Luisteren!

Wie in Nederland ‘de centen verdient’ en ‘de banen maakt’ is daarmee nog niet de baas van het land. Het is geen 1860 meer.

Op weg naar het Planbureau voor de Leefomgeving fiets ik langs het Haagse Malieveld. Daar staan bouwers naast hun shovels en kiepwagens te demonstreren tegen het kabinet. Boos vanwege de stop op vele bouwprojecten als gevolg van het stikstofbesluit van de Raad van State. Op het Planbureau krijgt de pers alvast te horen dat de jongste doorrekeningen laten zien dat er nog een tandje bij moet als het kabinet de klimaatdoelen wil halen. Misschien moet het Malieveld voorlopig maar niet opnieuw worden ingezaaid.

Terwijl wij journalisten ons op het Planbureau laten bijpraten over broeikasgassen, hernieuwbare energie en de invloed van koude winters, het groeiende aantal suv’s op de wegen of scheurtjes in buitenlandse kerncentrales op de Nederlandse klimaatdoelen, spreekt op het Malieveld de voorzitter van de werkgeversorganisatie vno-ncw, Hans de Boer, de bouwers toe. Nou ja, eigenlijk spreekt hij over de hoofden van de boze bouwers de ministers en Kamerleden aan. ‘Wij verdienen hier de centen. Wij maken hier de banen. Jullie moeten naar ons luisteren. Nu!’

Als het wezen van politiek is het van mening verschillen over waar we heen willen met Nederland, dan laat werkgeversvoorzitter De Boer hier in drie korte zinnen en één met veel nadruk uitgesproken woordje zien wie daar volgens hem over mogen meepraten. Alleen zij die geld verdienen én banen maken. Ik dus niet. U waarschijnlijk ook niet. Docenten, ambtenaren, zorgverleners en wetenschappers evenmin, want die worden uit belastinggeld of premiegeld betaald. Die ‘verdienen’ het geld niet zelf. En wat te denken van bijstandsgerechtigden, mensen die niet kunnen werken, ga zo maar door.

De Boer lijkt terug te willen naar het censuskiesrecht uit het midden van de negentiende eeuw. Toen mochten alleen mannen boven de 23 jaar die directe belastingen betaalden naar de stembus. Die belastingen werden geheven over, let op, grond, patenten en personeel. In 1860 mocht daardoor nog geen elf procent van de mannen ouder dan 23 jaar hun stem uitbrengen. Om het in de terminologie van De Boer te zeggen: alleen zij verdienden hier de centen, alleen zij maakten hier de banen.

Ik overdrijf, maar dat is om te laten zien hoe de stikstof- en klimaatcrisis het denken over wat politiek is, hoe je die wilt bedrijven en wie daarover mogen meepraten op scherp zet. Ik ben tegenwoordig regelmatig bij discussies waar deelnemers dictatoriale neigingen vertonen, geweld goedpraten, het systeem van alles de schuld geven en niet geloven in de invloed van individuen. Hun tegenpolen zitten overigens vaak aan dezelfde tafel. Voor de politieke betrokkenheid is het een opsteker.

Duwen, trekken, aandacht vragen en uitproberen kan werken

Maar waar leidt die grotere betrokkenheid uiteindelijk toe? Daar bedoel ik hier nu niet mee een ander kiesstelsel of een correctief bindend referendum. Ik vraag me af hoe die betrokkenheid invloed zal hebben op de manier waarop de stikstofproblematiek zal worden aangepakt. Op hoe Nederland de klimaatdoelen wil gaan halen en of dat tijdig zal lukken. Of zou de betrokkenheid van burgers er ook nog toe kunnen leiden dat de natuur en het klimaat een tandje lager moeten zingen?

Uit de Klimaat- en Energieverkenning die het Planbureau voor de Leefomgeving vorige week publiceerde, kun je conclusies naar voren halen die al iets zeggen over je eigen, reeds ingenomen standpunt. Benadruk je vooral dat de doelen niet worden gehaald, dan wil je meer en sneller. Daarom mijn aarzeling hier nu iets positiefs te benadrukken.

Maar wie had tien jaar geleden gedacht dat Nederland een importeur van gas zou worden in plaats van een exporteur? Wie had toen durven zeggen dat er zo veel zonnepanelen en windmolens zouden komen dat het Planbureau inmiddels voorspelt dat in 2030 ruim twee derde van de elektriciteit wordt opgewekt met hernieuwbare energie?

Die overgang is niet zonder slag of stoot gegaan. In Groningen moest het zelfs eerst heel erg van au gaan voordat de gaskraan werd dichtgedraaid. Over windmolens naast je huis is ook het laatste woord nog niet gezegd. Maar het laat zien dat duwen en trekken, aandacht vragen, pionieren en uitproberen kan werken. Ook buiten het stemhokje hebben mensen invloed. Noem het met de voeten stemmen. Maar dat is dus niet synoniem met het Malieveld vol zetten met tractoren of shovels en daar eisen dat de politiek luistert, en wel NU!

We stemmen ook met de voeten als we liever de auto nemen dan de fiets of het openbaar vervoer, en dan graag in een suv rijden. Het Planbureau laat zien dat in de sector mobiliteit de doelstelling niet wordt gehaald. Dat komt doordat er meer auto’s zijn dan was voorspeld, daarmee meer kilometers worden gereden en de auto’s vaak ook nog eens groter en vervuilender zijn.

Moet het kabinet daarom oude auto’s sneller van de weg halen, krijgen suv’s een rijverbod in steden, komen er autoloze zondagen, moet er dan toch weer meer subsidie naar elektrische auto’s of is het stimuleren van fiets, tram en trein voldoende? Ik denk dat een aantal van deze maatregelen tot een hoop protest zou leiden. Maar na een hoop duwen en trekken, aandacht vragen, pionieren en uitproberen zal ook de manier waarop we ons verplaatsen er over tien jaar anders uitzien dan menigeen zich nu kan voorstellen. In de tussentijd zal er vast een voorzitter van een belangenclub eisen dat het kabinet moet luisteren, nu! Leuk voor de achterban, maar een democratisch kabinet luistert daar niet – alleen – naar.