Interview Olivia Glebbeek

‘Ludiek, maar ook echt idealistisch’

Kunstenares Olivia Glebbeek woont tijdelijk met haar collega op het terrein van een psychiatrische inrichting. En bouwt met lachmeditatie een brug.

Er hangt een briefje aan de muur. ‘Strek je uit. Breng de armen omhoog met een grote glimlach en zwaai buigend naar voren, uitademend met hahahahaha, afgewisseld met hohohohoho en hehehehehe.’ Ik probeer het, maar de ruimte in de wc is te beperkt. Met de deur open zou het wel lukken, maar dat durf ik niet, want ik ben op bezoek.

Ik zit op de wc in Het Vijfde Seizoen, een kunstenaarsverblijf op het terrein van de psychiatrische inrichting Willem Arntsz Hoeve in Den Dolder. Het paviljoen ligt op een heuveltje aan de rand of ‘achterkant’ van het honderd jaar oude, natuurrijke terrein. Achter het gebouw begint het bos, waar – zo lees ik later in de aantekeningen van oud-bewoner Menno Wigman – ooit ‘een warme, hartelijke, maar haastig en verward sprekende landloper’ woonde, die daar vijf hutten had en door de leiding van de kliniek werd gedoogd. Nick heette hij, en hij dronk het liefst witte Martini. Later zou hij zijn intrek hebben genomen in het paviljoen Spinoza, de ‘time-out kliniek’ voor junks.

Het briefje op de wc van Het Vijfde Seizoen is daar opgehangen door Olivia Glebbeek (1976) en Evelien Krijl, tot en met oktober de bewoners van het paviljoen. Het zijn de instructies voor een lachmeditatie. Ze hangen niet alleen in de wc, maar staan ook op de aankondiging van de lachmeditatieworkshops die Glebbeek en Krijl op het terrein willen organiseren. ‘Lachmeditatie coming soon!’ is de pakkende kreet die patiënten en dorpsbewoners over de streep moet trekken. Op de tafel in een van de grote, als woon-werkruimte ingerichte kamers liggen de boeken Psychiatrie met humor en Lachmeditatie. Op het laatste boek prijkt een foto van een breed lachende man met een lange grijze baard.

Is dit een grap?

Olivia Glebbeek: ‘Nee, het is een experiment. We willen een brug bouwen tussen het dorp en de inrichting. Zonder te praten, dus door op een andere manier met elkaar te communiceren. Dat is ludiek, maar echt ook idealistisch.’

Voor wie met de trein vanuit Utrecht komt, ligt de Willem Arntsz Hoeve rechts van de spoorlijn. Links van het spoor begint het dorp. Sinds de drugsverslaafdenzorg zich een paar jaar geleden op het terrein van de inrichting vestigde, zijn de verhoudingen tussen de patiënten en de dorpelingen verslechterd. Er zouden overijverige dealers op het station rondhangen en sommige junkies poepen zomaar op het spoor.

Olivia Glebbeek: ‘Volgens mij is de angst en achterdocht groter dan de overlast. Evelien en ik printen wekelijks wat er in het dorp is gerapporteerd. En als je dat dan leest: ja, laatst is er een blikje bier uit de Albert Heijn gestolen.’

Helpt lachmeditatie om de achterdocht te verminderen?

‘Als kunstenaar kun je natuurlijk niet zo veel blijvende oplossingen bieden. Nu we hier op verschillende afdelingen hebben meegelopen, beseffen we dat maar al te goed. Maar als je samen kunt lachen… Zelf hebben we het al geprobeerd, onder leiding van een docent. Je moet eerst veel schroom overwinnen, want je moet rekken, strekken, je tong uitsteken en gekke geluiden maken. Alleen al die stemgeluiden zijn best onaangenaam. Maar het werkte wel, er ontstond een intieme sfeer. Wat je je wel kunt afvragen is of er op deze plaats wat te lachen valt.’

Ja, valt hier wat te lachen?

