De wereld is uit evenwicht

Luciditeit, moed en helderheid

Angst en woede zijn vandaag de dag toonaangevend. De liberale democratie wordt bedreigd door autoritaire modellen, en door de opkomst van het populisme. Wat kan er worden ondernomen om de wereld ‘weer in evenwicht te krijgen’, met name Europa?

© Michael Kountouris / Cagle

Al in 1983, toen ik een essay schreef over het Franse beleid in het Midden-Oosten, noemde ik dat Tussen politiek en emotie. De val van de Berlijnse Muur in 1989 overtuigde me er verder van dat de studie van de internationale betrekkingen de sfeer van de emoties moest omvatten. Twintig jaar later, in 2009, verscheen eindelijk de Engelstalige versie van mijn boek The Geopolitics of Emotion: How Cultures of Fear, Humiliation and Hope, Are Reshaping the World, na een lange periode van intellectuele rijping. Om de wereld te begrijpen was het noodzakelijk haar emoties in kaart te brengen. Behalve met het cynisme van natiestaten die koude monsters zijn, moet je rekening houden met de emoties van een volk. Het is een subjectieve dimensie die niet kan worden genegeerd, maar bestudeerd moet worden, en geïntegreerd in het grotere verhaal.

In 2018 ben ik er meer dan ooit van overtuigd dat emoties cruciaal zijn voor het begrip van de complexiteit van de wereld. Het in kaart brengen van de emoties van de wereld heeft zich de afgelopen tien jaar aanzienlijk ontwikkeld. Er is meer angst in het Westen, of dat nu het Amerikaanse of het Europese Westen is. Er is zelfs nog meer vernedering in de Arabisch-islamitische wereld, na het mislukken van de Arabische revoluties en de processen van het uiteenvallen van landen als Libië en Jemen, om maar te zwijgen van Syrië. En er is minder hoop in Azië, met de opkomst van geopolitieke spanningen en de relatieve neergang van de economische groei. Angst is de overheersende, zo niet verenigende emotie van de wereld geworden. Eerlijk gezegd zou ik er in 2018 een vierde emotie aan willen toevoegen om de collectieve affecten van onze planeet te beschrijven, en dat is de cultuur van de boosheid of zelfs regelrechte woede.

Waarom zijn angst en woede vandaag de dag zo toonaangevend, en wat kan er worden ondernomen om de wereld ‘weer in evenwicht te krijgen’, en met name ons Europese continent in een positievere richting te laten bewegen? Wat is deze grote angst die ons leven bepaalt? In veel opzichten is de algemeenheid van zo’n emotie verrassend. De levensverwachting is exponentieel toegenomen. Eén op de twee kinderen die nu in een ontwikkelde samenleving worden geboren, heeft de kans minstens honderd jaar oud te worden. Het vooruitzicht van een veel langer leven in goede gezondheid zou tot optimisme moeten leiden. En toch is het tegenovergestelde het geval.

Een van de boeken waardoor ik het meest getroffen ben als jonge student op de Harvard Universiteit begin jaren zeventig waren de memoires van Dean Acheson. De vroegere minister van Buitenlandse Zaken onder de Amerikaanse president Harry Truman gaf het als titel Present at the Creation. Hij bedoelde de schepping van de nieuwe wereldorde na de Tweede Wereldoorlog, een liberale, multilaterale orde waartoe de gatt (General Agreement on Tariffs and Trade, de voorloper van de Wereldhandelsorganisatie wto) en de Navo behoorden. Vandaag de dag heb ik het gevoel ‘aanwezig te zijn bij de deconstructie, of zelfs de destructie’ van deze multilaterale orde. Het jaar 2018, waarin Salvini in Italië en Bolsonaro in Brazilië aan de macht zijn gekomen, begint steeds meer trekjes te krijgen van de absolute antithese van 1989.

***

In 1989 vielen de dominostenen in Midden- en Oost-Europa de juiste kant op, vóór en na de val van de Berlijnse Muur. Het ene land na het andere wilde een democratie worden en terugkeren in Europa. Daarentegen vallen de dominostenen nu de verkeerde kant op. Niet de democratie is zich aan het verspreiden, maar de illiberale democratie, zo niet het autoritarisme. De formule ‘winter is coming!’ lijkt niet alleen van toepassing te zijn op de beroemde televisieserie Game of Thrones, maar des te meer op de ontwikkeling van de wereld.

