Luister naar me!

Vannacht - het moet een uur of drie zijn geweest - ging de telefoon. ‘Leg niet neer, luister naar me!’ zei een stem die ik niet direct kon plaatsen maar die me bekend voorkwam. ‘Ik moet aan iemand m'n verhaal kwijt. Anoniem. En vannacht. Ik ben tenslotte een publieke pesoonlijkheid en ik heb het trouwens overdag veel te druk.’

Je moet de medemens niet onnodig kwetsen, dus koos ik voor een compromis, legde de hoorn naast mijn halfslapende hoofd en probeerde weer in te dutten. Tevergeefs. De man begon oorverdovend te snikken. ‘Ik ken de mensen wel,’ sprak hij tussen zijn tranen door. Ook jou, met al je hoop en dromen, en met je hebzucht, je ambities en je haat. Ooit heb ik me geestdriftig voor de mensheid ingezet. Maar omdat ik zowel verstandig als integer was werd ik onmiddellijk door de stront gehaald. Hoeveel morele tegenslagen kan een mens verdragen, vraag ik je, voor je je oprechtheid en idealisme verliest? Ik heb teveel kontkruiperij en corruptie om me heen gezien om nog in iets of iemand te geloven. En tòch ga ik door - en nu met succes! Ik maak nu, cynisch als ik geworden ben, gebruik van de menselijke zwakheden, sterker nog, ik juich ze toe in plaats van ervan wakker te liggen. Besturen is tegenwoordig mijn passie, een meeslepend spel, heel wat opwindender dan de liefde, geloof me. Ik háát het individu, maar ik ben verslaafd aan de bewondering van de massa. Ga dus maar weer lekker slapen, klootzak!’
Ik belde onmiddellijk de PTT om het nummer van die gek te achterhalen. Zij konden me niet meer vertellen dan dat het een telefoontje uit Den Haag was geweest.