‘Luister! Odysseus vertelt!’

Er zijn veel jeugdboeken die zijn gebaseerd op de Odyssee. De mooiste schreef Imme Dros, bij wie proza poëtisch kan zijn en als muziek kan klinken. Haar Odysseus is een held die uit taal bestaat. Een held van mythische omvang, die betovert met woorden, zinnen en klank.

‘Ik droomde over verre reizen en over Odysseus, ik wás Odysseus en in de verte lag een vreemd, wild eiland, het stak omhoog uit de zee als de rand van een schild… Zo’n eiland was er echt, want ik had staan luisteren bij de deur van de vijfde klas waar de rector les gaf. Ik was eruit gestuurd bij wiskunde en moest me melden./ Ik wilde al kloppen maar hoorde iemand op een vreemde en toch bekende manier regels opdreunen. Ze lazen Homerus./ Ik vergat wat ik bij die deur kwam doen./ Daar waren de zinnen, daar was het onverklaarbare geheim van de verhalen, ik dacht dat ik wist waar het over ging zonder dat ik het zou kunnen navertellen.’

Zie hier wat taal vermag, hoe woorden kunnen betoveren, en klank, ritme en betekenis de verbeelding prikkelen. Al vanaf zijn jongste jaren is Niels – hoofdpersoon in Imme Dros’ jeugdroman De reizen van de slimme man (1988) – betoverd door Odysseus, de man van de duizend listen, de man die zo veel heeft moeten verduren. Dit komt door de oude joodse meneer Frank, Niels’ vroegere Amsterdamse buurman die hem als oppas over Odysseus vertelde en in het Grieks uit Homeros voorlas. ‘Aan zijn stem kon ik horen wat er gebeurde’, vertelt Niels. ‘Ik hoorde de branding van de zee, het klotsen en kabbelen van het water rondom de boeg van de schepen, (…) het fluisteren van de mannen. Mijn hart begon te bonken als er gevaar dreigde en gevaar dreigde er elke keer.’

Niels’ betovering is voor altijd. Wanneer meneer Frank sterft en Niels diens beduimelde ‘Homeros’ erft raakt hij bezeten van het verlangen de bijna drieduizend jaar oude tekst zelf te kunnen lezen en Odysseus’ avonturen te kunnen doorgronden. Onbewust om greep op zichzelf en zijn leven te krijgen. En dat van meneer Frank. Want waarom hield die oude man zo veel van de verhalen van Odysseus? Wat betekende de Odyssee voor meneer Frank? Waarom had hij Homeros uit het hoofd geleerd tijdens zijn zwaarbeproefde onderduikperiode in de Tweede Wereldoorlog? Door de vriendschap met zijn buurmeisje Piek in zijn nieuwe woonplaats Wassenaar, door zijn keus voor het gymnasium en door zijn ‘surfexercities’ aan het Wassenaarse strand, leert Niels stukje bij beetje en woord voor woord de samenhang van de 24 boeken van de Odyssee én meneer Franks verhalen begrijpen. Hij realiseert zich dat die verhalen door elkaar heen lopen. Dat het parallelle levensverhalen zijn: verhalen over gedwongen afscheid, heimwee, kiezen, verliezen, macht, onmacht, leegte, afstand, zoeken, vinden, overwinnen, overleven, mens-zijn.

Dros vertelt gelukkig niet zó letterlijk over Niels’ verkregen inzichten. Ze laat haar lezers vooral hun eigen verhaal maken. Aan haar weloverwogen woorden en zinnen mogen ze hun eigen werkelijkheid toevoegen en zo een nieuwe wereld creëren, een nieuwe betekenis vinden. Zoals Niels dat doet met Homeros’ ‘zangen’. Het gaat Dros uiteindelijk om de magie van wat de eigen verbeeldingskracht oproept.

Iedereen verlangt na lezing van De reizen van de slimme man naar ‘een meneer Frank’. Naar iemand die hartstochtelijk over de avonturen uit de Odyssee vertelt, die in het Grieks de bedwelmende cadans van de dactylische hexameter (vijf maal lang-kort-kort, afgesloten door lang-onbepaald) weet over te brengen. Maar de meeste kinderen hebben geen ‘meneer Frank’ in hun omgeving. Dus wie of wat kan ervoor zorgen dat ze net als Niels de Odyssee leren kennen en nooit meer vergeten? Dat ze een keten van verhalen tot zich nemen die ze helpt zichzelf en de wereld waarin ze leven te plaatsen, die ze helpt te zoeken en vinden, te huilen en lachen, te verliezen en winnen, te veranderen en blijven veranderen.

Natuurlijk, er zijn verscheidene wegen die naar Ithaca leiden. Zonder een meneer Frank, zonder een gymnasium en bevlogen docent Grieks kun je er ook komen. Gelukkig zijn er kinderboekenauteurs en vertalers die blijvend door de Odyssee worden geïnspireerd.

Simone Kramer bijvoorbeeld, die al eerder Griekse mythen hervertelde, schreef vorig jaar nog De omzwervingen van Odysseus. Eenvoudige woordkeus. Korte zinnen. Waardoor toegankelijk. Het begin van haar Odyssee klinkt zo: ‘In het paleis van Ithaka wachtte Telemachos op Odysseus, zijn vader, die hij nooit echt had gekend./ Twintig jaar geleden was de koning van het eiland Ithaka vertrokken om met de andere Griekse vorsten oorlog te gaan voeren tegen het verre Troje, en op dat moment was Telemachos nog geen jaar oud.’