In zijn oratorium Die Schöpfung, een van zijn grootste meesterwerken, roept Joseph Haydn in de eerste noten de chaos van de wereld op, zoals die heerste vóórdat God dag en nacht, land en zee schiep. In plaats daarvan lijkt nu chaos te volgen op orde, en niet andersom. Een internationale orde is ten einde gekomen en nog niet vervangen door een nieuwe. We bevinden ons in een onzekere overgangsperiode, waarin Amerika niet langer is wat het vroeger was en China nog niet geworden is wat het kan worden. Om de huidige staat van de wereld samen te vatten kunnen we het beeld van een puzzel waarvan het belangrijkste stukje ontbreekt gebruiken, namelijk de Verenigde Staten. ‘America First’ gaat steeds meer ‘America Alone’ betekenen.

Dit kan een paradox lijken in een tijd dat bondgenootschappen weer in zwang zijn. India en Japan bouwen aan een Indo-Pacifisch democratisch bondgenootschap als tegenwicht tegen China. Rusland, Turkije en Iran naderen elkaar in het Midden-Oosten, tegen een mogelijk samengaan van Saoedi-Arabië en Israël. In werkelijkheid duiken deze bondgenootschappen juist op omdat Amerika zich hardop afvraagt: ‘Bondgenootschappen waarvoor?’ en weigert nog langer zijn van oudsher dominante rol namens multilaterale instellingen te spelen.

Dit proces van de deconstructie van de internationale orde kan niet louter worden verklaard door de neiging van de Verenigde Staten onder Trump om zich van de wereld af te keren. Trump is niet de oorzaak, maar een symptoom van veel diepere en bredere ontwikkelingen. De belangrijkste daarvan kan worden samengevat als een ontmoeting tussen twee historische cycli. Eén daarvan is een lange cyclus van wezenlijk geopolitieke aard. Voor het eerst sinds het einde van de achttiende eeuw (zo niet het einde van de zestiende eeuw) is het Westen het monopolie op modellen en zijn unieke centraliteit kwijtgeraakt. Het is alsof de Toorts van de Geschiedenis zich van het Westen naar het Oosten heeft begeven, vooral naar China, zonder India te vergeten. In de loop van de dertigjarige burgeroorlog tussen 1914 en 1945 heeft het Europese Westen zelfmoord gepleegd. Ondanks zijn harde en zachte macht heeft ook het Amerikaanse Westen dit pad naar een relatieve, zo niet absolute neergang gevolgd als gevolg van zijn steeds verder gepolariseerde samenleving, de toenemende onevenwichtigheid en het dwarsbomen van zijn instellingen, en zijn financiële en militaire avonturen.

Deze geopolitieke tectonische verschuiving wordt qua mondiale impact vergroot en versneld door een tweede politieke en ideologische cyclus van (hopelijk) kortere duur. De klassieke liberale democratie is op de terugtocht, van buitenaf bedreigd door de aantrekkingskracht van autoritaire, despotische modellen, en van binnenuit door de verleiding van illiberale democratische modellen, aangemoedigd door de opkomst van het populisme, van Orbáns Hongarije tot Salvini’s Italië en uiteraard Trumps Amerika. Het is belangrijk om zorgvuldig te luisteren naar wat Viktor Orbán, de premier van Hongarije, heeft gezegd: ‘27 jaar geleden dachten we dat Europa onze toekomst was, maar vandaag zijn wij de toekomst van Europa.’ Italië, een van de grondleggers van het Europese project, schoof na de overwinning van de populistische coalitie tussen de Liga en de Vijfsterrenbeweging op het gebied van waarden op naar het Oosten, naar de ideeën van Orbán.

Maar uiteraard de gevaarlijkste en meest destabiliserende ontwikkeling is die van de Verenigde Staten geweest na de overwinning van Donald Trump. In 1990 leken de Verenigde Staten en de Navo na de ineenstorting van de sovjetdreiging hun internationale doelstelling kwijt. Vandaag de dag is het Europa dat verweesd is geraakt door het verlies van haar beschermer en levensverzekering tegen alle risico’s. Je hebt tegenwoordig het gevoel dat de schaapherder liever verdrinkt dan dat hij zijn kudde beschermt.

