Luis Posada, 15 februari 1928 – 23 mei 2018

Hij heeft vele terroristische acties op zijn naam staan en probeerde meer dan een halve eeuw met geweld een einde aan het Castro-bewind te maken. Toch kwam Luis Posada overal mee weg. Dankzij zijn machtige vrienden.

De ‘Bin Laden van het westelijk halfrond’, zoals de Cubaanse regering hem noemde, is niet meer. Hij sleet zijn laatste jaren in alle rust en vrede in zijn huis in Florida, zonder dat de Amerikaanse justitie hem lastigviel. Hij werd negentig jaar.

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief en ontvang iedere ochtend het beste uit De Groene in je mailbox

In maart 2005 was Luis Posada op een vals paspoort Amerika binnengekomen en had hij asiel aangevraagd. Dat verdiende hij, aldus zijn advocaat, omdat hij decennialang klussen voor de cia had opgeknapt. Wat voor soort werk Posada deed bleek toen rond diezelfde tijd geheime documenten van de fbi openbaar werden gemaakt: hij was de organisator van de bomaanslag op een vliegtuig van de Cubaanse luchtvaartmaatschappij Cubana op 6 oktober 1976 waarbij 73 mensen om het leven kwamen. In een van de documenten bevestigt een vertrouwelijke bron dat ‘Posada en Bosch (een andere Cubaan in ballingschap) verantwoordelijk zijn voor het plaatsen van de bom in het vliegtuig’.

Het was niet de enige terroristische actie die Posada op zijn naam heeft staan. In interviews gaf hij toe dat hij verantwoordelijk was voor een reeks bomaanslagen op hotels in Havana in 1997 die een Italiaanse zakenman het leven kostte en elf anderen verwondde.

In Panama werd hij veroordeeld tot acht jaar voor het voorbereiden van een aanslag op Fidel Castro tijdens de Ibero-Amerikaanse top in 2000. Bij zijn arrestatie werden wapens en explosieven gevonden.

Tussen zijn anti-Castro-activiteiten door deed hij ook wat andere klussen in de regio. Tijdens het Iran-Contra-schandaal, waarbij de regering-Reagan wapens verkocht aan Iran en de opbrengst ervan cadeau deed aan de Contras, de huurlingen die het Sandinistische bewind in Nicaragua bestreden, was Posada de liaison tussen cia en Contras.

De geheime documenten van de fbi, vrijgegeven dankzij de inspanningen van de privé-organisatie National Security Archive, wezen tevens op de betrokkenheid van Posada bij aanslagen in Mexico en de moord op de Chileense ex-minister van Buitenlandse Zaken die in 1976 met een autobom in het centrum van Washington werd opgeblazen. Letelier was na de staatsgreep in 1973 tegen de regering van Allende een jaar gevangen gehouden en gemarteld totdat hij onder zware internationale druk naar de VS werd uitgezet. Daar werd hij een belangrijke woordvoerder van het internationale verzet tegen de militaire junta in Chili. De dubbele moord, ook zijn medewerker Ronnie Moffitt kwam bij de aanslag om, is nooit opgelost. Het onderzoek werd door de cia actief tegengewerkt.

Hij vond zichzelf geen terrorist, maar een ‘patriot’

Posada, in 1928 geboren in de Midden-Cubaanse stad Cienfuegos, kreeg al direct na het aan de macht komen van Fidel Castro op 1 januari 1959 problemen met de nieuwe autoriteiten. Nadat hij wegens zijn anti-Castro-activiteiten was gearresteerd en korte tijd had vastgezeten, verliet hij het eiland. In 1961 werd hij gecontracteerd door de cia om deel te nemen aan de invasie van de Varkensbaai. Die operatie liep echter op een faliekante mislukking uit nog voor hij zich bij de huurlingen in zijn land kon voegen.

De gevangenis heeft Posada wel gezien, maar hij toonde zich telkens een ontnappingskunstenaar dankzij zijn machtige vrienden. Begin jaren tachtig werd hij in Venezuela – waar het toestel van Cubana was vertrokken – opgepakt, maar voor het proces beëindigd was wist hij verkleed als priester de gevangenis te ontvluchten.

In Panama werd hij tot acht jaar veroordeeld voor zijn poging Fidel Castro te vermoorden, maar in 2004 kreeg hij gratie van de Panamese president Mireya Moscoso, op de laatste dag van haar ambtstermijn. Die geste leidde tot een storm van kritiek en beschuldigingen dat zij hiervoor betaald was door Cubaanse ballingen in de Verenigde Staten. Direct na zijn vrijlating dook Posada onder, om enkele maanden later boven water te komen in Miami.

De Cubaanse leider Fidel Castro verscheen wekenlang bijna dagelijks op tv om de regering van George W. Bush aan te vallen op de kwestie-Posada. Volgens Castro maakte Bush een onderscheid tussen ‘slechte’ en ‘goede’ terroristen, ‘zoals Posada, een man die getraind werd door de cia en tot nu toe vergunning had om straffeloos bommen te leggen en te moorden op Cuba’. Voor Castro was de kwestie een bewijs van de dubbele standaard van de VS, die eerder al gebleken was doordat Washington altijd weigerde Cubaanse vliegtuigkapers uit te leveren. Castro liep zelfs voorop in een grote demonstratie voor het kantoor van de Amerikaanse zaakgelastigde in Havana.

Posada werd uiteindelijk wel gearresteerd in Miami, niet vanwege zijn terroristische activiteiten, maar omdat hij illegaal het land was binnengekomen. Na een jaren slepend proces, dat hij thuis mocht volgen, liet een Amerikaanse rechter alle aanklachten schrappen en bepaalde bovendien dat hij niet mocht worden uitgeleverd aan Cuba of Venezuela.

Luis Posada probeerde meer dan een halve eeuw lang met bommen en kogels een einde aan het bewind van Castro te maken. Uiteindelijk smaakte hij wel het genoegen de Cubaanse dictator te overleven: Fidel overleed anderhalf jaar geleden na een langdurige ziekte. Ondanks het spoor van geweld dat hij overal achterliet, vond hij zichzelf geen terrorist, maar een ‘patriot’.

De Cubanen beschuldigden Washington ervan hem te hebben vrijgelaten uit angst dat hij tijdens een proces de relatie tussen de cia en zijn terroristische daden zou openbaren.

En er waren ook Amerikanen die wezen op de schijnheiligheid in de strijd tegen het terrorisme. Volgens Archive-directeur Peter Kornbluh was de zaak Posada ‘een regelrechte uitdaging van de antiterrorismepolitiek van de regering, want de vrijgegeven documenten nemen elke twijfel weg over het feit dat Posada een van de hardnekkigste en gewelddadigste terroristen ter wereld is’.