Luister en leer

Buitengewoon subtiel, intelligent en beheerst brengt Rachel Cusk in haar trilogie de aloude marriage plot naar ongekende hoogten.

Met haar recent voltooide trilogie heeft Rachel Cusk het haast onmogelijke gerealiseerd: de roman van binnenuit vernieuwen door het genre aan te passen aan dit tijdperk. Ze doet dat – in Contouren (2014), Transit (2016) en Kudos (2018) – met een bevreemdende combinatie van subtiliteit, intelligentie en vormelijke beheersing. Op humoristische en soms ook licht boosaardige wijze zijn deze romans helder en ondoordringbaar tegelijkertijd. Het is begrijpelijk, maar toch ook schandalig, dat geen van de drie delen voor de Man Booker Prize genomineerd werd.

Het vertrekpunt is eenvoudig, en ogenschijnlijk doodsaai: in plaats van te schrijven reist een schrijfster rond ter promotie van haar boeken. Onderweg spreekt ze met vreemden, kennissen en collega’s. Contouren begint met een vliegreis naar Griekenland – de plekken die het zwaarst getroffen zijn door de crisis van 2008 vormen het toneel van deze trilogie, zoals later Portugal en vooral Londen. Naast de schrijfster zit een man die meteen zijn levensverhaal voorschotelt: hij heeft nogal wat pijnlijk afgelopen huwelijken achter de rug. Cusk laat hem aan het woord, afwisselend in de directe of de indirecte rede. De verteller noemt hem ‘mijn buurman’ – een theologische term, die een thema van deze trilogie aangeeft: wat moeten we aan met wat anderen over hun leven vertellen?

Cusk laat de schrijfster – wier voornaam Faye in elk deel van de trilogie precies één keer wordt uitgesproken – vooral luisteren. Pagina’s lang wordt ze gereduceerd tot een oor, en tot een vrouw zonder eigenschappen. Het is een van de fantastische paradoxen achter deze romans, en een geniale strategie: in een klimaat gedomineerd door confessionele en autobiografische literatuur – wat in het Engels zo mooi life writing heet – is Faye norm en uitzondering tegelijk. Ze staat centraal, ze is er altijd bij, maar toch hult ze zich voornamelijk in stilzwijgen. De nieuwsgierigheid van de lezer naar haar bestaan – en naar, uiteindelijk, dat van Cusk – wordt er des te groter om. Het verlangen naar kennis over deze romanheldin wordt bevredigd in heel kleine doses, die daardoor des te krachtiger worden.

Rachel Cusk maakt de lezer nieuwsgierig naar Rachel Cusk © FRED THORNHILL / Reuters / ANP

In een wereld waarin haast niemand op het toneel kan verschijnen – op Facebook, tv, Instagram; in een roman, essay, een recensie zelfs – zonder meteen, in de ik-vorm, iets bloot te geven, een onrecht te onthullen, of een mening te verkondigen, is Faye een verteller zonder verhaal, een Sheherazade die zwijgt, een autobiografe van andermans levens. Want dat is een andere paradox: wat ze te horen krijgt heeft op haast magische wijze toch weer betrekking op wat ze heeft meegemaakt. ‘Ook ik zag’, zo zegt Faye programmatisch aan het begin van Contouren, ‘in alles om me heen steeds meer mijn eigen angsten en verlangens, zag andermans leven steeds vaker als een commentaar op mijn eigen leven.’ Zelfs wie altruïstisch besluit enkel nog anderen aan het woord te laten, hoort zichzelf spreken.

