Lubbers is een groot experimenteel dichter

Hij sprak over zijn banden met Duitsland en de Duitse cultuur en daar was dit keer geen woord Frans bij.

Ruud Lubbers, de ‘verbocraat’ van vroeger, staat inmiddels buiten het zenit van de macht. Hij hoeft geen compromissen meer te sluiten, noch innerlijke tegenstellingen met de behangselkwast te camoufleren.
Daar is zijn taalgebruik behoorlijk van opgeknapt. In glasheldere bewoordingen schetste hij zijn Duitse wortels. 'Bij ons thuis klonk tot in de vijftiger jaren het “unser Brüder Melchior”.’ In vijftien regels ontleedde hij Der Ring des Nibelungen, Richard Wagners 16,5 uur omvattende tetralogie. Het was, eerlijk gezegd, geen bijster sterke analyse, maar Lubbers zát er toch maar, bij de uitvoering van deze mammoetopera, op een paar rijen afstand van zijn collega-econoom Rick van der Ploeg. De staatssecretaris had zich, zo te zien, voornamelijk om representatieve redenen onder het premièrepubliek begeven. Hij zat zich knikkebollend te pletter te vervelen en de schaarse keren dat hij bij de les was, las je in zijn ogen: ik zal ze leren, die slijmerds! Mijn centen gaan straks naar de alternatieve, autochtone, multiculturele, multidisciplinaire pop- en rock herriemuziek.
HEIMATVERTRIEBENEN
De kern van Lubbers’ voordracht was de passage waarin hij beschreef 'waarom het misging tussen mij en Kohl’. Lubbers wilde graag voorzitter van de Europese Commissie worden. Voor deze betrekking was hij ongetwijfeld goed genoeg. Hij is een begaafd politicus die in de twaalf jaar van zijn bewind in feite de alternatieve ('Mag ik even over je schouder meekijken, Hans?’) minister van Buitenlandse Zaken is geweest. Enige tijd was hij de beste vrienden met zijn geloofs- en partijgenoot Helmut Kohl. Hij deed hem Harry Mulisch’ De aanslag benevens de Twee van Breda cadeau en op internationale congressen der christen-democraten zaten zij hand in hand op de eerste rij, de Macher uit Bonn en de mini-Macher uit Kralingen
Toen viel de Muur.
Lubbers betoonde zich vanzelfsprekend een voorstander van de versmelting der beide Duitslanden. Vervolgens werd hij 'het eerste en gelukkig enige slachtoffer van de Duitse eenheid’, zoals de Volkskrant dit formuleerde. Hij trok een te wijde broek aan en bekritiseerde Kohl over de wijze waarop hij de status van de Oder-Neisse-grens in het vage liet. Achter deze grens, de grens tussen Duitsland en Polen, bevinden zich enige van oorsprong Duitse gebieden (Köningsberg, Dantzig), die in politiek opzicht ietwat gevoelig liggen. De zogenaamde Heimatvertriebenen jammeren tenminste één keer per jaar op hun toogdagen over het feit dat de Polen na de oorlog deze landstreken hebben geannexeerd. Omdat zij een niet te onderschatten electorale factor vormen wordt door de Duitse politici voorzichtig met hun sentimenten omgesprongen. Zo ook Kohl. En dan vertoont zich plotseling iemand die het waagt hem, de opperalmachtige, op dit punt te bekritiseren. 'Helmut’, zei Lubbers, 'dit kun je de Polen niet aandoen. Waarom hen met onzekerheid te belasten?’
Maar Kohl hield er niet erg van om te worden tegengesproken, al helemaal niet door een wijsneus uit ’s-Gravenhage (ZH). De vriendschap bekoelde. Vervolgens kandideerde Lubbers voor de post van eerste Europeaan en verklaarde Kohl (geheugen als een olifant, wraakzucht als een krokodil) zich 'massivement contre’.
Het was, verzuchtte Lubbers, het einde van zijn internationale aspiraties.
