Luik aan de amstel

We hebben het steeds over Rotterdam. Maar hoe zit het met corruptie en fraude onder Amsterdamse ambtenaren?

Gniffelen. Dat doen de ambtenaren op het Amsterdamse stadhuis om de aandacht voor het omstreden declaratiegedrag van Rotterdams voormalige eerste burger Peper. Wat een knulligheid. En allemaal om een paar centen. Ook dát pakken ze in de hoofdstad beter aan. Vanzelf. In het 1(december gepubliceerde boek Chaos aan de Amstel van Parool-redacteur Jos Verlaan wordt de ‘Amsterdamse ziekte’ aan de kaak gesteld; een corrupte graai- en gedoogcultuur die zich door alle geledingen van het ambtelijk apparaat heen naar binnen lijkt te hebben gevreten.
Alleen de Amsterdamse Milieudienst treft geen blaam. Nee, de Milieudienst is schoon. Dat is althans het imago dat directeur Jan Cleij al jarenlang geloofwaardig weet op te houden, aldus Verlaan. Cleij zelf: 'Je hebt een boodschap nodig om mensen bij de les te houden. Waarom hebben wij de naam integer te zijn? Niemand weet toch eigenlijk zeker of ik dat ben?’
Al komt de Milieudienst er goed vanaf in de opsomming van de Amsterdamse fraude- en smeergeldpraktijken, het blazoen van ambtenaren uit andere diensten lijkt flink bezoedeld. Verlaan zet de affaires van de laatste jaren allemaal op een rijtje. Jarenlang heeft de Stopera-top gedacht dat het incidenten betrof. 'Iets’ crimineels in structurele zin, daar kon de gemeente zich niets bij voorstellen. In 1995 riep wethouder Guusje ter Horst tijdens een fraudesymposium nog dat er jaarlijks nauwelijks - hooguit vijf - gevallen van ambtenarenfraude waren te constateren. Kon Ter Horst ook niet weten. Onoorbare praktijken werden tot eind jaren tachtig van de buitenwereld en vaak ook van de politieke top afgeschermd. Controle was er nauwelijks, wat er gebeurde was 'een incident’ en een registratieoverzicht was afwezig.
Pas na de commissie Van Traa in 1996 maakten de criminologen Cyrille Fijnaut en Frank Bovenkerk duidelijk wat de invloed was van de georganiseerde criminaliteit op het ambtelijk en bestuurlijk apparaat. Conclusie: corruptie en fraude komen op alle niveaus en binnen elk denkbare constructie bij de gemeente Amsterdam voor. Sindsdien bestaat een centrale frauderegistratie. Uit een in 1997 opgestelde lijst blijkt dat tussen 1992 en 1997 meer dan 130 ambtenaren van de gemeente Amsterdam zich schuldig hebben gemaakt aan diefstal, het aannemen van steekpenningen of smeergeld, belangenverstrengeling en andere vormen van corruptie en fraude. Nu, twee jaar later, is die lijst de tweehonderd gepasseerd. Maar, waarschuwt Verlaan, dit zijn slechts de officiële registraties.
Tot nu toe bleek het bijvoorbeeld mogelijk dat werknemers van het Gemeentevervoerbedrijf (GVB) miljoenen guldens achterover drukten. Vooral bij het metrobedrijf vulde men gretig de zakken. Van hoog tot laag in de organisatie, iedereen deed mee. De activiteiten varieerden van bijklussen in de tijd van de baas, facturen van 'spookleveranties’ tot op grote schaal privé-aankopen doen op kosten van het GVB. De lucratieve handel in nepstrippenkaarten wordt slechts vluchtig genoemd. Ook het accepteren van luxe cadeaus als (keuken-)meubilair, reisjes, diners en bezoekjes aan Yab Yum groeide uit tot een goede traditie. Externe leveranciers moesten hun goede relatie met het GVB warm houden, en dat gaat nu eenmaal niet gratis. Dit is grotendeels eerder in de media gesignaleerd. Nieuw is dat niet alleen medewerkers, maar ook leidinggevenden en hun gezin - tot de centrale directie toe - stelsel matig met geweld werden bedreigd. Het GVB is nog steeds herstellende van de klap. De penetratie- en organisatiegraad blijkt groter dan menig fraude-expert heeft kunnen bevroeden. Politiecommissaris Albert Steen, van de interne fraudebestrijding in Amsterdam, vergelijkt de situatie van het hoofdstedelijke ambtenarenapparaat in 1999 met de corruptiepraktijken van de politie in de jaren zeventig. Niet alleen het bureau in de Warmoesstraat was toen 'fout’, door de hele politieorganisatie - zoals de inlichtingendienst en de narcoticabrigade - was dat het geval. Het duurde vijftien jaar voordat de politie dat weer onder controle had, zegt Steen. Hij verklaart dat het GVB 'minstens zeven jaar nodig heeft om te normaliseren’.
Procedures om misstanden recht te zetten functioneerden ook al niet. Onder andere tegen het laakbare gedrag van ambtenaren van de dienst Stadstoezicht werd nauwelijks opgetreden. In deze dienst gaat jaarlijks meer dan honderd miljoen gulden aan contanten om. Maar goede regels voor dit geldbeheer ontbraken. Volgens Verlaan was het laksheid troef: geldkluizen waren niet afgesloten, kamers met open geldkoffers gingen niet op slot en leidinggevenden accepteerden kastekorten tot een bedrag van vijfhonderd gulden per dienst. Ofwel drie miljoen gulden per jaar, aldus een vertrouwelijk rapport uit 1997 van extern onderzoeksbureau KPMG. Over de kastekorten deed men niet moeilijk; die werden gewoon administratief afgeboekt.
De directie van diezelfde dienst kende de inhoud van het KPMG-rapport, maar gaf die niet aan de recherche die tegelijkertijd de miljoenendiefstal van de parkeerlopers van Parkeerbeheer onderzocht, een onderdeel van Stadstoezicht. Volgens Verlaan heeft dit ertoe geleid dat de meesnoepende top van de dienst, verantwoordelijk voor het diepgewortelde gedoogbeleid, buiten schot is gebleven.
Cynici zullen nergens van opkijken. Maar Chaos aan de Amstel laat weinig over van het heersende idee dat dergelijke zaken in dit land niet gebeuren, laat staan in het gedeelte boven de rivieren. Door de schaal en de organisatie doet het allemaal eerder aan Zuid-Europa denken. Als deze 'graai- en snaaicultuur’, met intimidatie en al, inderdaad een dagelijks verschijnsel is, kan het beeld van de onkreukbare ambtenaar voorgoed op de schop.
De gemeente Amsterdam staat nog maar aan het begin van een volwassen en gestructureerd anti-fraudebeleid, zegt Verlaan. Hoofdofficier van justitie Hans Vrakking heeft aangekondigd dat er in Amsterdam een onafhankelijk intern bureau komt, een flying squad, dat steekproefsgewijs de gemeente gaat controleren op fraudepraktijken. Of de squad het poldersprookje gaat redden, is nog ongewis. Vast staat dat de concurrentiepositie van Nederland op de Europese fraudemarkt aanzienlijk is versterkt.