Tierno Bokar van theaterpionier Peter Brook op het Holland Festival

Luisteren en kijken, niets bedenken

Vanaf zondag 12 juni is in Amsterdam in het kader van het Holland Festival de voorstelling Tierno Bokar te zien, van de theaterpionier Peter Brook. Een portret over de kunst van het weglaten.

De editie van The Oxford Companion to the Theatre (uit het midden van de jaren tachtig) is onverbiddelijk. Peter Stephen Paul Brook (1925) bestond voor de Britse thea terencyclopedisten maar tot aan het moment dat hij het perfide Albion definitief de rug toekeerde (in 1970) en artistiek leider werd van een internationaal centrum voor theateronderzoek in Parijs. De recherches théâtrales (zoals Brook zijn voorstellingen sindsdien noemt) die hij daar heeft gepresenteerd zijn richtinggevend geweest voor het Europese thea ter; ze waren overal in de wereld (behalve in Nederland) te zien. Maar de stugge Britten wilden hun godenzoon niet meer kennen. Dus vermeldt de Oxford Companion to the Theatre er geen één!

Ik denk dat het Peter Brook een zorg zal zijn. Hij heeft in Engeland in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw maatgevend toneel gemaakt en is binnen de Britse theaterconventies tot aan de grenzen van het haalbare geraakt. Toen hij die grenzen had bereikt en niet verder kwam, heeft hij zijn heil elders gezocht. Brook was verscheidene maten te groot geworden voor wat het Engelse publiek aankon en voor wat de Engelse toneelspelers aan kaalslag en eenvoud konden verdragen.

In zijn Parijse theater Les Bouffes du Nord vertelt Brook sindsdien al 35 jaar hetzelfde verhaal. Het is de oneindige vertelling over de crisis in de kosmische orde. De oerbron van deze vertelling ontdekte Brook in 1965, toen hij het Indiase epos Mahâbhârata onder ogen kreeg, met zijn twaalfduizend pagina’s de grootste vertelling over het wankele evenwicht tussen chaos en orde. Brook werkte in 1965 aan een voorstelling over de Vietnamoorlog. Hij las tijdens de voorbereiding van deze gedeeltelijk geïmproviseerde productie bij de Royal Shakespeare Company het eerste boek uit de derde cyclus van de Mahâbhârata, Bhagavad Gita. Vlak voor de Grote Oorlog uit dit epos gooit de krijger Arjuna zijn lans neer en zegt: «Waarom ga ik vechten in een oorlog die slechts verliezers zal kennen?» De tijdelijk in een mens veranderde god Krishna neemt de twijfelende krijger Arjuna mee naar de andere kant van de wereld en leert hem daar de krachten van bezinning en geest. Het lijden van de strijd die komen moet is onvermijdelijk, het Grote Mechanisme van de Tijd is niet stop te zetten, het kwaad is niet weg door eenvoudigweg het hoofd af te wenden.

Krishna in Bhagavad Gita: «Al die krijgers, ik heb ze allemaal een keer overwonnen. Hij die gelooft dat hij kan doden en hij die gelooft dat hij gedood zal worden, beiden vergissen zich. De wapens zullen het leven dat in je is niet kunnen doorboren, het vuur zal je niet verzengen, het water zal je niet wegzuigen, de wind zal je niet verdrogen. Vrees niet. Deze mysterieuze en onbegrijpelijke geest, je kunt haar nu beheersen, je kunt nu naar gene zijde zien. Handel zoals je handelen moet.» Krishna’s boodschap aan de weifelende Arjuna luidt: het lijden zal de moeite waard zijn geweest wanneer het met open ogen wordt beleefd. Daarvoor is moed en inzicht nodig. De Mahâbhârata is het epos van moed en inzicht. Het epos moraliseert niet. Het is geschreven in het Sanskriet. Die taal kent geen woord voor het begrip «slecht».

Peter Brook is veertig als hij deze vertelling voor het eerst onder ogen krijgt. Pas als hij zestig is, in 1985, maakt hij van de Mahâbhârata toneel, een voorstelling van negen uur. Het zal zijn magnum opus worden, wereldwijd ge speeld, verfilmd, op talloze televisiezenders (waar onder de Nederlandse) vertoond. De Grote (Mahâ) Vertelling over het mensengeslacht Bhârata behandelt de fundamentele crisis in de kosmische wereldorde, de dharma. De oorlog tussen de broers Bhârata, een familie verscheurd door haat, ambitie, overhaaste beslissingen en gokverslaving, is een noodzakelijke oorlog. Ze verwoest om te verwoesten. Ze verwoest om daarna opnieuw op te bouwen. Brook (in 1985): «Er bestaan geen on dubbelzinnig heden in de Mahâbhârata. Er is goede wil bij alle partijen, er is ruimhartigheid bij de ambitieuzen en er zijn zwakheden bij de sterken. Zoals bij Shakespeare zijn alle personages én menselijk én episch. Ze zijn groter dan de natuur en tegelijkertijd totaal naturel. De schoonheid van dit epos is, opnieuw net als bij Shakespeare, vol contradicties, het zich losmaken van het alledaagse leven, het zich verliezen in dromen en metafysische bespiegelingen. Een kernzin komt van Krishna: Laat je hart geraakt zijn. Zo niet, dan is deze aarde spoedig een ruïne.»

