4 maart 1943 - 1 maart 2012

Lucio Dalla

De liedjes van Lucio Dalla zijn de soundtrack van het leven van iedere Italiaan. Een fijngevoelige man, een nationaal dichter en een voorbeeld.

Qui dove il mare luccica e tira forte il vento
(Hier waar de zee fonkelt en de wind hard waait)
Su una vecchia terrazza davanti al Golfo di Surriento (Op een oud terras aan de Golf van Sorrento)
Un uomo abbraccia una ragazza dopo che aveva pianto (omarmt een man een meisje dat net heeft gehuild)
Poi si schiarisce la voce e ricomincia il canto (Dan schraapt hij zijn keel en begint weer te zingen).
Dat is het begin van Caruso, Lucio Dalla’s beroemdste lied dat tot het internationale vliegtuigrepertoire is gaan behoren. Maar dat is niet de schuld van Caruso: het origineel is en blijft een prachtig lied. Dalla schreef het toen hij aan de golf van Sorrento zat, in het oude hotel en zelfs op de kamer met monumentaal terras waar de wereldberoemde Italiaanse tenor Enrico Caruso in de zomer van 1921 zijn laatste levensdagen doorbracht. Caruso had keelkanker. Er is nog een meisje met groene ogen, er is de herinnering aan de grote successen in Amerika, het leven trekt aan hem voorbij. En die laatste flits voordat het doek valt heeft Dalla magistraal vast weten te leggen dankzij de verhalen van de stokoude conciërge van het hotel, die de maestro in zijn laatste weken nog had bijgestaan. Uit het verhaal van de conciërge maakte hij een wereldhit, liefst door Dalla zelf gezongen met zijn hoge, breekbare stemgeluid.
Lucio Dalla is: maanlicht over de baai van Napels, een lome zomermiddag alleen thuis op de bank en een hand die op het punt staat dat hele erge te gaan doen, een brief aan een vriend die te ver weg is. Met een handvol liedjes en beelden heeft hij zich voorgoed op de harde schijf van het Italiaanse onderbewustzijn gekerfd. Van origine jazzmuzikant - klarinet, saxofoon en toetsenbord - is Dalla in vijftig jaar uitgegroeid tot een van de succesvolste Italiaanse cantautori, tekstschrijvers/zangers/componisten. In de Paolo Conte-league, zij het minder bekend in het buitenland. In eigen land scoorde hij zeker tien langdurige nummer-één-hits en hoort hij tot de top van best verkochten aller tijden. Bepaalde momenten zijn Lucio Dalla-momenten, zeepbellen van de eeuwigheid die uiteen dreigen te spatten in ons geheugen tenzij je ze weet te vangen. En dat kon Lucio Dalla.
Zijn eigen onverwacht plotselinge einde was ook op een hotelkamer. Montreux, Zwitserland, de vrijdagochtend na een zoals altijd uitverkocht concert. Hij had nog ontbeten, keerde terug naar zijn kamer, hartaanval, pats, weg. Dalla’s vriendje Marco Alemanno begreep meteen wat er aan de hand was toen het telefoontje na herhaaldelijk bellen niet werd opgenomen en liet de deur door het hotelpersoneel ontgrendelen. Daar lag hij op de grond, drie dagen voor zijn 69ste verjaardag.
De liedjes van Lucio Dalla zijn de soundtrack van het leven van iedere Italiaan tussen de veertig en de tachtig, blijkt uit de stroom van oprecht emotionele reacties. Van beroemde vakbroeders en artistieke vrienden, maar ook de politieke wereld heeft zich vooraan in de rij geëlleboogd om erbij te mogen horen. In deze tijden van politieke overbodigheid - de technische regering-Monti kan het prima alleen af - klampen de werkloze Italiaanse politici zich vast aan ieder strohalmpje identiteit dat zich aandient. En zo blijkt Dalla in de jaren zeventig zowel voor knokkende jongeren in fascistische vechtploegen (de huidige burgemeester van Rome of de voorzitter van de Tweede Kamer) als voor toenmalig langharig communistisch tuig dat zich ook al lang op het pluche heeft geïnstalleerd, precies de juiste snaar te hebben getroffen. En dan nog de kerk, ook zo'n grote fan van Dalla. Het bericht van zijn dood in Zwitserland verscheen twintig minuten eerder op de Twitter van de Franciscaner broeders van Assisi dan op de persbureaus. Want Lucio Dalla was een overtuigd katholiek.
Maar hij was toch homo? Ja, nou en. Dat kan prima samengaan. Je kunt best met een aantrekkelijke en 37 jaar jongere Marco door het leven gaan, maar je moet hem niet als ‘mijn vriend’ presenteren. Wel als 'manager/producent/coauteur/goede vriend’, allemaal goed. Die rek zit erin, daar zul je geen Franciscaner broeder over horen, en sowieso de hele kerk niet. Wie heeft er geen Marco in zijn leven, zeg maar. De enige prijs die je moet betalen is dat je het niet zegt.
En dat nu, vinden de dapperen-op-andermans-kosten, is eigenlijk onaanvaardbaar. Hypocriet, de katholieke happening die de begrafenis van Dalla afgelopen zondag is geworden - dertigduizend man op het Piazza Maggiore van zijn geboortestad Bologna om de mis in de basiliek van San Petronio op maxischermen te volgen. Als Dalla zijn Marco open en bloot aan de wereld had gepresenteerd als wie hij was in zijn leven, was er nooit een katholieke begrafenis met alle toeters en bellen geweest. Sterker, vindt een enkele homoseksuele voorvechter nu postuum, het hele werk van Dalla is eigenlijk waardeloos. Want als een fijngevoelig man zoals hij, een nationaal dichter en voorbeeld, niet expliciet heeft gesproken over dat ene, waar heeft hij het dan in godsnaam wél over gehad?
Ja, hoor eens even, Italië is Italië. Je kunt de kleine Dalla met zijn Marokkaanse gehaakte mutsjes, excentrieke bontjassen, afgewisseld met aanstellerige Tom Wolfe-achtige witte hoeden en pakken, echt niet verwijten dat hij zich ooit als een degelijke familievader heeft gepresenteerd. En voor de goede verstaander is ma l'impresa eccezionale, dammi retta, è essere normale ('maar wat pas echt uitzonderlijk is, geloof me, is normaal zijn’) uit zijn evergreen Disperato Erotico Stump duidelijk genoeg.