Luc harincs kunstenaar / ‘harincs holland’

WIE OP BEZOEK gaat bij Luc Harincs moet eerst naar café Kanis en Meiland op het KNSM-eiland, het grote yuppeneiland aan de rand van Amsterdam. Dezer jaren woedt er een reusachtige geboortengolf (jazeker: baby'tje krijgen ís in). De dromen van de jaren vijftig worden in een jaren-negentigkader eindelijk uitgeleefd: ‘s ochtends verlaat een karavaan auto’s het eiland, eind van de middag staan de werkende papa’s en mama’s in de file terug.

Behalve de kunstenaar. Had hij het geld gehad, dan zou hij elke ochtend hier koffie drinken in het café. Maar ja: na de Rijksacademie geen startstipendium. Gelukkig schijnt de zon. De tengere Luc Harincs klimt achterop de fiets voor de tocht richting zijn atelier zonder bel. Hij vertelt honderduit. We passeren de nieuwste vestiging van Albert Heijn en Harincs beziet het vrolijke winkelende publiek. Harincs: ‘Hier heb je de Albert Heijn ín je huis. Je rijdt met de auto naar binnen, zet de auto weg, pakt een karretje en stapt in een aparte lift naar de Albert Heijn. Daar gooi je het karretje vol en dan pak je weer de lift. Dan kom je boven en je stapt zo je huis in! Alles in één gebouw. Je hoeft er nauwelijks meer uit! Die mensen wonen in een Centerpark.’ Schril contrast: het oude Lloyd schuin ertegenover. Via de zij-ingang dalen we trappetjes af, draaien sleutels in grote sloten en schuiven grote deuren opzij. Tot we ergens half onder de grond in het atelier terecht komen. Vol troep natuurlijk. Vooral vallen honderden lege injectie-ampullen op. De dopjes hebben de felste kleuren. Ze komen van een dierenarts. Harincs weekt de etiketten eraf en gebruikt ze vervolgens als pixels om een afbeelding te maken net zoals een computerscherm dat doet. Ergens anders liggen kleine vierkantjes, ongeveer even groot als een dia, met op elk een felle fluorescerende streep. Harincs: 'Die ga ik in Witte de With in Rotterdam hangen. Op een muur van vijf meter breed. Je kunt er je ogen niet op fixeren. Als je er vlak voor staat, kun je niet scherp stellen en gaat alles helemaal trillen. Heel mooi, ja. Ik hou niet zo van kunst waar je een hoop omheen moet bedenken. Het moet visueel direct heel sterk zijn. Eigenlijk heb ik het over momenten. Zoals bij een goeie party. Als er even zo'n moment is waarop echt iedereen samen opstijgt. Dat je even iets heel mooi vindt. Zoals bij de nieuwe cd van Zita Swoon: halverwege het vijfde nummer, 'Song for a Dead Singer’, zo na anderhalve minuut, dan heb je echt zo'n omslag.’ PLASSEN. Hij loopt naar achteren, naar de grote wasbak. Hij zal nog op veel verschillende manieren proberen uit te leggen hoe of wat zijn werk betekent. Het is net als bij de toelating voor de Rijksacademie: gewoon zoveel mogelijk praten en maar hopen dat ze er iets zinnigs uit weten te pakken. Verscheidene kleine, fel oranje stickers met de vorm van een vogel zijn in de ruimte geplakt. Nee, daar gaan we het niet meteen over hebben. Eerst de basis: het eerste werk van echt belang. Harincs: 'Bron, basis en birds - dat zit altijd in mijn werk. Mijn eerste bron heb ik in Moskou gemaakt. Daar zat ik twee jaar voor een uitwisselingsproject van school, de academie in Maastricht. In de school waar ik les kreeg, zat onderaan de centrale trap een groot bassin dat al twintig jaar leeg stond. Het was eigenlijk de bedoeling dat er gewoon water in stond en dat de studenten er gezellig konden zitten praten. Ik heb er water en oranje verf in gedaan. Dat was de eerste keer dat ik iets maakte waarvan ik later dacht: dit heeft iets te betekenen. Ik kreeg zo veel reacties van de leerlingen daar. Die vonden het heel vreemd, want zij schilderden elke dag gewoon met een penseeel of leerden de kunstgeschiedenis uit hun hoofd. Maar dat bassin… dat vroeg er gewoon om. Het was ook: ik zat er een week, in die vreemde stad, er was nog helemaal niets waar ik een band mee had.’ BRONNEN, basis en birds dus. Hij haast zich te benadrukken dat bron en basis niet een en dezelfde zijn. Ja, voor zo'n yup met de Albert Heijn in huis misschien, maar normaal gesproken ligt naast het huis de bron waar het water vandaan gehaald wordt. Misschien heeft het wel iets te maken met het ontbreken van een goede eigen basis. Harincs: 'Ik kom uit een dorpje in Limburg. Er was daar een watertoren. Mijn ouders gingen er naar het café. Eén keer per jaar stond de hele toren open en dan ging zowat het hele dorp naar boven. Je moest wel vierhonderd treden omhoog. Dan keek je naar beneden en dan zag je zo'n heel groot bassin helemaal vol met water. Ik ben de afgelopen jaren heel vaak verhuisd. Dit najaar moet ik mijn huis weer uit, in september moet ik dit atelier uit. Ik heb eigenlijk nooit een vaste basis, ik ben altijd of met mijn atelier of met mijn woning aan het verhuizen. Daarom heb ik ook nooit rust in mijn hoofd. En daarom maak ik vast ook werk dat nooit af is en steeds weer te veranderen valt. Het liefst haalde ik al mijn materiaal uit één rugzak en maakte ik per keer iets anders.’ DAN DE BIRDS. Het is begonnen met een zeepje van de Body Shop. Spijtig vertelt Harincs dat ze uit de handel genomen zijn. Van dat zeepje heeft hij vogelvormige, fel oranje stickers gemaakt. Eerst plakte hij ze door Maastricht over de route tussen zijn huis en dat van zijn vriendin. Zouden mensen ze hebben opgemerkt? En wat zouden ze erbij hebben bedacht? Harincs: 'Nu plak ik de stickers overal op. Mijn vriendenkring heeft ze ook. Er is steeds meer een soort verbroedering tussen mij en mijn vrienden ontstaan. We zijn schrijvers, kunstenaars, popmuzikanten plus een filosoof die zo'n beetje hetzelfde denken. We houden bijvoorbeeld allemaal van Zita Swoon. Dát gevoel. Er is een verbond. Dat wordt bestendigd doordat we over de hele wereld die stickers plakken.’ En het sjamanisme? Als kunstenaar voelt hij zich verwant met een sjamaan. Als die in trance raakt, verandert hij in een vogel en vliegt weg. Voor Harincs’ gevoel is dat wat ook gebeurt wanneer hij alleen in zijn atelier zit. Harincs: 'Ik kan niet met woorden beschrijven hoe, maar ja… het is alsof ik naar een ander land ga en een boodschap mee terug neem.’