Twintig jaar lagen er tussen Peter Brooks ontdekking van het Indiase epos Mahâbhârata en de verwerkelijking van de voorstelling ervan. Even zo veel jaren liggen er tussen de ontmoeting van Peter Brook met de Afrikaanse verteller/schrijver Amadou Hampâté Ba (1900-1991) en het realiseren van de voorstelling Tierno Bokar (op basis van diens boeken), die nu in het Holland Festival te zien is. Peter Brook gaat zelden of nooit over één nacht ijs. Hij neemt zijn tijd. Hij heeft geen haast. Materiaal, stof, een vertelling – het moet langzaam bij hem naar binnen komen. Hij moet, zegt hij zelf, naar een verhaal kunnen luisteren, de muziek ervan kunnen horen, de wijsheid ervan tot hem door laten dringen. De kern van de wijsheid van Tierno Bokar (de naam van een filosoof uit Mali, leraar van de schrijver) schuilt wellicht in een passage uit het boek Oui mon commandant! van Amadou Hampâté Ba (in Nederland uitgegeven onder de titel Jawel, commandant). De schrijver ondervraagt zijn leraar over de basisoorzaken van menselijke tegenstellingen. Volgens Tierno Bokar zijn onbegrip en onverdraagzaamheid de vader en de moeder van ieder conflict: «Je praat tegen elkaar, maar je begrijpt elkaar niet, want allebei luister je alleen naar jezelf en meent de wijsheid in pacht te hebben. Maar wanneer iedereen beweert de waarheid te bezitten, raakt ze op het laatst zoek.» (…) «Er bestaan drie waarheden», zo legt Tierno Bokar uit, «mijn waarheid, jouw waarheid, en de Waarheid. De Waarheid is van niemand; ze ligt in het midden, en behoort God toe. Ze vertegenwoordigt het volkomen licht en wordt daarom symbolisch voorgesteld door de volle maan. (…) Mijn waarheid is, evenals jouw waarheid, slechts een deel van de Waarheid. Het zijn maansikkels, die zich aan weerszijden van de volmaakte cirkel van de volle maan bevinden. Wanneer we in een discussie alleen maar naar onszelf luisteren, keren onze maansikkels elkaar de rug toe; hoe meer we praten, des te meer ze zich van de volle maan oftewel de Waarheid verwijderen. Eerst moeten we ons naar de ander toekeren, ons ervan bewust worden dat de ander bestaat, en eindelijk naar hem luisteren. Dan zullen onze maansikkels zich naar elkaar toekeren, stukje bij beetje naar elkaar toekomen en ten slotte, wellicht, elkaar ontmoeten in de grote cirkel van de Waarheid.» En: «De dogma’s van die Waarheid heten: Liefde, Naastenliefde en Broederschap.»

Een duur en kostbaar bijproduct van die trits is: verdraagzaamheid, tolerantie. Peter Brooks voorstelling Tierno Bokar gaat daarover. En over de moeizame strijd om inclusief te denken, de verdraagzaamheid en de tolerantie meter voor meter, tegen de cynische tijdgeest in, te veroveren. Dat alles wordt behandeld in een vertelling die zich afspeelt binnen de Afrikaanse islam in de jaren dertig van de vorige eeuw, onder het machiavellistisch gesternte van de Franse koloniale overheersing. De behandeling van thema’s als verdraagzaamheid en tolerantie is in Tierno Bokar verre van gewild actueel of politiek boodschapperig. Daar gaat Peter Brook ook niet over. Hij kiest voor de filter van de tijd, voor heldere metaforen uit een nog nauwelijks verwerkt verleden die ons helpen naar onze eigen wereld te kijken. Daarom is Tierno Bokar ook zo’n belangrijke voorstelling.

En om nog iets anders. Iets wat zeer bij het werk van Peter Brook hoort, waarin hij groot, groots en meeslepend is geworden: de eenvoud, de kaalslag, het elimineren van theaterfranje, gedoe, bombast, ijdelheid in het toneelspelen. Hij was en is zich altijd bewust van het verschil tussen (zoals de Duitse schrijver/regisseur Heiner Müller het ooit noemde) Erfolg (succes) en Wirkung (iets teweegbrengen). Peter Brook in een interview, jaren terug: «Ik werk door te luisteren, te kijken, onder tussen zo min mogelijk te denken of te bedenken. Dat is de kern: proberen, veranderen. Toneelspelen, ook tijdens het repeteren, is lang niet zo chaotisch als het lijkt. Er zit altijd een richting, een noodzaak onder. Luisterend, kijkend, maar vooral luisterend weet je waar het goed gaat en waar je fout zit. En je moet achteraf nooit denken dat je iets hebt gehaald.»

Tierno Bokar door Théâtre des Bouffes du Nord is in het kader van het Holland Festival te zien van 12 tot en met 17 juni, 20.30 uur, Westergasfabriek Amsterdam (Zuiveringshal). Er is iedere avond rond 19.15 uur een inleiding. Op zaterdag 11 juni, 14.00-16.00 uur, presenteert Loek Zonneveld een beeldvertelling over het oeuvre van Peter Brook in het Theater Instituut Nederland, Herengracht 168, Amsterdam.

Inlichtingen:[www.hollandfestival.nl](http:// www.hollandfestival.nl)