***

De wereld is haar scheidsrechter kwijt, en de democratie haar kampioen. Amerika bevindt zich in wat we een ‘Jacksonian moment’ zouden kunnen noemen, een verwijzing naar Andrew Jackson, die van 1829 tot 1836 president was van de VS en stond voor een combinatie van nationalisme, unilateralisme en isolationisme. Deze nieuwe reeks prioriteiten werd niet ingeluid door Donald Trump en zal waarschijnlijk ook niet meteen voorbij zijn als hij weer weg is. In feite heeft Amerika zich aan het begin van de 21ste eeuw op het wereldtoneel bewogen van te veel naar te weinig doen. Eerst stortte het zich in een twijfelachtig militair avontuur onder George W. Bush, om er vervolgens onder Barack Obama van af te zien het regime in Syrië te dwingen Amerika’s ‘rode lijn’ te respecteren, nadat Assad chemische wapens tegen zijn eigen bevolking had gebruikt.

Als gevolg daarvan leven we in een tijd waarin Amerika niet alleen zijn nationale belangen op de eerste plaats zet, maar zich in feite ook terugtrekt uit de wereld. En dat op een moment dat China en Rusland zich naar elkaar toe bewegen, tot op het punt dat zij een bondgenootschap van autoritaire regimes zouden kunnen vormen, ditmaal met Rusland in de rol van junior partner, het omgekeerde van wat het geval was tijdens op z’n minst de eerste helft van de Koude Oorlog.

In 2018 zou kunnen worden gesteld dat Europa zich in een tijd van ‘vier scheidingen en hopelijk geen begrafenis’ bevindt, een zinspeling op de titel van een zeer succesvolle Britse film uit 1994, Four Weddings and a Funeral. Op het economische front is er de traditionele scheiding tussen het rijke Noorden en het arme Zuiden, tussen Duitsland en Griekenland. Er is de politieke en steeds meer door waarden bepaalde scheiding tussen West en Oost, die nu vervaagt doordat het Zuiden, Italië, zich naar het Oosten beweegt, terwijl Polen in zijn strategische keuzes steeds verder naar het Westen, tot buiten Europa, opschuift, met zijn nadruk op het vestigen van een Amerikaanse basis op Pools grondgebied om zich beter beschermd te voelen tegen Rusland.

Deze geografische variaties worden in hun negatieve invloed versterkt door het dreigende en verwarde vertrek van Groot-Brittannië uit de Europese Unie. Deze aanstaande scheiding kan worden beschreven als een vrijwel perfecte illustratie van een proces met alleen maar verliezers. Het is een nutteloze afleiding die louter Europa’s vijanden in de kaart speelt. En dan is er nog de scheiding die in de maak is tussen al die Europeanen die graag blijven vasthouden aan de bestaande institutionele status quo, en degenen die er net als Macrons Frankrijk (en dat zijn er niet veel) van overtuigd zijn dat Europa moet veranderen als zij de begrafenis wil voorkomen die een toenemend aantal tegenstanders haar toewensen.

In Haydns Die Schöpfung volgt orde op chaos, nu lijkt chaos te volgen op orde. Een internationale orde is ten einde gekomen

Vanuit dit perspectief bezien vormen de komende Europese verkiezingen van mei 2019 een cruciaal en potentieel beslissend historisch keerpunt, het moment waarop een duidelijke meerderheid van de Europese burgers kan aantonen vervreemd te zijn geraakt van het Europese project dat door hun grootouders en ouders werd gesteund.

