Luister dan nu tenminste naar saro-wiwa

Ik ken geen enkel boek of pamflet van Ken Saro-Wiwa, de Nigeriaanse schrijver en leider van een vreedzame protestbeweging tegen de politieke onderdrukking en de milieuvervuiling door de oliemaatschappijen in de provincie Ogoni, die afgelopen vrijdag op last van het militaire bewind is vermoord. Ik ken alleen zijn laatste woorden. Ze getuigen van de hoogste vorm van innerlijke beschaving die een mens in dit leven kan bereiken: een oprechte verontwaardiging over de banaliteit van het kwaad. Toen de procedure van ophanging ettelijke malen moest worden herhaald omdat het valluik niet openging, zei Saro-Wiwa tegen zijn beulen: ‘Waarom doen jullie mij dit aan? Wat is dit voor een land?’

De vraag stellen is haar beantwoorden. Ooit werd Nigeria als de ‘reus van Afrika’ beschouwd. Het was de rijkste, machtigste en dichtstbevolkte zwarte natie en belichaamde als het ware het zelfbewustzijn van de jonge Afrikaanse staten; een natie die zich in het koloniale tijdperk nooit werkelijk aan de Britse overheersers had onderworpen en na de in 1960 verkregen onafhankelijkheid het voortouw nam in de strijd tegen het Zuidafrikaanse apartheidsregime en de Portugese aanwezigheid in Mozambique en Angola. Maar na dertig jaar inmenging door militairen en westerse oliemaatschappijen in de Nigeriaanse politiek is er van dat prestige weinig overgebleven. Sinds afgelopen vrijdag wordt Nigeria terecht als een paria-staat beschouwd.
De regerende kliek van noordelijke militairen rond generaal Sani Abacha propageert geen ideologie, appelleert niet aan enig nationaal belang en onderdrukt de democratische beweging van vakbonden, kerken, politieke partijen en vrouwengroepen door middel van een justitiele terreur die doet denken aan de hoogtijdagen van de Apartheid. De democratisch gekozen president Mashood Abiola zit al twee jaar onschuldig in de gevangenis en ook het proces tegen Saro-Wiwa en zijn kameraden was een schijnvertoning. Dat de schrijver onschuldig was aan de vorig jaar gepleegde moord op vier regeringsgezinde stamhoofden uit Ogoniland die zijn beweging tegen de oliemaatschappijen dwarsboomden, staat buiten kijf.
De enige bestaansreden van het militaire bewind is de winst op de export van olie en de verkoop van olieconcessies. Militairen noch oliemaatschappijen bekommeren zich om de vervuiling en sociale ontwrichting in de zuidoostelijke wingebieden, waartegen Saro-Wiwa en de zijnen in opstand kwamen. Vlak voor zijn arrestatie riep Saro-Wiwa de westerse wereld op tot een olieboycot: 'Ik heb twintig jaar campagne gevoerd en op mijn leeftijd ben ik nergens meer bang voor. We hebben al heel wat dictators zien vallen, en ook de huidige dictators zullen vallen. Ik beschuldig de etnische meerderheid die Nigeria regeert van genocide op het Ogonivolk. Ik beschuldig Shell en Chevron, de oliemaatschappijen die in Ogoni naar olie boren, van het ondersteunen van genocide op het Ogonivolk.’ De talloze staatshoofden, politici en organisaties (waaronder Shell) die dezer dagen uiting geven aan hun verontwaardiging, zijn het aan de schrijver verplicht om gehoor te geven aan zijn oproep.