Lucia Raadschelders (1954 – 18 november 2018)

Zelf noemde ze haar rol in de strijd tegen apartheid ‘ondersteunend’, maar Lucia Raadschelders was een cruciale schakel tussen de gevangen zittende Nelson Mandela en de ANC-leiding in ballingschap.

Niemand die zo goed een geheim kon bewaren als Lucia Raadschelders. De verhalen die loskwamen na haar overlijden in Johannesburg waren voor haar familie in Nederland en veel vrienden en collega’s bij de Nelson Mandela Foundation dan ook een openbaring. Dat ze in de jaren tachtig ‘iets’ in de ondergrondse strijd tegen apartheid had gedaan vanuit Zambia en Swaziland wist men wel. Maar berichten van de gevangen zittende Nelson Mandela gedecodeerd? Activisten onderdak verschaft in een ‘safe house’? Zelf van gedaante gewisseld, een voormalige kraker die voortaan gekleed ging in mantelpak en van een nieuw gebit werd voorzien? Getrouwd om aan een nieuwe achternaam te komen en niet geassocieerd te worden met eerder activisme?

Raadschelders sprak er later nooit over. Terwijl betrokkenen bij het verzet tegen de apartheid hoog opgeven over haar werk en de kalmte en vanzelfsprekendheid waarmee ze dat uitvoerde, vertoont ze nadien geen enkele neiging om zich erop voor te staan. Dat ze in dat werk tot de verbeelding sprekende anc-leiders als Oliver Tambo en Joe Slovo geregeld spreekt, blijft ook onvermeld. Op een vraag van een verslaggever van Het Klokhuis, die ze in 2017 rondleidt door het archief van Nelson Mandela, naar haar eigen betrokkenheid bij de strijd tegen apartheid zegt ze: ‘Ik had een ondersteunende rol.’

De mensen die betrokken waren bij Operatie Vula wilden het verzet tegen apartheid aanwakkeren en het contact tussen gevangen en in ballingschap levende anc-leiders en de aanvoerders van de binnenlandse protestbeweging, zoals de huidige president Ramaphosa, tot stand brengen. De toenmalige voorzitter van de Anti-Apartheids Beweging Nederland, Conny Braam, werd medio jaren tachtig door een van die leiders gevraagd aan ‘Vula’ (Zoeloe voor ‘open de weg’) deel te nemen. Braam rekruteerde honderden Nederlanders, Raadschelders als een van de eersten. Mensen uit de theater- en omroepwereld, medisch deskundigen, techneuten en zelfs een stewardess van de klm waren betrokken bij het vermommen van Zuid-Afrikanen die illegaal Zuid-Afrika in trokken, bij het ontwerpen van geavanceerde communicatietechnologie en bij koerierswerk. Anderen richtten schuilplaatsen in buurlanden van Zuid-Afrika in. Het Zuid-Afrikaanse leger opereerde destijds in de hele regio, ook buiten de landsgrenzen. Operatie Vula moest zich in het diepste geheim voltrekken. Erover praten kon mensen het leven kosten.

‘Lucia moest van elke opdracht overtuigd raken, het ging nooit zonder discussie’

Raadschelders groeide op in Amstelveen in een bakkersgezin met elf kinderen. Ze voelde al op jonge leeftijd verwantschap met het activisme tegen oorlog en dictatuur. Toen in de jaren zeventig de demonstraties tegen het fascisme in Spanje, het kolonelsbewind in Griekenland en het regime van Pinochet in Chili elkaar in Amsterdam als het ware kruisten, kwam Raadschelders in aanraking met de anti-apartheidsbeweging. Ze trad er in dienst toen ze net 21 was, runde campagnes en richtte een vrouwengroep op. Na tien jaar wilde ze haar horizon verbreden. Ze vertrok naar zuidelijk Afrika en raakte betrokken bij ondergronds anc-werk.

Vanaf oktober 1985 woonde Raadschelders in Swaziland. Drie jaar later meldden anc-guerrilla’s die ze eerder onderdak bood vanuit Zuid-Afrika dat ‘de Boeren’ van haar bestaan en verblijfplaats wisten. Ze keerde even terug naar Nederland, maar reisde al snel door naar Lusaka, Zambia. Daar vestigde ze zich in een zwaar beveiligd huisje in een van de townships van de stad. Hier ving ze via een veilige telefoonverbinding berichten van Mandela op en speelde die door naar anc-leiders in ballingschap. De Zuid-Afrikaanse doodseskaders, ook in Zambia actief, kwamen haar nooit op het spoor. Maar het gevaar diende zich op een avond toch aan. Een paar criminelen probeerden toegang tot haar huis te forceren. Raadschelders wist ze op afstand te houden met een AK-47. Conny Braam arriveerde twee dagen later in de stad. ‘Ik trof een totaal onthutste Lucia. Het is de enige keer dat ik haar zag huilen’, zegt ze. ‘Maar stoppen vond ze niet aan de orde.’

Raadschelders vervulde dertig maanden lang in totale eenzaamheid in een nagenoeg vreemd land een sleutelrol. Tegelijkertijd was ze deel van een collectief waarvan de betrokkenen gedreven werden door een gemeenschappelijk ideaal. Braam: ‘Als je uit zo’n groot gezin komt, weet je natuurlijk hoe je in een groep opereert.’ Samen optrekken en de daarbij behorende noodzakelijke discipline heeft Raadschelders’ eigenzinnigheid echter nooit in de weg gestaan. ‘Lucia moest van elke opdracht overtuigd raken, het ging nooit zonder discussie’, zegt Braam.

Na de democratische overgang besloot Raadschelders in Zuid-Afrika te blijven wonen. Collega’s herinneren zich haar als een toegewijde maar kritische geest. De eisen die ze aan haar eigen werk stelde, golden ook voor anderen. Ze boezemde gezag in door wat haar vroegere strijdmakker Ivan Pillay ‘een totaal ontbreken van enig ego’ noemde, tijdens een druk bezochte herdenking van Raadschelders bij de Mandela Foundation. In die organisatie beleefde ze zonder twijfel haar gelukkigste jaren, altijd op zoek in archiefdozen, op zolders en in opslagruimten naar belangwekkende geheimen die voor de buitenwereld ontsloten moesten worden. Zo trof ze in Mandela’s persoonlijke archief een pak aantekeningen die hij maakte tijdens zijn presidentschap. Uit deze vondst kwam een boek voort, De presidentiële jaren, samengesteld door de schrijver Mandla Langa. Van Mandela weten we nu (bijna) alles mede dankzij iemand die zelf in veel opzichten een gesloten boek bleef.