Lugubere hersenspinsels kosten Franse schrijver de kop

Parijs - Zijn plaats in het prestigieuze leescomité is Richard Millet kwijt, maar zijn functie als uitgever mag hij blijven uitoefenen. Zo hoopt Antoine Gallimard, directeur van de betreffende uitgeverij, een einde te maken aan de polemiek die literair Frankrijk de afgelopen weken in zijn ban hield.

Inzet is Millets pamflet Éloge littéraire d'Anders Breivik waarin hij de daden van de Noorse massamoordenaar weliswaar niet goedkeurt, maar wel bewonderend spreekt over de ‘formele perfectie’ waarmee hij te werk ging. Bij Millet is Breivik een frontsoldaat van een Europese cultuur in verval, overweldigd door minaretten en Amerikaanse bestsellers. De moordpartij op Utoya noemt hij ‘een hachelijke manifestatie van het overlevingsinstinct van een beschaving’, Breiviks slachtoffers ‘kleinburgers van sociaal-democratische snit, toekomstige collaborateurs van de nihilistische ideologie van het multiculturalisme’.

Millets pamflet zou onopgemerkt zijn gebleven, ware het niet dat hij werkt bij Gallimard, in literaire kringen ‘het ministerie van Literatuur’ genoemd. Hij geldt als ontdekker van onder anderen Jonathan Littell (Prix Goncourt 2006 met Les bienveillantes) en van Alexis Jenni (Prix Goncourt 2011 met L'Art français de la guerre). Eerder schreef Millet in een boek over zijn tijd bij een christelijke militie in Libanon al over het genot dat hij gevoeld had toen hij op de (islamitische) tegenstander schoot. Dit voorjaar nog nam hij het op voor Bashar al-Assad.

Auteurs van Gallimard spaarde hij evenmin. ‘Zijn stijl is even stompzinnig als zijn manicheïsche wereldbeeld naïef is’, schreef hij over Jean-Marie Gustave Le Clézio. De Nobelprijswinnaar was een van de eerste Gallimard-auteurs die publiekelijk reageerden. Hij deed Éloge af een ‘luguber hersenspinsel’ en vroeg zich af uit naam van welke vrijheid van expressie Millet het had kunnen produceren. Gallimard zelf liet vanaf zijn vakantieadres weten geschrokken te zijn, maar bleef Millet vooralsnog steunen.

Dat werd lastiger naarmate de druk toenam; sommigen spraken van een ‘heksenjacht’. Schrijfster Annie Ernaux sprak van een ‘fascistisch pamflet dat de literatuur onteert’. Ruim honderd schrijvers ondertekenden haar tekst. Voor Millet was het de genadeklap. Bij Pierre Assouline laat Millets gedwongen vertrek uit het leescomité echter een bittere nasmaak na. ‘Niemand zal zich het jaar 2012 herinneren als het jaar dat er een weinig memorabele tekst verscheen die lof zingt op een racistische seriemoordenaar’, stelt de auteur op zijn veelgelezen blog. ‘Wel als het jaar waarin een groep schrijvers het hoofd van een auteur eiste. En kreeg.’