Hoofdcommentaar

Luciferroulette met Iran

Voor wie denkt dat Iran onder zijn nieuwe president plotseling het nucleaire pad op is gegaan een paar trivia om de huidige crisis in perspectief te zetten.

De eerste Iraanse studenten die met overheidssteun in het buitenland nucleaire kennis kwamen opdoen, liepen een halve eeuw geleden de kades van Europa en Amerika op. Hun aantal over die hele periode ligt naar schatting ergens tussen de twintig- en dertigduizend. In de jaren zeventig, dat wil zeggen vóór de islamitische revolutie van 1979, werkten al 4500 wetenschappers voor het atoombureau van Iran. Abdul Kadeer Khan, de spin in het web dat vanuit Pakistan nucleaire (wapen)kennis verkocht aan een reeks duistere regimes, wandelde waarschijnlijk twintig jaar geleden al door de Iraanse kerninstallatie bij Bushehr.

Voor wie denkt dat het atoomprogramma de hervormers en hardliners in Iran splijt een citaat uit 2003, nadat was ontdekt dat Iran achttien jaar lang een geheim atoomprogramma had gehad: het atoomprogramma maakte van Iran «een glorieuze natie» en zou «het momentum van chronische achterlijkheid omdraaien». Spreker: toenmalig president Khatami, unaniem geliefd in westerse hoofdsteden als grote hoop op democratische vooruitgang in Iran.

Sinds de sjah in 1957 een nucleaire samenwerkingsovereenkomst tekende met de Verenigde Staten is veel veranderd rond het Iraanse atoomprogramma, maar één ding bleef hetzelfde: het gestage toewerken van Iran naar het beheersen van alle aspecten van atoomenergie, inclusief het vermogen om kernwapens te maken. Het tweede is nu eenmaal in praktijk vrijwel hetzelfde als het eerste.

Er zijn wel duidelijke perioden te onderscheiden. De eerste is de fase onder de megalomane «Koning der koningen», die door de VS werd gesteund en wiens activiteiten in de richting van een nucleaire capaciteit – zoals militair historicus Martin van Creveld vorig jaar al in De Groene Amsterdammer schreef – werden gedoogd door hoge politici die nu moord en brand schreeuwen, zoals Donald Rumsfeld en Dick Cheney.

Aan die periode kwam abrupt een einde met de Iraanse revolutie. Tienduizenden hoogopgeleide Iraniërs vluchtten toen tijdens de heksenjacht op westerse invloeden naar het buitenland. De mullahs werden er vervolgens met harde hand – chemische wapens en bombardementen op onder meer Bushehr – door Saddam Hoessein aan herinnerd dat (technische) wetenschappers wegjagen en opsluiten onverstandig is. Die werden daarom met clementie en premies teruggelokt door rondreizende overhaalteams, of vrijgelaten.

Een derde periode diende zich aan met Irans sluwste politicus, ex-president Rafsanjani, die de dunne technisch-industriële basis van Iran trachtte uit te bouwen, het illegale atoomprogramma coördineerde en daar een listige buitenlandse politiek aan koppelde die de VS en Europa uit elkaar dreef.

Dat laatste is nu met Ahmadinejad radicaal overboord gegaan. En dat illustreert meteen waarin zijn beleid nieuw is: in de politiek eromheen, niet in de richting van het programma zelf. Wat Iran decennialang discreet deed – een nucleaire capaciteit opbouwen die behalve energie de mogelijkheid levert om snel kernwapens te kunnen bouwen als het land dat nodig acht – zet Ahmadinejad voort terwijl hij het van de daken schreeuwt en toevoegt dat hij «geen moer» geeft om wat voor tegenzet ook.

Ahmadinejad zoekt, kortom, de confrontatie, om de voor de hand liggende reden dat hij daarop zijn politieke imago baseert. Het benauwende is dat hij die confrontatie ook zal krijgen. Ten eerste is Iran door het internationaal atoomagentschap iaea aangegeven bij de Veiligheidsraad voor het voortzetten van nucleaire activiteiten. Niet bepaald een verrassing, nadat Ahmadinejad wekenlang rondbazuinde dat Iran uranium aan het verrijken was. Maar het dwingt de zaak wel naar de bovenste plaats op het internationale prioriteitenlijstje. Ten tweede lijkt de Amerikaanse president Bush geneigd de Iraanse nucleaire crisis precies dat grimmige zenuwenspel te laten worden waar Ahmadinejad op uit is.

Dat is nog niet nodig: zelfs volgens worst case scenario’s van strategische onderzoeksinstituten als het Britse iiss is Iran nog drie jaar verwijderd van zijn eerste atoombom. Maar tegelijkertijd is Ahmadinejads uitspelen van de nucleaire kaart automatisch een reden om hem niet dichter bij het daadwerkelijke bezit van een atoombom te laten komen. De signalen over de stemming in het Witte Huis laten voor dat uitspelen van de nucleaire kaart ook weinig ruimte.

Die signalen waren het meest alarmerende aan het artikel van onderzoeksjournalist Seymour Hersh in The New Yorker van half april. Niet de alom geciteerde nucleaire optie die Bush wilde openhouden – «niets uitsluiten» was altijd al Bush’ lijn in de zaak-Iran – maar hoe er volgens de bronnen van Hersh in het Witte Huis over Iran wordt gedacht, wekt zorgen. Die stelden dat het probleem-Iran wordt besproken in termen van «regime change», «saving Iran», «preventing another world war», een volksopstand tegen het regime als de VS Iran zouden bombarderen. Nu zijn onder Hersh’ anonieme politieke bronnen genoeg mensen die er baat bij hebben het team van Bush af te schilderen als een bende doorgeslagen neocons met oogkleppen op, maar het messianisme dat hij schetst dicteerde wel de inval in Irak en past ook bij de uitlatingen van het Witte Huis van de afgelopen maanden.

Dat creëert het spookbeeld van een hete zomer met een nieuwe opgepompte crisis in de internationale betrekkingen. Daarbij worden, net als bij Irak, de urgentie, internationale spanning en tijdsdruk buiten proportie opgeblazen – als de diplomatieke signalen niet bedriegen ditmaal met Frankrijk als verrassende strategische partner van de VS. Bij Irak bleek achteraf de reactie op het gevaar een groter risico te vormen dan het gevaar zelf.

Over Iran valt dat nu niet te zeggen, maar het zou erg stom zijn wanneer een nieuwe brandhaard in het Midden-Oosten ontvlamt terwijl de nood nog niet echt aan de man is. De kernwapencapaciteit van Iran is al een halve eeuw in de maak en is niet overmorgen afgerond. Helaas tikt de politieke klok anders, en zou het aftellen zomaar kunnen beginnen.