Of toch bijna. Een onconventionele manier waarop Cusk spanning creëert, is door zowel Faye als de lezer met andermans grote stelligheid te confronteren. Haar ‘buurmannen en -vrouwen’ vertellen niet alleen over hun leven, ze proberen dat ook te begrijpen en te verklaren. Ze nemen, met andere woorden, niet zomaar genoegen met het noodlot; ze zijn, zoals iedereen, op zoek naar overkoepelende systemen die bewijzen dat de loop der dingen door wetten wordt geregeerd. Transit – het tweede en meest traditionele deel van de trilogie, omdat Faye vaker aan het woord komt en er haar wel degelijk een paar weinig aangename dingen overkomen – eindigt met een avond waarop enkele nieuw samengestelde gezinnen een maaltijd delen, of dat althans proberen. Uiteraard zijn huwelijken en scheidingen het gespreksonderwerp en aan Faye wordt boudweg gevraagd naar haar problemen als alleenstaande moeder: ‘Wat is het ergste wat je hebt moeten doen?’ Dat weet ik niet precies, zegt ze, en daarna vertelt ze over de huisdieren van haar twee zonen die ze heeft begraven – dieren worden, in deze romans, tussen mensen in geplaatst als symbolisch communicatiemiddel, bijna zoals Cusk personages tussen haar en haar lezers zet.

Pagina’s lang wordt schrijfster Faye gereduceerd tot een oor, en tot een vrouw zonder eigenschappen

Dat al die dieren – eerst de kat, daarna de hamster, vervolgens twee Guinese biggetjes – kort na elkaar (en kort na het vertrek van haar man) overleden, heeft volgens Faye vooral te maken met ‘het element machteloosheid dat het noodlot wordt genoemd’. Waarop Lawrence, een van haar gesprekspartners, repliceert: ‘Dat lag niet aan het noodlot, maar aan het feit dat je een vrouw bent.’ Zijn partner, Eloise, barst in schaterlachen uit: ‘Wat een bespottelijke opmerking!’ Wat Faye denkt, komen we aanvankelijk niet te weten, omdat Lawrence blijft benadrukken – een soort verondersteld feministische mansplaining – in wat voor vreselijke toestanden vrouwen worden geplaatst door hun man of hun ex.

Ook dat maakt deze trilogie tot een ‘actuele’ romanreeks: identiteit, vooral geslacht, wordt met evenveel wanhoop als vastberadenheid aangegrepen om levenslopen te verklaren. Voor Faye is dat echter te veralgemenend, en even later zegt ze – het is een sleutelpassage in de trilogie, en voor deze tijden: ‘De dingen die zich hadden voorgedaan, hoe verschrikkelijk ook, had ik nooit beschouwd als iets anders dan wat ik – bewust of onbewust – zelf had veroorzaakt. Het was niet de vraag of ik mijn vrouwelijkheid beschouwde als inwisselbaar met het noodlot; veel belangrijker was om dat noodlot te leren interpreteren, de vormen en patronen te herkennen in alles wat er gebeurde, de waarheid ervan te bestuderen. Het was moeilijk om dat te doen terwijl je nog geloofde in identiteit, om nog maar te zwijgen van eigen opvattingen over bijvoorbeeld rechtvaardigheid, eer en wraak, net zo goed als het moeilijk was om te luisteren terwijl je aan het praten was. Ik had al luisterend meer geleerd, zei ik, dan ik ooit voor mogelijk had gehouden.’

Dergelijke directe bespiegelingen zijn zeldzaam, zeker in Kudos, het laatste en meest ‘pure’ deel, waarin Cusk de vormelijke regels van de trilogie nauwgezet volgt, wat niet wegneemt dat ook dit boek onverwachte wendingen bevat, en toch weer anders wordt dan de eerste twee delen. Zoals Lorrie Moore – een geestverwante van Cusk, die thematisch gelijkaardige, meer traditionele maar niet minder aangrijpende korte verhalen schrijft – heeft opgemerkt in The New York Review of Books, is de trilogie te lezen als de ontplooiing van een ouderwetse marriage plot, maar dan op een heel ongebruikelijke en totaal niet romantische manier.