***

Wat moeten we doen om de verleiding van verdere en diepere scheidingen te weerstaan en de chaotische toestand van de wereld onder ogen te zien? In een notendop zou ik zeggen dat we meer dan ooit de luciditeit van Spinoza en de moed van de Tsjechische filosoof Jan Patocka nodig hebben. Spinoza was niet alleen een vrijdenker, een voorloper van de Verlichting, en een hartstochtelijk genuanceerd man, die de koers van de gematigdheid en de rede verdedigde tegen de ongecontroleerde en negatieve emoties. Hij zag zichzelf ook, in zijn zeer persoonlijke benadering van de religie, als een brug tussen het jodendom en het christendom. Jan Patocka was een van de ondertekenaars van Charta 77, een beweging van intellectueel verzet tegen de ‘normalisering’ van de Tsjechische samenleving door het socialistische regime. Vanuit zijn positie van symbolische macht in de burcht van Praag – de zetel van de president – belichaamde de filosoof-koning Vaclav Havel de droom van vrijheid en fatsoen waarvoor Patocka in 1977 was gestorven, als gevolg van een hartaanval toen hij zeventig was, na een bijzonder zware ondervraging door de politie van het regime. Beïnvloed door de filosofie van Edmund Husserl zag Patocka in de opkomst van het socialistische totalitarisme een verdere manifestatie van de crisis van de westerse beschaving, die hij persoonlijk tegemoet trad met socratische moed, bereid om te sterven voor zijn ideeën en idealen. Zijn begrafenis bood gelegenheid voor een spontane en spectaculaire bijeenkomst tegen het regime, die de weg bereidde voor de val daarvan twaalf jaar later.

Aan de luciditeit van Spinoza en de moed van Patocka zou ik de helderheid van Descartes willen toevoegen, de Franse denker die tijdens de Gouden Eeuw van de Nederlandse beschaving een schuilplaats vond in Nederland. Met andere woorden: als we Europa en de zaak van de democratie willen redden, grotendeels van zichzelf, hebben we deze drie sleutelbegrippen nodig: luciditeit, helderheid en moed.

Luciditeit impliceert tegelijkertijd bescheidenheid en vastberadenheid. Bescheidenheid, omdat we moeten beseffen dat wij in het Westen niet langer het (unieke) centrum van de wereld zijn. We moeten van anderen leren, net zozeer als anderen van ons hebben geleerd, in een wereld waarin beschavingen elkaar opnieuw als gelijken zien. Vastberadenheid, omdat we tegelijkertijd de waarden moeten verdedigen die ons gisteren groot hebben gemaakt, zoals de democratie en de mensenrechten, en het verschil en de waardigheid van de ander moeten respecteren, waarden die we de laatste tijd aan anderen hebben proberen op te leggen en niet langer zelf in de praktijk brengen.

Maar luciditeit betekent vooral het begrijpen van de diepe redenen die de opkomst van een cultuur van angst en woede in ons midden verklaren. De explosie van ongelijkheden in een mondiale, onderling afhankelijke en transparante wereld is daar één van. Het gevoel verraden te zijn, naast de straffeloosheid van de elite, is een andere. We hebben niets geleerd van de financiële en economische crisis van 2007/2008. Destijds lanceerde de financiële sector op cynische wijze dubieuze producten die veel schadelijker voor zijn klanten bleken te zijn dan voor zichzelf. De financiële sector kwam er op glorieuze wijze weer bovenop, maar niet zijn slachtoffer. Trump in de Verenigde Staten is geen ongelukje of toeval, maar het gevolg van een geleidelijke erosie van het vertrouwen in de elite en in de instellingen van Amerika. Het Hooggerechtshof is geen uitzondering op deze regel.

Bolsonaro in Brazilië is ook geen ongelukje of toeval. Het aantal geweldsdoden in Brazilië – zo’n zestigduizend per jaar – is de afgelopen tien jaar net zo hoog opgelopen als het aantal slachtoffers van de Syrische burgeroorlog. Je kunt niet straffeloos met de woede en angst onder een volk blijven spelen, of zelfs met de nostalgie naar een geïdealiseerd verleden.

Ook kunnen we het ons niet veroorloven onze hiërarchie van bedreigingen door elkaar te halen. Om het maar even plompverloren te zeggen: de bom van het islamistische fundamentalisme – zeker na de nederlaag van IS in Irak en Syrië – mag het zicht niet benemen op het Russische bosje, dat op zijn beurt het zicht niet mag benemen op het Chinese bos. Afgezien van deze dreigingen zijn een paar van de belangrijkste geopolitieke factoren vandaag de dag van ecologische aard, zoals de dreiging van enorme bewegingen van klimaatvluchtelingen als gevolg van de opwarming van de planeet en het schaars worden van schoon drinkwater.