‘Zelfspot is belangrijk bij lachmeditatie, maar dat is lastig te bereiken hier. En de patiënten communiceren anders. Als ik lach ga jij ook lachen, dat is een soort correctheid, maar bij de mensen hier lijken dit soort sociale codes in een zwart gat te verdwijnen.’

Ik denk aan de patiënten die ik op weg naar Het Vijfde Seizoen over het terrein zag lopen. In het bijzonder de twee jonge mannen op een bankje, die vriendelijk ‘goedemiddag’ zeiden toen ik ze passeerde, terwijl ik van plan was geweest ze zonder iets te zeggen voorbij te lopen.

Volgens mij zijn de mensen hier best sociaal.

‘Dat verschilt natuurlijk per afdeling. Patiënten krijgen trouwens sociale-vaardigheidstraining hier. Met sociale-vaardigheidsschema’s. Als je bijvoorbeeld wil kennismaken of een praatje maken, dan zijn er vier punten waar je op moet letten.’

Ze laat een paar van die lijstjes zien. ‘Kijk de ander aan’, is een handige wanneer je met iemand praat. ‘Let op je lichaam, je houding’, is belangrijk bij kwaadheid, en als je afscheid van iemand neemt moet je eerst ‘de tijd nemen’ en dan ‘zeggen hoe het verder gaat’. Glebbeek en Krijl hebben de lijstjes op T-shirts geprint en die in de Habbekrats, de winkel van de inrichting, aangeboden. De shirts zullen ook buiten de inrichting te koop zijn. ‘Het lijkt me mooi als de patiënten met zo’n T-shirt rond gaan lopen. Ik stel me dan voor dat een patiënt tegenover zijn therapeut zit met zo’n lesje sociale vaardigheid op zijn shirt.’ De eerste shirts zijn al verkocht.

Eerder dit jaar verbleef Olivia Glebbeek een aantal maanden als artist in residence in haar geboorteplaats Seoul. Daar woonde ze met haar vader en grootmoeder tot ze op haar vijfde jaar werd geadopteerd en naar Huizen verhuisde. Sinds 2003 heeft ze weer contact met haar biologische vader.

‘Het bleek heel eenvoudig om hem te ontmoeten via het kindertehuis dat destijds de adoptie regelde, want mijn vader had bij iedere verhuizing zijn nieuwe adres doorgegeven. Sindsdien ben ik vier keer terug geweest, de laatste keer dus ook voor mijn werk.’

Had je nog herinneringen aan Zuid-Korea?

‘Vooral beelden. Bijvoorbeeld van het huis waarin ik opgegroeid was. Pas toen ik daar weer was besefte ik hoe fotografisch die in mijn geheugen zaten. Zo zag ik dat de kleur van het hek was veranderd. Dat was nu een andere kleur groen. Shit, ik ben dus niet gek, dacht ik ook, want als je geadopteerd bent is het net alsof er iets is afgesneden. Het is alsof die periode niet heeft bestaan, alsof ik die heb gedroomd.

Ik heb foto’s van mezelf met mijn vader, die zijn me later opgestuurd. Ik dacht altijd: dit ben ik, dit is Lim Sun Young – mijn Koreaanse naam – maar wie ís dit?’

Glebbeek sloot haar werkperiode bij de Changdong Art Studios in Seoul af met de tentoonstelling Ambition: The Playful Path to Wholeness. Voor die expositie maakte ze onder meer een installatie (Inner World – een gezellige hoop kussens met nogal uiteenlopende afbeeldingen erop: van Mickey Mouse tot een opblaaspop) en de muurschildering Ambition, met zwarte silhouetten van jachthonden, konijnen, vogels, bloemen en fruit dat aan slingerende takken groeit. Deze zwarte figuren komen sinds haar studietijd aan de Rietveld Academie in veel van haar installaties en sculpturen terug.

‘Ik probeer de wereld te tekenen zoals ik die waarneem’, meldt de flyer bij de tentoonstelling. ‘In deze wereld speelt logica geen rol en komt het onvoorspelbare en onbekende voortdurend op mijn pad. (…) Silhouetten hebben geen diepte. In het zwarte oppervlak kan ieder zijn eigen verhaal lezen.’