In deel één is Faye recentelijk gescheiden, en de breuk heeft haar zodanig getraumatiseerd dat ze besloten heeft ‘helemaal niets meer te willen,’ zoals ze het zelf omschrijft. In deel twee wordt ze geconfronteerd met de grenzen van dat zowel utopisch als ascetisch voornemen, bijvoorbeeld wanneer ze een appartement renoveert en van de aannemer te horen krijgt dat ze ‘van een krot een kasteel wil maken’, terwijl de benedenbuurvrouw haar uitscheldt voor kutwijf. (De bijbel draagt ons op, zo zei G.K. Chesterton, om niet alleen onze buren lief te hebben maar ook onze vijanden, waarschijnlijk omdat het meestal om dezelfde mensen gaat.) In deel drie lijkt Fay verrassend genoeg de zo verlangde onthechting bereikt te hebben, al was het maar omdat ze nog kalmer dan voorheen luistert naar de komische, tragische en meestal gewoon tragikomische verhalen van de mensen die haar pad kruisen, zoals (opnieuw in het vliegtuig) een man die zopas de familiehond een spuitje heeft laten geven en vervolgens eigenhandig heeft begraven, zonder medeweten van zijn gezinsleden. Of zoals de schrijfster die onthutst moet vaststellen dat iedereen haar boeken grappig vindt, terwijl ze alleen maar haar eigen ellende heeft opgetekend.

De ontknoping doet zich vervolgens zo weinig spectaculair voor dat je het in de flow van het verhaal – ook stilistisch zijn deze boeken een onvoorstelbare verwezenlijking – haast niet zou opmerken (waardoor het geen kwaad kan het hier alvast te onthullen): Faye is hertrouwd! Hoe kan dat, vraagt haar gesprekspartner van het moment. Hoe kun jij hertrouwen ‘terwijl je weet wat je weet’? Hoe kan ze drie boekdelen lang andermans gezeur aanhoren over steevast in ellende en geweld eindigende relaties, en dan toch besluiten om weer een man te kiezen? ‘Je hebt het op schrift gesteld’, zegt de vrouw tegenover haar, ‘en dan gelden alle wetten.’ Het antwoord van Faye is even laconiek als verstrekkend: ‘Ik hoopte het te kunnen winnen van die wetten, door me eraan te houden.’ Of zoals Lorrie Moore het omschreef: ‘Ze heeft er nog eens voor gekozen te trouwen, het toch nog eens te proberen, om vanuit het binnenste van de sociale structuren te werken eerder dan weg te gaan.’ Hetzelfde kan gezegd worden over wat Cusk met de roman heeft gedaan: ze heeft het genre gemuteerd en geüpdatet zonder de belangrijkste genetische kenmerken uit de weg te ruimen.

Het echte slot van Kudos, een paar pagina’s na die onthulling, is te geweldig, en eigenlijk ook te gewelddadig, om hier prijs te geven, en het vat zowel de onbesliste complexiteit van deze trilogie samen, als die van het leven, en van de relaties tussen mensen. Er kan veel getwist worden over de betekenis van deze finale scène, en over de vraag of Faye hierna de toekomst wel of net niet sterker tegemoet kan treden. De conclusie kan alleen maar zijn dat ze geen keuze heeft: ‘Je moet leven’, zo zegt iemand tegen haar in Kudos. ‘Niemand kan die verplichting van je overnemen.’ Zo wordt deze trilogie een 21ste-eeuwse uitwerking van het ‘I can’t go on. I’ll go on’, waarmee Beckett begin jaren vijftig zijn drie romans Molloy, Malone Dies and The Unnamable besloot. Er zijn nog meer overeenkomsten tussen beide trilogieën, maar – om ook deze recensie in de ik-vorm te beëindigen – ik vind die van Cusk beter.

Help ons groene.nl te vernieuwen.

Doe mee aan onze enquête

Het invullen neemt zo’n 5 minuten in beslag. U kunt niets winnen, maar wij zijn u zeer erkentelijk als u meedoet aan de enquête.