Louis van gasteren en de journalistiek

Het moest maar eens afgelopen zijn, vond Algemeen Dagblad-journaliste Pamela Hemelrijk verleden week. Haar meerderen bij het AD durfden het - opnieuw - niet aan een stukje van haar over cineast Louis van Gasteren te publiceren. Hemelrijk schreef daarop een open brief aan de Hoge Raad waarin ze haar ergernis uit over de kennelijke onmogelijkheid ook maar een letter over de zaak-Van Gasteren te schrijven.

‘Geachte Hoge Raad, (…) Ik dacht altijd dat je in een vrij en beschaafd land alles mocht schrijven, zolang je maar geen leugens verkoopt en geen mensen belastert, maar dat schijnt niet waar te zijn. En dat komt, aldus de (…) juristen, omdat Uw Raad op 17 januari 1995 een arrest heeft gewezen, waarin het, kort samengevat, onrechtmatig wordt verklaard om ooit nog één letter te publiceren over het feit dat Louis van Gasteren in de oorlog een onderduiker heeft vermoord.’
Hemelrijk zet in vier A4'tjes uiteen waarom er, naar haar idee, alle reden is om te blijven publiceren over de moord op de joodse onderduiker Walter Oettinger, een moord die door Van Gasteren als verzetsdaad is uitgelegd. Ze stuurde de brief naar kranten, weekbladen en omroepen.
Met opzet drijft Hemelrijk de zaak enigszins op de spits. Het arrest van de Hoge Raad betekent natuurlijk niet dat er helemaal niets over de zaak geschreven mag worden. Het is Louis van Gasteren die het arrest zo uitlegt. En hij brengt die uitleg in praktijk door iedereen die ook maar van zins is er een letter over op papier te zetten, te achtervolgen.
De schrik zit er bij hoofdredacties en uitgeverijen inmiddels goed in. Toen en nu. Kort na het arrest van de Hoge Raad dacht journalist Frank van Kolfschooten er goed aan te doen de passages over Van Gasteren in zijn boek over de Beethovenstraat, De koningin van Plan Zuid, voor te leggen aan Van Gasterens advocaat Doeleman. Van Kolfschooten kreeg de tekst terug met de mededeling dat die onrechtmatig was. De journalist paste de tekst aan.
Recent speelde de kwestie rond het boek van NRC-medewerker Eric Slot, die de zaak oprakelde in zijn boek Wandelingen door moorddadig Amsterdam. Uitgever Ronald Dietz van De Arbeiderspers haalde het boek na de eerste dreigementen van Van Gasterens advocaten schielijk van de markt en betaalde de cineast een fikse schadevergoeding.
Van Gasteren deinst er verder niet voor terug de omgeving van de betreffende journalisten te bewerken, van vriendenkring tot werkkring. Vara-journalist Hans Polak, die zich in het kader van een televisiedocumentaire over moorden op joodse onderduikers met de zaak-Van Gasteren bezighield, vernam via zijn kennissenkring van Van Gasteren dat hij geen recht van spreken had over de zaak: Van Gasteren had immers zijn ouders gered - hetgeen, aldus Polak, pertinent onwaar is en grievend. De auteur van een artikel over Van Gasteren in De Groene verleden jaar kreeg van haar werkgever te horen dat die door de cineast was benaderd met het verzoek de auteur te ontslaan omdat het een gevaarlijke gek was.
Hemelrijks brief biedt stof tot nadenken. Niet alleen voor de Hoge Raad, die in 1995 meende dat er wel genoeg was geschreven over deze kwestie. Via de stijlfiguur van een open brief aan de Hoge Raad roept Hemelrijk haar collega’s en hun bazen op hun koudwatervrees te laten varen, in naam van de waarheidsvinding.
De boodschap geldt ook voor de NRC. Elsbeth Etty hield in haar column in die krant afgelopen zaterdag een pleidooi voor de persvrijheid. Dezelfde Etty betichtte in september de journalisten die het waagden de zaak-Van Gasteren op te rakelen van 'achtervolgerswaan’ en de neiging tot 'lynchen’. Blijkbaar vindt ze de persvrijheid alleen de moeite waard als die haar welgevallige feiten boven tafel brengt.