Frans referendum over Europa is verkapte strijd om het presidentschap

Louter verliezers

Het referendum in Frankrijk gaat zondag maar ten dele over Europa. De uitslag zal ook beslissend zijn voor de vraag wie over twee jaar president kan worden. Niemand, behalve de rechtse Nicolas Sarkozy.

PARIJS – Bij het Franse referendum staat behalve de toekomst van Europa ook de positie van de belangrijkste Franse politici op het spel. Als Frankrijk het Europees Grondwettelijk Verdrag afwijst, is dat een nederlaag voor president Jacques Chirac. Zijn kans om in 2007 voor een derde termijn als president te worden gekozen is dan definitief verkeken. De socialistische oppositieleider François Hollande, die het verdrag ook met hand en tand verdedigd heeft, kan zijn droom president te worden in zo’n geval ook vergeten.

Aan de andere kant betekent een ja van de kiezers het einde van de presidentiële ambities van de socialist Laurent Fabius, die de socialistische partijlijn aan zijn laars heeft gelapt en tegen het verdrag campagne heeft gevoerd.

In Frankrijk draait de politiek nu om de vraag wie een gooi naar het presidentschap kan doen, al duurt het nog twee jaar voordat er presidentsverkiezingen zijn. Van François Hollande, secretaris-generaal van de socialisten, wordt aangenomen dat hij dat in 2007 graag zou willen. Maar hij kijkt wel uit om daar zelf publiekelijk iets over te zeggen. Socialisten die zichzelf geschikter vinden voor het presidentschap – zoals de ex-ministers Jack Lang, Dominique Strauss-Kahn en Martine Aubry – zitten bij zijn toespraken glimlachend op de eerste rij. Ze slaan geen kans over om te laten merken dat zij Hollande weliswaar een goede partijfunctionaris vinden, maar niet iemand die Frankrijk kan leiden.

Hollande kan wel hoop putten uit successen die hij vorig jaar heeft behaald. De socialisten deden het goed bij regionale verkiezingen. Bij een referendum binnen de partij over het Europees Grondwettelijk Verdrag wonnen de voorstanders ten koste van degenen die samen met ex-premier Laurent Fabius het verdrag afwezen. Fabius, die in de jaren tachtig door de toenmalige president François Mitterrand als een veelbelovend talent werd ontdekt, leek door deze nederlaag zijn kans te hebben verspeeld het ooit tot presidentskandidaat te brengen.

Maar daarna bleek dat Fabius toch niet voor goed van het toneel verdwenen was. Deze telg uit een gefortuneerde familie van antiquairs, die op socialistische bijeenkomsten opvalt door zijn fel gekleurde zijden stropdassen of een losjes over de schouders geslagen trui, kan weer een serieuze presidentskandidaat worden. Fabius heeft, door zich niet bij het officiële partijstandpunt neer te leggen, grote verdeeldheid veroorzaakt bij de Franse socialisten. Ondanks het feit dat de partij voorstander is van het verdrag, blijkt uit opiniepeilingen dat de meeste socialistische kiezers zondag toch samen met Fabius tegen willen stemmen. Deze verdeeldheid zullen de socialisten na het Europees referendum niet van de ene dag op de andere kunnen vergeten.

Een nog grotere onzekerheid voor Hollandes presidentiële ambities is ex-premier Lionel Jospin, die in 2002 bij de eerste ronde van de presidentsverkiezingen minder stemmen kreeg dan de extreem rechtse Jean-Marie Le Pen. Hij stond daardoor buiten spel bij de tweede ronde tussen Chirac en Le Pen. Om een overwinning van Le Pen te voorkomen, stemde een gefrustreerd socialistisch Frankrijk massaal op Chirac. Jospin zei daarna dat hij afscheid zou nemen van de politiek. Maar bij iedere belangrijke gebeurtenis, zoals bij de discussie over het Europees verdrag, komt Jospin toch terug om als een boven het gewone politieke volk verheven orakel zijn mening te verkondigen. Dat heeft tot gevolg dat niemand er helemaal zeker van is of Jospin niet toch in 2007 op het politieke toneel wil terugkeren.

Bij rechts Frankrijk is de situatie niet veel anders. Chirac zegt niet openlijk of hij in 2007 een derde ambtstermijn ambieert. Hij bereikt in dat jaar de 76-jarige leeftijd. Nog eens president worden zou betekenen dat hij buiten bereik van justitie blijft, die hem graag in verband met een corruptieschandaal aan de tand wil voelen. Dat schandaal dateert uit de tijd dat Chirac burgemeester van Parijs was, van 1977 tot 1995. Zijn toenmalige rechterhand, oud-premier Alain Juppé, is eind vorig jaar in beroep veroordeeld tot veertien maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en een verbod voor een jaar om zich voor een politiek ambt te laten kiezen. Juppé moest daarom aftreden als burgemeester van Bordeaux. De vraag is of dat het definitieve einde betekent van zijn politieke carrière.

