De opkomst van het designhotel

Loungen tussen bamboestokken

Ze staan in Dubai, Berlijn en nu ook in Amsterdam: de hotels nieuwe stijl die mikken op reizigers die meer willen dan de standaardformule.

O, AANGENAME verwarring. In het vakantieoord in het zuiden van Gran Canaria zie ik de verlichte torens in de verte enige tijd aan voor de plaatselijke katholieke kerk. Maar helemaal overtuigd van mijn gelijk ben ik niet, omdat de twee torens elke avond in paars oplichten en ook nog geflankeerd gaan van felle feestverlichting.Het blijken bij nadere beschouwing de torens van het chicste hotel van Meloneras. Waarmee we goed beschouwd uitkomen op een modern fenomeen: niets is meer wat het lijkt. Het hotel kan kennelijk de gedaante van een kerk aannemen - en soms de kerk die van een hotel.
Bij de opening van het nieuwe complex van de Raad van State in Den Haag vergeleek het architectenechtpaar Merkx + Girod de wachtruimte bij de zittingszalen met een hotellobby. ‘Want dat soort lobby’s zijn tegenwoordig de plek om af te spreken of te netwerken’, voegde Evelyne Merkx eraan toe. Merkx kan het weten: zij heeft heel wat interieurs van een eigentijds vernis voorzien, van de Hema tot de Selexyz-boekhandel in de Dominicanerkerk te Maastricht. Een hotel ontbreekt nog in het oeuvre van Merkx + Girod, maar het is een treffende constatering om semi-openbare ruimtes op een lijn te stellen met hotellobby’s. In feite erkent Merkx daarmee dat de hotellobby er niet meer uitsluitend is voor de gasten, maar ook voor de stedeling. Dat fenomeen heeft zelfs sinds een jaar of tien een nieuw begrip opgeleverd: loungen. Het staat voor onderuitgezakt liggen of zitten op luie banken in afwachting van, ja in afwachting van wat? De lounge is de ultieme hangplek, met andere woorden, voor ouderen.Geen metropool, zelfs niet een toeristenparadijs als Meloneras, kan zonder zo'n hotel nieuwe stijl. Het Sankt Petri Hotel in Kopenhagen bijvoorbeeld, een oud-warenhuis, beschikt over een lounge waar menige club jaloers op zou zijn. ’s Avonds gaat het loungen daar over in clubbing. In The New Standard in downtown Los Angeles fungeert the pool on the roof als hangplek of catwalk, net waar je zin in hebt.
In de nieuwe hotels van Amsterdam vermengen sferen en activiteiten zich eveneens. Het voormalige Volkskrant-gebouw maakt zich op voor een alliantie tussen low budget-hotel en creatieve broedplaats. Dat is min of meer geïnspireerd op het enkele jaren geleden geopende Lloyd Hotel dat als extra attractie de culturele ambassade heeft ingezet. Het vooraanstaande architectenbureau MVRDV veranderde de voormalige jeugdgevangenis in een bont allerlei van kamers. Lloyd biedt kamerarrangementen voor gasten tussen één en vijf sterren. Sinds december heeft het Lloyd (117 kamers) er een zusje bij aan de morsigste straat van Nederland, The Exchange aan het Damrak. Daarvoor werd een bestaand hotel overhoop gegooid. Een gedurfde investering, aangezien het (toeristische) publiek ter plekke uit is op snelle, goedkope kicks. Opnieuw is het duo Suzanne Oxenaar/Otto Nan (van het Lloyd Hotel) op zoek gegaan naar jong creatief talent dat de kamers heeft ingericht. Het thema is fashion. De modeontwerpers werd gevraagd de kamer te beschouwen als een menselijk lichaam. Oxenaar staat aan de wieg van het loungen: in de jaren tachtig al bedacht ze het Supper Club-concept waar bezoekers geacht worden liggend te eten. Omdat ze er zelf van houdt in bed te eten, zegt ze, en omdat mensen zich anders gaan gedragen als ze hun schoenen moeten uittrekken.
