Kunst - Olafur Eliasson

Luisteren naar een gletsjerconcert

Het klimaatrapport noemt hij het interessantste document sinds de bijbel. Gedurende de aanstaande klimaattop in Parijs legt kunstenaar Olafur Eliasson twaalf brokken oerijs te smelten in de stad.

Medium the weather project 102063

Toen Olafur Eliasson in de jaren rond het nieuwe millennium de rivieren in Bremen, Moss, IJsland, Los Angeles, Stockholm en Tokio groen kleurde was dat geen provocatie, geen blik op een ecologische ramp in de toekomst. Het was eerder uit romantische overwegingen dat hij een zak rood poeder het water in kieperde, het onschuldige uranine dat dan gifgroen kleurt, een verlangen de rivier als ruimte te beroeren en de lijn van het water door het landschap te markeren. Een enkeling belde de gemeente en in Zweden verscheen de volgende dag een krantenbericht dat verklaarde dat de groene kleur gelekt zou zijn uit een verderop gelegen verwarmingscentrale. Volstrekt ongevaarlijk.

De monumentale installaties van Eliasson omringen zijn publiek met fenomenen zoals je die in het echt maar zelden tegenkomt. Mistflarden en regenbogen in een museumzaal vragen om een heroriëntatie van de plek, net als de levensechte watervallen die hij onder de Brooklyn Bridge installeerde. De kunstenaar noemt zijn kunstwerken ook wel ‘realiteitsmachines’, situaties die abstracte kwesties emotioneel en fysiek invoelbaar moeten maken. In 2003 bezochten meer dan twee miljoen mensen in Londen The Weather Project, een zon van tweehonderd gele lampen hoog aan de muur van de Turbine Hall van Tate Modern, die van dichtbij voor een deel niet meer dan een spiegeling bleek. Bezoekers waren geroerd door de schitterende illusie en Eliasson werd de meester van het nieuwe sublieme, op een lijn met Turner. Over een mogelijke opwarming van de aarde ging het toen nog maar mondjesmaat.

Maar met de jaren tekenden zich de permanente veranderingen als gevolg van klimaatverandering in het landschap af en werden water, lucht en zon – Eliassons favoriete ‘materialen’ – inzet van een publiek debat. Onaangekondigd een rivier groen kleuren in Tokio zou nu geen vormelijk experiment meer kunnen zijn.

In een recent essay omschreef de kunstenaar de potentie van zijn realiteitsmachines, die steeds dichter naar de realiteit toe kropen. ‘Feiten zijn maar een kant van het verhaal; zoals schuld niet inspireert tot initiatief, zullen mensen niet reageren op feiten alleen. We raken geïnspireerd door emoties en fysieke ervaringen. Kennis kan ons zeggen wat we moeten doen om onze doelen te bereiken, maar de doelen en de urgentie om actie te ondernemen moeten voortkomen uit onze emoties.’

Medium riverbed 115565

En toen was daar in 2012 Little Sun, een zuiver voorbeeld van social design. Eliasson bedacht een led-lamp die werkt op zonne-energie als middel om de 1,1 miljard mensen op aarde zonder toegang tot elektriciteit van duurzaam licht te voorzien. De kleine gele lamp is online te koop voor 22 euro en wordt de westerse consument aangeprijsd als ideaal voor op de camping, aan het strand en tijdens wandeltochten. In Afrika is de lamp verkrijgbaar via lokale verkooppunten voor een prijs die, afhankelijk van het gebied, rond de zes euro ligt. Daar maakt het licht de donkere avonden vrij om te studeren, te opereren, te discussiëren. ‘A work of art that works in life’, Eliasson won er de Eugene McDermott Award in the Arts 2014 van mit mee.

Inmiddels is Eliasson een van de meest gevraagde kunstenaars ter wereld en toen de Fondation Louis Vuitton vorig jaar opende in het Bois de Bologne verzorgde hij de eerste tentoonstelling. Het werd een visueel overdonderend lichtspektakel waarvoor urenlange rijen tot in de zalen van het museum reikten. Je kon er midden in een lichtgevende horizon staan en door een galerij van zuilen met spiegels en kleur langs het water lopen. Maar de drukte en drang tot selfies met optische effecten maakten het tot een potsierlijke vertoning. In de museumwinkel lag Little Sun, de vrolijke gele blaadjes rond de waterdichte behuizing met de zonnepanelen naast een Louis Vuitton-koffer en verfijnde paraplu’s. Hoe ver de werelden van Eliasson uit elkaar zijn gedreven.