Spinozalens

Dominique Moïsi (1946) is een Franse filosoof en politicoloog. Hij is verbonden aan het Institut Montaigne en medeoprichter van het Institut Français des relations internationales. Moïsi schreef verschillende veel geprezen boeken, waaronder De geopolitiek van emotie (2009) en Triomf van de angst: De geopolitiek van series. Vorige week ontving hij in Den Haag de Spinozalens; dit is een bewerkte versie van zijn dankwoord. Aan de Tsjechische filosoof en activist Jan Patocka (1907-1977) wordt door de Stichting Spinozaprijs een lesbrief gewijd.

***

Behalve aan de luciditeit van Spinoza heeft de wereld ook behoefte aan de helderheid van Descartes. Je kunt niet simpelweg allen die de complexiteit van de wereld weigeren te accepteren, terwijl ze er andere gezichtspunten op nahouden, als ‘populistisch’ afschrijven.

Geconfronteerd met die toenemende complexiteit hebben we een duidelijke en veeleisende pedagogie nodig, vooral op het punt van de migratie. Om voor de hand liggende demografische redenen moet een vergrijzend Europa rationeel gezien haar grenzen openstellen voor nieuwe en jongere migranten, met al hun energie. Maar emotioneel gezien stelt een meerderheid van de Europeanen zich daar meer dan gereserveerd tegenover op. Deze terughoudendheid is bovenal een gevolg van een gebrek aan vertrouwen, dat zelf weer voortvloeit uit een zoektocht naar de eigen identiteit. Wie ben ik in een gemondialiseerde wereld, als ik er niet langer van overtuigd ben dat de staat zich bekommert om mijn bescherming of daar de middelen voor heeft, en waar iedereen dezelfde rechten kan opeisen als ik?

De veiligheid van Europa zal in de toekomst afhangen van de relatieve voorspoed van een Afrikaans continent dat over dertig jaar ongeveer een vierde van de wereldbevolking zal omvatten. Muren zijn geen antwoord op de problemen van de klimaatverandering of de vluchtelingen. Ook is zelfzuchtigheid niet het juiste antwoord, noch in termen van verheven idealen als liefdadigheid en gerechtigheid, noch – en bovenal – in termen van sociale en economische efficiëntie.

Wat de democratische, liberale wereld uiteindelijk het meest nodig heeft is moed, de kwaliteit die Jan Patocka in grote mate tentoonspreidde. De moed om impopulair te zijn, of zelfs de voorkeur te geven aan het verliezen van verkiezingen boven het verliezen van je ziel in dubieuze allianties, en dit alles in een wereld waarin de media meer dan ooit de neiging hebben dat wat trendy en spectaculair is naar voren te schuiven, evenals de demagogische simplificatie, in plaats van een pedagogische en genuanceerde uitleg te geven.

Er wordt vaak gezegd dat volkeren de leiders krijgen die ze verdienen, en deze logica is ook van toepassing op de media. De informatierevolutie – van nieuwskanalen op tv die 24 uur lang verslag doen, tot het gebruik van het internet, om maar te zwijgen van Twitter – maakt het verdedigen van de democratie tot een veeleisender en moeilijker opgave. Maar dit is geen reden om het op te geven of te denken dat ‘wij’ de strijd al hebben verloren.

Het zal een zware strijd worden, maar we zijn nog niet verslagen, noch op het geopolitieke, noch op het ideologische front. Onze concurrenten, China en Rusland, mogen dan tegenwoordig meer vertrouwen uitstralen dan wij, hun structurele zwakheden, sociale ongelijkheid en corruptie zijn veel groter dan bij ons, vooral in Rusland. En zelfs China kan de huidige wapenwedloop niet volhouden, nu de Chinese economie begint te vertragen. Binnen onze eigen samenlevingen stellen onze populistische tegenstanders misschien de juiste vragen, maar zij hebben niet de juiste antwoorden.

Als we onze kapotte wereld willen repareren ‘is het hoog tijd de sterren weer te laten oplichten’, en niet alleen die van de Europese vlag, zoals de Franse dichter Apollinaire in een van zijn mooiste gedichten schreef.