Brief aan Joost

Luidruchtige ode

Kees Wieringa, directeur van Museum Kranenburgh, in zijn laatste schrijven aan Joost Zwagerman. ‘Onze revolutie is begonnen.’

Medium 2003.ft.02

Beste Joost,
‘Kijk. (…) Ik ben er niet en kijk.’

Wij hebben elkaar leren kennen in 2010 toen ik directeur was van Yxie in Alkmaar, het nieuw op te richten cultuurcentrum geïnspireerd op het gedachtegoed van Lucebert. Toen de plaatselijke politiek dit wegzette als linkse hobby en de succesvolle bouw van het cultuurcentrum de nek omdraaide, nam jij het met verve voor Yxie en mij op. Hiervoor mobiliseerde je vele kopstukken uit de Nederlandse kunstwereld. In een vlammend betoog bij de opening van Stedelijk Museum Alkmaar veegde jij de vloer aan met de lokale Alkmaarse politiek en brak een lans voor Yxie. Ik was zeer onder de indruk van je enorme engagement voor het gedachtegoed van Lucebert en het cultuurcentrum. Je betoog riep veel weerstand op bij de Alkmaarse bestuurders en je was niet meer welkom in Alkmaar.

In 2012 vroeg men mij om directeur van Museum Kranenburgh te worden en het transformeerde in korte tijd tot de levendige Culturele Buitenplaats Kranenburgh. Direct na mijn aantreden in 2012 vroeg ik je om jouw droom in Kranenburgh te realiseren, namelijk, zoals je me ooit vertelde, een allesomvattende tentoonstelling over stilte in de kunst. Jij zat toen in het vakantiehuisje in Tuitjenhorn en had het moeilijk.

Ik weet nog goed hoe jij in je oude kleine autootje naar Kranenburgh kwam en wij samen door het nog lege gebouw liepen. Het deed je merkbaar goed. Waarom niet een grote tentoonstelling bedenken waarbij de bezoeker een kijkje krijgt in jouw hoofd en jouw manier van denken? De bezoeker moest geprikkeld worden door jouw keuzes, jouw beweegredenen, en door de relatie van kunst met de wereld.

Al tijdens de eerste gesprekken hebben wij afgesproken dat de tentoonstelling over jou zou gaan, over jouw motivatie, de argumenten die je had om keuzes te maken. Ook zou het netwerk waarin jij je begaf van groot belang worden. Het netwerk van kunstenaars, musea, verzamelaars en kunstvrienden. Je vertelde mij over het ongeluk in 1967 van de veelbelovende fotograaf Sanne Sannes op de Eeuwigelaan in Bergen. Het fascineerde je enorm. Je stelde je voor hoe de stilte had geklonken na de enorme klap die de auto moet hebben gemaakt. Sanne Sannes was op slag dood.

En zie, de titel was geboren: Silence out loud. Een titel die allerlei associaties oproept, maar bovenal hardop zwijgen uitdrukt.

Het verbaasde me hoe jij als bevlogen schrijver, denker, kunstbeschouwer en vooral levendig verteller zo’n verlangen had om hardop te zwijgen.

Zoals Lucebert zei: ‘Zoek in de kunst niet de kunst maar het leven’

Op 8 september kreeg ik het telefoontje dat mijn hart verscheurde. Ik reageerde met een enorme schreeuw. Was het dan echt gebeurd, was mijn gedachte, waar veel van jouw teksten naar lijken te verwijzen en waarvan de tekst voor de tentoonstelling een voorbode leek?

Nu, maanden later, voelt het dat wij er goed aan hebben gedaan om de tentoonstelling door te zetten. Wij willen namens jou Silence out loud groots en meeslepend brengen en een luidruchtige ode aan de stilte brengen. Zoals jij zei: ‘Een tentoonstelling waarin, in onze tijden van kakofonie en hoogtonigheid, de eeuwige waarde en, schrik niet, de eeuwige waarheid van de stilte wordt verbeeld.’

Want onze revolutie is begonnen, de luidruchtige kunstbeschouwing, de ongegeneerde liefde voor de kunst, het overweldigende engagement van de kunstenaar. En een nooit meer loslatende Joost die wakend over God de wereld zal bekijken vanuit de eeuwigdurende stilte.

‘Niemand kan leven zonder nu en dan in stilte te verkeren.’ Jij voelde dat je niet paste in deze wereld, met jouw manier van denken, die associatieve en onmatigende hartstocht, je permanente drang om nieuwe ideeën te ontwikkelen, je serendipiteit, je tomeloze energie om te inspireren en geïnspireerd te raken. In een wereld vol protocollen, rechthoekig denken, bekrompen en reacties. Nee, jij was de ultieme vrijdenker, zoals Lucebert zei: ‘Zoek in de kunst niet de kunst maar het leven.’

Je bevlogenheid herken ik en je kritiek op het burgerlijke denken deel ik van harte. Ook je gedachten over een kunstwereld die zich vaak laat leiden door protocollen, risicoanalyses en te klein denkende bestuurders. Zo vaak moet ik denken aan de dichtregels van onze gemeenschappelijke held Lucebert: ‘In deze tijd heeft wat men altijd noemde/ schoonheid schoonheid haar gezicht verbrand/ zij troost niet meer de mensen/ zij troost de larven de reptielen de ratten’.

Jij hebt een nieuwe standaard gezet met een zeldzame manier van kunstbeschouwen die hart en hoofd toelaat. Ik weet zeker dat deze tentoonstelling iedere bezoeker zal inspireren en raken. Wat ben ik trots op deze tentoonstelling die, in jouw woorden, ‘Nederland zal laten sidderen’.

Ten slotte mailde jij mij: ‘En nu houd ik mijn mond. Straks mag iets anders weerklinken: Silence out loud.’


Beeld: Fiona Tan, Lift , 2000; zeefdruk op papier. Foto De Pont Tilburg