Sport

Luisteren

Paulien van Deutekom greep net naast de bronzen medaille op het Europees kampioenschap allround (schaatsen). Ze was niet in topvorm, zei ze: ‘Misschien ben ik vroeg in het seizoen te lang doorgegaan. Toen had ik misschien beter naar mijn lichaam moeten luisteren (…)’
Dat is weer zo’n frase waarvan we wel weten wat de spreker er ongeveer mee bedoelt, maar waarvan we ons afvragen hoe dat dan precies gaat, in fysieke zin. Net als: ‘Ik moet meer investeren in mezelf.’ Of: ‘Ik ben nog niet scherp; daar gaan we aan werken.’ Of: ‘De balans is nog niet perfect. Dat zit tussen de oren. Maar ik voel dat-ie komt.’ We voelen wel wat het zo’n beetje inhoudt, maar kunnen niet aanwijzen waar precies wát gebeurt.
Van Deutekom had beter naar haar lichaam moeten luisteren. Maar ze moet ook nog maar begrijpen wat het zegt. Het is een taal die je moet leren verstaan, als sporter. De details moet je doorgronden. Langzaam maar zeker ga je dan meer horen in dat lichaam van je.
Er is bijvoorbeeld veel te beluisteren in het buik- en maaggedeelte. Knorren en rommelen. Rammelen. Bubbelen en bruisen. Klotsen en golven. Piepen en brommen. Een wereld van geluid. Als je té goed luistert word je horendol: een kakofonie is het. De nieren roepen iets, maar ondertussen heeft de pancreas een belangrijke mededeling. Het hart blijft aankloppen. En die kuitspieren spannen zich in om je duidelijk te maken dat je… Het is een kunst op zichzelf, luisteren naar je lichaam, naar dat fysieke Esperanto.
‘Ik hoest weer enorm uit mijn eigen achterste’, schreef Gerard Reve ongeveer. Dat is ook lichaamstaal, waar de sporter naar moet luisteren. De wind als betekenisdrager. De semiotiek van de sch**t. Paulien van Deutekom moet het leren begrijpen. Het lichaam spreekt vele talen en één ervan komt uit de billen.
Vraag maar aan de Petomaan van Parijs. Joseph Pujol uit Marseille had een talent voor het op artistieke wijze laten van winden (péter) en trad op in de Moulin Rouge in Parijs, vanaf 1892. Volgens de overlevering verscheen hij op het toneel ‘gekleed in een rode jas met een zijden kraag, zwart satijnen kuitbroek met bijpassende kousen en lakleren schoenen. De petomaan begon de show met een serie imitaties, zoals de winden van een meisje, een schoonmoeder, een bruid in haar huwelijksnacht (een klein piepend windje) en een bruid op de ochtend na de huwelijksnacht (een luide, onbeheerste wind). Hij imiteerde dierengeluiden, scheurende kleding en kanongebulder.’ Pujol windde Au clair de la lune en de Marseillaise. Uit zijn eigen achterste.
Het is de wind, de wind, mijn lieve kind… Het kan zijn dat Paulien van Deutekom dat niet wist, in het begin van het seizoen, en dus wel een beetje luisterde naar haar lichaam, maar niet echt begreep wat ze hoorde. Grote betekenissen zitten in kleine dingen, dat is bekend.
Ze moet dus echt serieus luisteren. Niet zomaar van je huppetee lamalullen (geeuw) blablabla, o zei je iets – nee, echt ervoor gaan zitten en proberen te doorgronden wat er wordt gecommuniceerd, en hoe. De verschillende toonhoogten, de variatie in volume: het betekent allemaal iets. Pèèèp. Prrffllr. Piehiehiep. Fffff.
Tijdens het trainen is het misschien lastig voor Van Deutekom, omdat haar ploeggenoten dan in een treintje achter haar rijden, dus dan mist ze iets van wat haar lichaam allemaal mededeelt, maar daarna, in de kleedkamer, kan het op volle kracht verder. Een intensief gesprek, van mens tot lichaam.
Toet-toet. Wat zeg je daar?
Het seizoen had er heel anders uitgezien als Paulien beter had opgelet. Zilver was het geworden, minstens. Tettererettteretett. Pwwoe-oe-oeppfff.? Ik ben uw lichaam en ik probeer u iets te vertellen. Luister nou eens, verdikkeme. Prrrrrrr-rrrrqpbbbf. Meer investeren in jezelf, Paulien. Ffuuuuwhhh. Balans tussen de oren. Je moet de huik naar de wind hangen. Dan kun je Pechstein de wind uit de zeilen nemen. Die Duitsers weten dan hoe de wind waait: uit een andere hoek. Dat advies moeten ze niet in de wind slaan.
Coach Kemkers heeft er de wind onder. Hij pept Paulien op (pphhèèèèp). Hij weet: wie wind zaait, zal storm oogsten. Er waait een frisse wind door de schaatshal, want Paulien luistert voortaan echt naar haar lichaam. En wij luisteren mee.
Geluiden als van een verstopte trombone – wat is er aan de hand? O, dat is Paulien, die zit te luisteren naar haar lichaam. Een valse trompetsolo: o, dat is een serieus gesprek.
Paulien windt er geen doekjes om. Ze windt die Duitse meiden om haar vinger. Tataratatatatadaa! Paulien geeft ze allemaal de wind van voren. Phhèèhhp! Nu verliest ze nooit meer. Paulien windt!