Elke kamer een individueel pareltje zoals The Exchange en Lloyd, daaruit spreekt dat we niet meer uitsluitend in het Van der Valk-tijdperk leven, ook al voorziet die keten in een behoefte. Strategisch gelegen en financieel bereikbaar, om een paar argumenten ten faveure van dit marmer-en-tapijt-imperium voor de gewone man te noemen. Die krijgt de illusie aangereikt een avond in weelde te verkeren - en daar is niets mis mee. Een hotel hoort een tovenaar in dromen te zijn, letterlijk en figuurlijk. Dat geldt zowel voor de Ritz (voor wie het zich kan veroorloven) als voor Motel de Witte Bergen.
Veel ketens hebben alleen al door de omvang een reden van bestaan, maar ze hebben de afgelopen jaren gezelschap gekregen van het zogeheten boutique-hotel. Het is het verschil tussen slow en fast food, tussen massaliteit en verfijning. Nog een belangrijk verschil: het hotel nieuwe stijl mikt op een reiziger voor wie architectuur, interieur en goed eten belangrijker zijn dan de standaardformule. Het past bij de individualisering van deze tijd, iets wat, als het om toerisme gaat, naast de groepsreis voorkomt.
Ze staan op Bali, in Shanghai en Dubai, op Ibiza of in Berlijn, en inmiddels ook in Amsterdam, dit soort oogstrelende resorts. Ze worden aangeprezen in glossy magazines als Villa d'Arte en ook al zou je je er nimmer een verblijf in kunnen bekostigen, de foto’s alleen al brengen je naar een droomwereld. Er komen stylisten aan te pas om de bamboestokken in wit grind te arrangeren en de rotanbedden in slagorde langs het zwembad op te stellen. Dit soort hotel heeft een nieuw stokje uit de toverdoos te voorschijn gehaald: wellness. Uit alle illustraties straalt een boodschap: u zult zich wel bevinden.
Dat er daarnaast accommodaties voor groepen noodzakelijk zijn, bewijst de hausse aan openingen van hotels in Amsterdam, in zowel nieuwe complexen als in verbouwde kantoren. De toestroom van Chinezen en Russen moet immers worden gegarandeerd. Sterker: de gemeente heeft de branche verzocht het tekort aan hotelkamers - geraamd op vijfduizend - in sneltreinvaart terug te dringen. Een hotelloods struint de hele stad af op zoek naar courante panden. Dat heeft zelfs in een desolaat gebied als Sloterdijk al nieuwe vestigingen opgeleverd van Ibis en Holiday Inn. En niet alleen de Chinese invasie moet worden opgevangen, ook de congresganger. Als jaarlijks in september the International Broadcast Convention in de RAI congresseert, schiet het aanbod tekort. Dan moeten de deelnemers uitwijken naar Utrecht of Hoofddorp. Amsterdam heeft, begrijpelijk, liever dat deze spenderende bezoekers in de hoofdstad resideren. Congresgangers of Chinezen, dat is een andere categorie hotelgasten, die in geen enkel opzicht voor buitenissigheden wil worden geplaatst. De onzekerheid van een ander land met een ander schrift is al groot genoeg.
Verrassingen zul je bij een designhotel juist voor lief moeten nemen. In The Exchange in Amsterdam lopen de ventilatiebuizen en leidingen open en bloot door de hotelwinkel en is de receptionist in een soort bushokje weggeborgen. We hebben onze eigen smaak gevolgd, zegt Oxenaar monter, en daar komen vanzelf gasten op af. Gewoonlijk zijn dat cultureel angehauchte bezoekers, gelokt door wervende verhalen in The New York Times.

HET KLEINERE boutique- of designhotel is te zien als het Calimero-verzet tegen de Hiltons, Best Westerns en NH Hotels in deze wereld. De grondslag hiervoor werd in Nederland gelegd door Hotel New York in Rotterdam (ontwerp Dorine de Vos en ondernemer Daan van der Have) begin jaren negentig. Zoveel kamers, zoveel stijlen, was het uitgangspunt, maar belangrijker was het streven een huiskamer voor Rotterdam te ontwikkelen. Het is twintig jaar na dato nog steeds een doorslaand succes. Het duo De Vos/Van der Have heeft het concept tien jaar geleden herhaald met Villa Augustus in Dordrecht, gevestigd in een voormalige watertoren en pompstation. Hier is de formule niet zozeer 'huiskamer’ maar het biologische product uit de moestuin en in de winkel. Het gaat in het moderne hotel allang niet meer om een bed en ontbijt maar om een totaalbeleving.