Chirac had ooit voorzien dat zijn beschermeling Juppé hem als president zou opvolgen. Toen een rechtbank de ex-premier in eerste instantie voor tien jaar een verbod had opgelegd om politieke functies uit te oefenen, leek Juppés politieke carrière voorgoed voorbij. Maar als gevolg van de strafvermindering in hoger beroep is niet uitgesloten dat Juppé volgend jaar weer op het politieke toneel terugkeert. Een veroordeling wegens corruptie is in Frankrijk geen groot schandaal. Toen de rechters Juppé in laatste instantie hadden veroordeeld, kreeg de ex-premier vooral betuigingen van medeleven. Hij had alleen maar pech gehad.

Nicolas Sarkozy maakt er géén geheim van dat hij in 2007 een rechtse presidents kandidaat wil zijn. President Chirac doet alles om hem te dwarsbomen. Maar Sarkozy is zo vindingrijk dat het Chirac niet lukt hem schaakmat te zetten. Met instemming van de president is Sarkozy vorig najaar gekozen tot voorzitter van de Union pour un Mouvement Populaire (UMP), de grote rechtse partij. Dat is een functie die normaal weinig voorstelt. Maar Sarkozy, die met een overweldigende meerderheid van de leden is gekozen, heeft er iets bijzonders van weten te maken. Zo verkondigt hij meningen die lijnrecht in strijd zijn met de standpunten van Chirac en de regering. Chirac is voor onderhandelingen over de toetreding van Turkije tot de Europese Unie? Sarkozy verklaarde zich publiek tegen een Turks lidmaatschap. Hij reisde bovendien naar Duitsland om de christen-democratische kopstukken Angela Merkel en Edmund Stoiber te vertellen dat Chirac kan zeggen wat hij wil, maar dat zijn politieke achterban zijn standpunt over Turkije niet deelt.

Bij het debat over het Europees verdrag heeft Sarkozy uiterst behendig gemanoeu vreerd. Hij heeft de kiezers opgeroepen om ja te stemmen, maar heeft daarvoor argumenten aangevoerd die lijnrecht tegenover de redenen staan die Chirac gebruikt. De president zegt dat het verdrag de garantie biedt dat de Franse sociale zekerheid in stand blijft. Sarkozy zegt dat het Europees verdrag de mogelijkheid biedt om Frankrijk van veel regelgeving te ontdoen en de weg vrij te maken voor een liberaal economisch beleid. Als Frankrijk ja zegt tegen het verdrag, staat Sarkozy aan de goede kant en als Frankrijk nee zegt, staat Sarkozy ook aan de goede kant, namelijk van degenen die het Europees referendum gebruiken om te laten merken dat ze genoeg hebben van president Chirac.

Sarkozy wil de UMP als instrument gebruiken voor zijn presidentiële ambities. De UMP zou via een soort primaries de rechtse kandidaat bij de presidentsverkiezingen moeten kiezen. Sarkozy rekent erop dat hijzelf de grootste kans maakt. Dan is Chirac de partij kwijtgeraakt die nota bene werd opgericht om zijn presidentschap te steunen. In 2002 betekende UMP nog Union pour la Majorité Présidentielle en was het Chiracs kiesmachine.

De aanhang van Chirac heeft verontwaardigd op Sarkozy’s voorstel gereageerd. Er is met mysterieuze principes gezwaaid over de rechtstreekse relatie tussen een presidents kandidaat en het Franse volk, waar geen politieke partij tussen mag komen. Maar Sarkozy is daardoor niet van zijn voornemen afgebracht. Toch is dat geen garantie voor succes. Want broedermoord is bij rechts Frankrijk niet ongebruikelijk. Rechtse presidentskandidaten die het elkaar bij de verkiezingen moeilijk maken, is heel gewoon.

Valéry Giscard d’Estaing kon in 1974 als vertegenwoordiger van een kleine liberale partij president worden doordat Chirac toen in de eerste plaats wilde voorkomen dat de eveneens rechtse Jacques Chaban-Delmas het hoge ambt veroverde. En Giscard verloor in 1981 de verkiezingen doordat zijn oud-premier, Chirac, de meeste rechtse parlementariërs in zijn greep had. In 1995 deed premier Edouard Balladur, gesteund door Sarkozy, aan de eerste ronde van de presidentsverkiezingen mee als tegenstander van zijn partijgenoot Chirac. Pas toen Chirac hem in de eerste ronde verslagen had, kon hij zich concentreren op zijn socialistische tegenstander Jospin.

Bij links gaat het niet fundamenteel anders. Voor François Mitterrand was de socia listische partij in de jaren tachtig ook vooral een middel. De president werd door socia listische politici op den duur vooral gezien als een belemmering voor hun eigen politieke ambities. In 1990 zag een groep socialisten met onder anderen Jospin ervan af de leiding van de partij te nemen, omdat ze een politieke crisis vreesden. Mitterrand zou hun plannen hebben gezien als een poging om steun voor een andere linkse presidentskandidaat op te bouwen.

De socialistische partij is op dit ogenblik nog steeds in de greep van Jospin. Hij kan opnieuw een rol spelen als na het Europees referendum geprobeerd moet worden een einde te maken aan de verdeeldheid in de partij. Pas als Jospin echt is afgeschreven, of als hij zegt dat hij de kandidatuur voor het presidentschap van een ander steunt, kunnen anderen het openlijk proberen.

Zo blijft de vraag wie presidentskandidaat wordt voor én na het referendum een populair Frans gezelschapsspel.