Ook schrijft ze: ‘Als ik een ambitie heb, dan is het erachter te komen wie ik ben.’

Is de tentoonstelling geïnspireerd op je adoptieverleden?

Olivia Glebbeek: ‘Nee, dat was niet echt het idee.’

Maar in Zuid-Korea lijkt het me onvermijdelijk dat herinneringen uit je vroege jeugd een rol spelen in je werk. Omdat die dan in je hoofd zitten.

‘Herinneringen spelen toch altijd een rol?’

Veel meer wil ze er niet over kwijt. ‘Mijn adoptieverhaal is een afgesloten hoofdstuk.’

Even later: ‘De tentoonstelling heeft geheid iets met mijn jeugd te maken, maar vooral ook met mijn interesse in de menselijke psyche, in het dubbele ervan: sadisme, perversiteit, zachtheid en onschuld bestaan er allemaal naast elkaar. Wanneer is iets veilig en wanneer gevaarlijk? Waar slaat het om? En waarom doe je de dingen die je doet? Wat zijn onze drijfveren? Het mooie van dit soort vragen is dat iedereen zich die stelt. Daarom verbaast het me dat er zo weinig over gesproken wordt. Hoe vul je je leven in? Hoe ga je met de ander om? Ik denk dat je juist op dat gebied als kunstenaar wel wat te zeggen hebt, omdat je het bestaan niet hoeft te bevestigen. Je zit niet in een bestaande structuur, dus heb je een opening om dingen anders te benaderen.’

Op een computer in een van de werkruimtes zit een gele post-it geplakt. ‘Pauzes nemen!’ staat erop, met dikke zwarte letters.

Is dat jouw computer?

Olivia Glebbeek: ‘Ja. Ik werk hier keihard, maar dat komt ook doordat het helemaal niet als werk aanvoelt. Ik heb een redelijk fanatiek karakter, herkende wel trekjes van mezelf in de Koreaanse vrouwen die ik zag in het park of in de sportschool. Oude en jonge vrouwen die als een bezetene aan het snelwandelen waren. De energie waarmee ze dat doen, dat is ontzettend grappig.

De laatste tijd ben ik me aan het verdiepen in de beleveniscultuur. “Ontmoetingskunst”, dat is ook zo’n woord. Installaties en sculpturen zijn op dit moment voor mij een beetje uitgeput. Evelien en ik vinden de kunstprojecten van Jeanne van Heeswijk bijvoorbeeld erg interessant, projecten of evenementen in de publieke ruimte waar de buurtbewoners een cruciale rol in spelen.’

Denk je dat de patiënten daar echt iets aan hebben?

‘Je weet nooit waardoor iets komt. “In de ontmoeting is het leven”, dat vond ik een mooie uitspraak van een psychiater. In het contact met anderen krijg je impulsen die je ontwikkeling activeren. Ga bij jezelf na: welke dingen hebben jou beïnvloed, wanneer gebeurde dat? Bij mij zijn dat het drieluik Evolutie van Mondriaan en De Schreeuw van Munch geweest. Dat waren momenten, nog voor mijn academietijd, waarop ik ineens dacht: het kan dus ook zo!

Door het contact met de Zuidoost-Aziatische kunstenaars in Korea ben ik meer gaan nadenken over het effect van mijn werk. Wat kan ik bijdragen aan de samenleving? Misschien is dat gewoon een volwassen vraag. Ik wil niet alleen maar in mijn atelier zitten en mijn werk daarna in een galerie neerzetten waar allemaal kunstmensen komen die wijn drinken.’

Dus je hebt echt een missie.

‘Dat weet ik niet. Ik heb gewoon veel energie.’

De workshops lachmeditatie vinden nog plaats op 19 en 26 oktober om 16.00 uur op het terrein van de Willem Arntsz Hoeve in Den Dolder.

Op 26 oktober sluiten Olivia Glebbeek en

Evelien Krijl hun verblijf in Den Dolder af met een eindpresentatie