De opkomst van het designhotel is, hoe kan het ook anders, gelijk opgegaan met de populariteit van design - met Philippe Starck in de jaren tachtig als vaandeldrager. Starck bedacht voor zowel Londen als New York sterke concepten, die vreemd genoeg pas na het millennium navolging kregen. Modern chique zou de stijl genoemd kunnen worden, interieurs waarin elk detail en meubelstuk samenhang met elkaar vertonen. Starck greep daarmee terug op de hotels uit de jaren zestig waarvan het Radisson van Arne Jacobsen in Kopenhagen het bekendst is. De boodschap aan de gast is dat de smaak uit de hotellobby wordt doorgezet tot in de kamer zelf. Hoe vaak komt het niet voor in het standaardhotel dat de teleurstelling over de benepen kamer groot is na een ontvangst in de overrompelende hal. What you see is what you get - dat heeft het design- of boutique-hotel goed begrepen.
In dat opzicht voldoet de nieuwe generatie goedkope hotels eveneens aan de verwachting. Het Easyhotel van de Griek Stelios in de Amsterdamse Pijp is basic, van lobby tot hotelkamer, omdat het mikt op een 'rugzaktoerist’ die zich niet meer kan veroorloven. Aan de andere kant van het spectrum bevindt zich het net geopende Conservatorium Hotel in de voormalige Rijkspostspaarbank aan de Van Baerlestraat. De hoofdredacteur van Het Parool noemde het 'een stuk New York in Amsterdam’. Een Israëlische miljardair heeft daarin honderd miljoen geïnvesteerd om een - voor Amsterdam - ongekende allure te presenteren. Het Conservatorium Hotel is ingericht door de Italiaanse architect Piero Lissoni, de man achter diverse Cassina-zitbanken en Boffi-keukens. Iemand die net zo makkelijk een villa als een jacht ontwerpt.
Het Conservatorium Hotel is een slimme zet op een uitgekiende plaats. Estelle Gullit hoeft maar even de PC Hooftstraat te verlaten om haar boodschappentas uit te stallen in de lobby van dit hotel. Alsof de voormalige spaarbank geschapen is voor de welgestelde reiziger. Er is in het verleden geklaagd dat Amsterdam te weinig kosmopolitisch ingesteld zou zijn. Daar is nu geen reden meer toe, van het verbouwde L'Europe en The Grand tot het College Hotel en het Conservatorium Hotel rond het Museumplein, alles is eraan gedaan om de vetste creditcard leeg te melken. En dan moet het Waldorf Astoria er nog komen, aan de Herengracht. Het is bizar in de grootste crisistijd die het Westen sinds decennia meemaakt, maar opmerkelijk genoeg zijn de chicste hotels juist in dit soort periodes van de grond gekomen.
Het nieuwe hotel is er kortom voor de reiziger, maar tegelijk voor de kosmopolitische stedeling. Oxenaar bekende in het Franse Le Figaro dat Nederland daarin geen traditie heeft. De lobby, de bar en het restaurant worden hier als het exclusieve domein van de reiziger beschouwd, terwijl de Parijzenaar en de New Yorker gewend zijn ze als deel van de publieke ruimte te zien. Met de opkomst van een eetcultuur in Nederland gaat dat volgens Oxenaar veranderen. De ontmoeting en het netwerken hebben een nieuwe plek gekregen in de stad.
Er is slechts één tekortkoming aan de hotels nieuwe stijl in Amsterdam en daarbuiten. Ze voldoen niet aan een aspect waardoor bijvoorbeeld Dubai aantrekkelijk is geworden voor de westerse reiziger. Een shopping mall ontbreekt. Een overdekt winkelcentrum dat de gast, laten we zeggen van Arabische herkomst, verwent en binnenhoudt. In een heet klimaat als dat van Dubai is dat een pre, maar er is geen reden te bedenken waarom dat in het regenachtige Amsterdam niet ook mogelijk zou zijn. Een hotel annex shopping mall zoals in ’s werelds hoogste wolkenkrabber, de Burj Dubai, waar Armani de hotellobby ontwierp - daarvan kunnen we in Nederland alleen nog dromen.