Luie verhalen

Javier Marías’ titels kunnen zo op de omslagen van de Bouquetreeks, maar dat is bedrieglijk. Ten eerste is wat volgt geen pulp; ten tweede stellen ze soms meer voor dan je zou denken. Zo blijkt de titel van zijn mooiste roman, Een hart zo blank, ontleend aan een regel uit Macbeth. Het spel met een kitscherig soort melancholie waarop de meeste titelkeuzen duiden, hoort bij deze Spanjaard, die begon te schrijven in het postfrancistische tijdperk en die intussen geldt als de belangrijkste moderne auteur van zijn land.

Hij is belezen en een interessant denker, ook op de vierkante meter. Ondanks zijn bedrieglijke titels is hij een bij uitstek literaire schrijver met essayistische trekken. Had hij hier gewoond, hij had tot de Revisorianen behoord. Het grote publiek in Spanje moet nog aan hem wennen, al verkoopt zijn nieuwste, een sleutelroman, uitstekend, maar dat komt door het genre. Echt populair zal hij wel niet worden. Hij is gewoon een beetje moeilijk. Zijn vader is een leerling van Ortega y Gasset en ook Marías jr. is filosofisch angehaucht. Zou het daardoor komen dat hij, net als ónze filosofische melancholicus Nooteboom, in Duitsland wél goed aanslaat?
Hij is de vertaler van onder meer Henry James, en op Henry James lijkt hij wel een beetje. Hij heeft datzelfde stroperige en toch transparante, een stijl die zich kenmerkt door een vloed aan verwarrende adjectieven en wendingen, die preciserend én vervreemdend werken.
De sfeer is niet zelden spookachtig. In dat talige geheel zijn de emoties die van altijd, dus larmoyant, zoals de titels aangeven. Die van de nieuwste vertaling in het Nederlands mag er weer zijn: Geen liefde meer, naar een van de verhalen.
Geen liefde meer, twee jaar geleden in het Spaans als Cuentos de cine (Bioscoopverhalen) uitgegeven, is een bundeling van dertien eerder afzonderlijk verschenen verhalen. De stijl is typisch Marías: merkwaardige adjectievengroepen, details die als een doem het schijnbaar grote overheersen, clous die half verstopt blijven achter het diffuse uiterlijk. Jammer genoeg is dat laatste niet helemaal waar. Alle verhalen zijn mini-thrillers en wat in het ruime bestek van een roman zo goed lukt, lukt hier niet. De ontknoping eist ruimte en die is er niet. Het gevecht tussen verhaal en stijl dat daarvan het gevolg is, gaat ten koste van beide. De clous zijn bovendien niet sterk. Vrouw wacht in kamertje tot ze wordt geroepen voor haar rol in een pornofilm. In dezelfde kamer zit haar tegenspeler die een verhaal vertelt over een suïcidaal meisje dat hij een poosje als bodyguard in de gaten heeft gehouden. Einde verhaal. Dat over een ‘nachtdokter’ lijkt veelbelovend maar blijft in de aanzet steken. Zo is er met allemaal iets mis en als geheel hebben ze geen meerwaarde.
Conclusie moet zijn dat Marías’ kracht ligt bij de roman en niet bij het korte verhaal. Als verhalenschrijver maakt hij bovendien een luie indruk, gezien de schoolse herhalingen hier en daar die een goedkoop effect sorteren. Zo wordt in een van de verhalen tot vervelens toe gezegd dat de hoofdpersoon graag even zijn eigen taal zou spreken, alsof we dat niet kunnen onthouden. Jammer. Ik hoop dat nieuwe lezers er niet door worden afgeschrikt en zo verzuimen naar zijn romans te grijpen, want die zijn het beste dat hij te bieden heeft.