dat soort dingen gebeurd. Het was een tijd vol tegenstrijdigheden. De oude Van Gasteren, de acteur, was bijvoorbeeld helemaal niet goed in de oorlog, maar ze hadden wel onderduikers. Nee, ik weet niet of ik zelf getekend heb voor dat gratieverzoek. Ik was nog heel jong. Er werd vooral getekend door belangrijke mensen die elkaar kenden uit de linkse beweging.’
Er gebeurde zo veel in de paniek van de oorlog, en er kon zo veel misgaan in een onbewaakt moment. Er zit nog zo veel tussen een goedgeplande verzetsdaad en een roofmoord. Maar waarom blies Louis van Gasteren dan, in de NRC in 1989, zo hoog van de toren? 'Ach’, zegt Wielek, 'zo was die hele familie.’
Bart Middelburg en Louis van Gasteren speelden allebei hoog spel. Middelburg kwam in Het Parool met een tweede moord op de proppen, terwijl Van Gasteren een verzetspensioen aanvroeg bij de Stichting '40-'45. Na een lange procesgang bepaalde de Hoge Raad in 1995 dat Middelburgs publicaties onrechtmatig waren. Van Gasteren had, aldus de Raad, het recht om niet veertig jaar later nog eens op grievende en onterende wijze met zijn daad te worden geconfronteerd. In de overwegingen speelde mee dat de beschuldiging van ordinaire roofmoord onvoldoende gestaafd zou zijn en dat er geen klemmende reden van publiek belang was voor de artikelen.
Louis van Gasteren had gewonnen en mocht een flinke schadevergoeding meenemen. Maar al ging hij formeel weer vrijuit, hij moest verder door het leven met een zweem van onwaarachtigheid om zich heen. Men wilde nu wel eens het hele verhaal horen. Maar iedereen die te dicht bij kwam, werd weggejaagd.
LOUIS VAN GASTEREN verdient een echte biografie, een werk dat dieper graaft dan die ene filmografische brochure van de Melkweg uit de jaren zeventig. Maar welke biograaf waagt zich eraan?
Aad van der Mijn deed ooit voor NRC Handelsblad een poging tot een interview: 'Het wordt echter snel duidelijk dat vragen hem niet inspireren. Ik laat daarna de loop van het gesprek bepalen door zijn stemming, dáár op dát moment. Al snel spreekt hij dan met luide stem, slaat af en toe met een gebalde vuist op de leuning van zijn stoel om zijn betoog te onderstrepen. In sommige zinnen krijgt ieder woord een klemtoon. Ik noteer:… ’. Waarna een onstuitbare monoloog volgt.
Van Gasteren voert in elke situatie zelf de regie. Zo is hij in wezen ook de regisseur van Een kettingzaag voor het verleden, het filmportret dat Ad ’s-Gravesande naar aanleiding van zijn vijfenzeventigste verjaardag heeft gemaakt. In de film zien we Van Gasteren vooral zoals híj dat zelf wil. Het was zichtbaar buigen of barsten voor de echte regisseur, ook al is die de hoogste baas van de Nederlandse filmopleiding.
De film levert fraaie poses op, dat wel. Louis die in Luxemburg verhaalt hoe hij daar ooit, tot zijn afschuw, de Hitlerjugend hoorde zingen. Louis op Sardinië, waar hij ooit herder wilde worden. Of Louis op de Kloveniersburgwal, waar hij de troep op straat wegbezemt, de rotzooi van het leven voor zijn deur. 'Het is niet leuk om te overleven’, declameert de hoofdpersoon nadat hij de gevaarlijke onderduiker en de gratie de revue heeft laten passeren.
Typerend is de scène waarin we Van Gasteren in een auto op een kruising in Spanje zien - een scène uit de oorlogsfilm die hij nooit voltooid heeft. 'Je kunt linksaf, je kunt rechtsaf, en rechtdoor’, horen we hem zeggen. We zien hem rechtdoor gaan. De weg loopt dood op een rots.
Vreemd, het fragment zou je moeten raken, maar het komt koket over. Gespeelde twijfel.
Alle films van Van Gasteren gaan over hemzelf, en alle films gaan over de oorlog. Dat laat ’s-Gravesande met goedgekozen fragmenten zien. Dat is ook geen geheim, integendeel. Maar Een kettingzaag voor het verleden maakt schrijnend duidelijk dat Louis van Gasteren, op zijn verongelijktheid na, elke emotie overschreeuwt met mooie verhalen en interessante ideeën. In 1975 zei hij al: 'Het liquideren van mijn twijfels is voor mij zelden leuk.’