Het siert Kramer dat zij vervolgens de oorspronkelijke volgorde van de betrekkelijk ingewikkelde raamvertelling – deels verantwoordelijk voor de spanning – vrij trouw volgt: de godenvergadering op de Olympos waar besloten wordt dat Odysseus naar Ithaca mag terugkeren. Telemachos die op aanraden van Athene informatie over zijn vader gaat inwinnen. Odysseus die bij de nimf Calypso vertrekt en na tegenslag bij de Faiaken terechtkomt. Odysseus die daar in een ‘flashback’ over zijn avonturen van de afgelopen tien jaar vertelt. En tot slot Odysseus die op Ithaca aankomt en samen met Telemachos de vrijers verslaat. Maar wat je mist is de poëtische kracht van het origineel. De betoverende werking die de Odyssee deel van je wereld maakt.

Datzelfde gemis geldt voor De vloek van Polyfemos (1994) van Evert Hartman (1937-1994), die bovendien voor een alwetende verteller koos en de compositie van het origineel versimpelde. Zodanig dat het verhaal diepte mist. Hij begint met Odysseus’ treffen met de Kikonen, gevolgd door het verhaal van Polyfemos (zoon van zeegod Poseidon) die, nadat Odysseus hem heeft verblind, Odysseus’ rechtstreekse terugreis naar Ithaka verhindert.

Het gegeven van Odysseus’ wonderlijke en spannende avonturen, de vlotte dialogen en de gewelddadige scènes waarbij botten kraken en hersenen regelmatig rondspatten, geven Hartmans Odyssee echter wel veel vaart. Dat Hartmans Odysseus zijn mannen joviaal aanspreekt met ‘jongens’ en dat hij minder zwaar beproefd overkomt dan wellicht ooit bedoeld, zal veel jongeren niet storen. Een spannend verhaal is een spannend verhaal. En al blijft de betovering uit, Hartman (zoals ook Kramer) stimuleert zeker tot verdere lezing van Homeros.

Maar de ‘meneer Frank’ van de jeugdboekenauteurs is zijn eigen schepper: Imme Dros. Zij bewijst met haar Odysseus, een man van verhalen (1994), waarin vanuit verschillende vertelperspectieven (Mentor, Penelope, Laërtes, Athene, et cetera) over Odysseus wordt verteld, dat proza wel degelijk poëtisch kan zijn en als muziek kan klinken. Haar Odysseus is een held die uit taal bestaat. Een held derhalve van mythische omvang, die betovert met woorden, zinnen en klank:

‘Het begint, Zeus, het begint. Kom toch ook, roep de andere Goden! Roep ze allemaal, kunnen ze lachen, kunnen ze genieten. Het enige waar stervelingen goed in zijn is verhalen vertellen. Kom toch allemaal, Hera, Afrodite, kom. Luister en huiver, eeuwig gelukzalige Goden. Odysseus vertelt.’

Het gaat Dros om het doorgeven van verhalen die een beroep doen op onze fantasie. Verhalen waaraan we geestkracht ontlenen. Dat Dros humorvol verwijst naar twintigste-eeuwse kinderliteratuur als Dik Trom (Odysseus’ oude voedster Eurykleia vertelt Telemachos: ‘Je vader was een bijzonder kind en dat was hij’) en dat Dros kiest voor eigentijds taalgebruik en vermenselijkte Goden die hun vergaderingen agenderen en notuleren, doet niets af aan de poëtische kracht van haar tekst. Haar vertelstijl – de verschillende vertellers hebben hun eigen toon –, de woordherhalingen, de soms bijna homerische vergelijkingen en ‘de zee, de zee, er is niets zo meeslepend als de zee’, met ‘paarse golven’ die sissen en ruisen, overtuigen moeiteloos en nemen je mee naar de Griekse eilanden. Naar Ithaca.

Het allerbeste is misschien om te luisteren, zoals Niels naar meneer Frank. Pas dan raak je voorgoed verslingerd aan de schitterende verhalen over ‘de slimme man, de man van de duizend listen, de grote, onverschrokken, onstuitbare held, de grootste van allemaal’.

Een luisterboek van Odysseus, een man van verhalen is er (nog) niet. Maar sinds vorig jaar is er wel een verkrijgbaar van Dros’ Odysseia (1991): een vrij letterlijke vertaling voor volwassenen met handhaving van het metrum. Volgens kenners niet perfect, maar Dros’ woordkeus, de stem van Ton Lutz en de voortdurend klinkende mysterieuze achtergrondmuziek van Christof Martin zullen behalve volwassenen ook jongeren betoveren en meeslepen in die andere wereld vol nieuwe betekenis.

‘Wat is er toch zo kwellend mooi aan dat zingen en vertellen, in de straten, in de kroegen…’ Wat is het dat je doet luisteren en luisteren? Dát is het geheim van taal. Maar luisteren zullen we. Dromen zullen we. ‘Over verre reizen en over Odysseus, ik wás Odysseus en in de verte lag een vreemd, wild eiland, het stak omhoog uit de zee als de rand van een schild…’

Imme Dros, De reizen van de slimme man.
Querido, 131 blz., € 11,50

Imme Dros, Ilios & Odysseus, met daarin
Odysseus, een man van verhalen. Querido,
431 blz., € 18,95

Imme Dros, voorgelezen door Ton Lutz,
Odysseia. Atheneum – Polak & Van Gennep,
€ 29,95 (voor het eerst uitgezonden op
de NCRV-radio in 1994)

Evert Hartman, De vloek van Polyfemos,
de avonturen van Odysseus. Lemniscaat,
219 blz., € 15,95 (bekroond met de prijs van
de Nederlandse kinderjury 1995)

Simone Kramer, De omzwervingen van
Odysseus. Ploegsma, 180 blz., € 19,95