(NIET SCHERP, NIET HELDER
De kwestie ligt wellicht een nuance anders dan Lubbers meent, bleek recentelijk op een bijeenkomst in de Grote Kerk te Dordrecht. Daar werd gediscussieerd over de positie van Het Woord in een digitaliserende samenleving. Een der sprekers betoogde dat Het Woord, althans in politiek opzicht, sowieso ten dode is gedoemd, dankzij het stuitend ondoordringbare taalgebruik in ’s(lands vergaderzaal, waarbij hij enige voorbeelden noemde van het 'onnavolgbare sfinxenbargoens’ van ex-premier Ruud Lubbers. Was het werkelijk de Duitse bondskanselier die de Europese carrière van Lubbers had geblokkeerd? Of was het de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken die, na Lubbers’ sollicitatiegesprek, verklaarde dat de kandidaat zich 'niet scherp, niet helder, niet bondig’ genoeg had uitgedrukt. Dat was een constatering waarin wij, Lubbers’ landgenoten, ons konden herkennen, na drie regeringsperiodes lang te hebben gezucht onder ’s(mans oorverdovende orakeltaal. Nooit, werkelijk nooit heeft hij één verstaanbare zin uitgesproken. 'Voor de voet weg moet dit probleemveld worden neergetunneld in een motie, om langs deze weg in lijn met de afspraken met het kabinet al zwaluwstaartend de pijnpunten snelstens en bestens af te concluderen. Daarom moet het tekort op Volksgezondheid eerstens worden versleuteld en verspijkerd, waarvoor een tijdpad dient te worden uitgezet. Langs deze weg moet de problematiek geleidelijk aan worden afgekocht en verschmerzt.’
Vertaal deze passage eerst in het Nederlands, daarna in het Engels en men begrijpt waarom de Amerikanen na het sollicitatiegesprek hebben gezegd: 'Ruud Lubbers? That bloody fucking specialist in double-Dutch? Over our dead body!’
Een tweede spreker, de Amsterdamse hoogleraar John Mackenzie Owen, Brit van geboorte, improviseerde ter plekke een Engelse versie van de geïncrimineerde passage:
Away in front of the foot
we have to tunnel down this problem field
in a motion,
to conclude along the road -
as swallows do -
in the best and swiftest way
the painful points
in line with cabinet agreements.
Let us dekey and nail our shortage of health!
Let us set out a path in time!
Along the road let us pay off in pain
our problems
step by step.
Conclusie: 'Ruud Lubbers is onze grootste experimentele dichter en wordt als zodanig ernstig onderschat.’
VEEL OUD ZEER
Thans is hij hoogleraar, zij het in de globalisering, zij het in Tilburg, de universiteit van zijn ex-discipel Yvonne van Rooy. Hij is nu zestig jaar, een leeftijd waarop men zich best nog een keer in de politieke arena zou kunnen begeven. Maar waarom zou hij? Lubbers moet inmiddels een tamelijk leuk leven leiden, leuker dan in de twaalf jaar dat hij, in tongen sprekend, zijn kabinetten dresseerde. Hij wilde méér. Er viel in de toespraak over zijn gefnuikte ambities véél oud zeer te beluisteren, benevens een opmerkelijke overschatting van de positie van de premier ener ondergelopen moerasdelta temidden der internationale politieke mastodonten. Waarom wordt zo'n man eigenlijk geen elder statesman, een type politicus dat in Nederland tamelijk zeldzaam is, in tegenstelling tot naties als de Bondsrepubliek (Helmut Schmidt), de Verenigde Staten (Henry Kissinger) of Rusland (Michael Gorbatsjov)? Maar Nederlandse politici weigeren zich in alle eer en deugd te laten pensioneren. Zij willen verder, liefst een dodemansakker als Europa in, om daar mede te beslissen over het fosfaatgehalte van de champagnepils en de kromheidscurve van de bananen.