Op een vroege vrijdagochtend neemt Olafur Eliasson plaats achter zijn computer in Kopenhagen, een goedgehumeurde man met halflang golvend haar en een grijzige baard die voor ieder antwoord zijn ogen even opslaat naar het plafond. Achter hem aan de muur hangt een colour experiment painting, een van de vele ronde schilderijen met een gat in het midden waarop hij experimenteert met het volle spectrum van zichtbaar licht. Een traditionele schildersaangelegenheid.

U noemt ‘Little Sun’ een kunstwerk in ongelimiteerde oplage. Wat maakt de lamp tot een kunstwerk?

‘Wat mij als kunstenaar bezighoudt is de vraag hoe we fundamentele dingen zoals ons bewustzijn van de wereld, het klimaat en energie een vorm kunnen geven. Het verschil tussen fossiele brandstoffen en duurzame oplossingen bijvoorbeeld is in theorie niet moeilijk te begrijpen, wanneer je erover leest in de krant, maar die abstracte kennis vervolgens emotioneel en fysiek in ons leven verwerken blijkt heel moeilijk. Er lijkt een kloof te bestaan tussen waarover we denken en hoe we handelen.

‘Met de uitsluiting van abstractie sluiten we een deel van het menselijk leven buiten’

De uitdaging met Little Sun was of ik een idee kon vertalen naar actie. Ik wilde zien of ik met een kunstproject kon deelnemen aan een wereldwijde dialoog over duurzaamheid, zij het op kleine schaal. En een van de eigenschappen van Little Sun is dat het licht benadrukt wat mensen wereldwijd delen, in plaats van hoe ze van elkaar verschillen. Mensen hebben veel meer met elkaar gemeen dan ze denken. Los van het feit of ze wel of niet op het elektriciteitsnet zijn aangesloten, wil iedereen in essentie een plezierige tijd hebben met toegang tot kwaliteit van leven. Educatie en gezondheid staan daarbij bovenaan, maar het gaat ook om culturele waarden – wij willen onze dagen het liefst gestimuleerd en geïnspireerd doorbrengen. Ik denk dat dat alles met kunst te maken heeft.’

De avond voor ons gesprek bracht ik een bezoek aan Studio Olafur Eliasson in Berlijn. De kunstenaar reist op en neer tussen Duitsland en Denemarken en was op het laatste moment nodig in Kopenhagen. In een voormalige bierbrouwerij in het noordoosten van de stad werken negentig mensen ondertussen door. Een in-house chef kookt hier vier dagen per week een vegetarische lunch. Er zijn speciale afdelingen voor metaalbewerking en voor hout en werkruimtes die van vloer tot plafond zijn ingericht met geometrische modellen, wiskundige puzzels van karton en metaal waar Eliasson jarenlang aan werkte met de onlangs overleden architect Einar Thorsteinn. Een hoge stellagekast is ingericht met zijn persoonlijke verzameling lampenbollen die misschien nog eens wordt tentoongesteld als het Bulb Museum. In de hoek ligt een gladde stenen bol die van nature zo diepzwart van kleur is dat hij glimt als een spiegel. Eliasson nam hem mee uit IJsland.

Op de bovenste verdieping bevindt zich het schildersatelier waar een colour experiment-schilderij van blauwtinten op de ezel staat, met honderden tubes verf op een tafel ernaast. De schilders mogen hier maar een beperkt aantal uur per week achter de ezel staan, want het kijken naar kleur vergt een bijzondere concentratie.

De bureaus van architecten en designers worden van elkaar gescheiden door grote maquettes en prototypen van houten meubilair. Momenteel wordt er in de haven van Vejle gebouwd aan het eerste gebouw van Eliassons hand, een ontwerp voor een Deens investeringsbedrijf. Als de eigenaar een boot heeft kan hij straks tussen organische gewelven door zijn pand binnenvaren. Op het moment van mijn studiobezoek worden lampen getest die in de haven op het water zullen schijnen en zo een reflectie van de golven op het gebouw moeten projecteren. Ik strijk met mijn hand door het water van een opblaasbaar zwembad en het ruwe oppervlak van het betonnen plafond verandert in een zachte rimpeling.

Op de afdeling van Little Sun staat prominent op een lange vergadertafel de meest voorkomende lichtvoorziening in off the grid-_Afrika: een halve spuitbus die fungeert als kerosinelantaarn – ongezond, brandgevaarlijk, milieuvervuilend en uiteindelijk ook nog duur. Ook ligt er een prototype van het product van de afdeling, de _Little Sun Charger, de lamp die in korte tijd ook elektronica kan opladen. De crowdfundingcampagne voor dit project eindigde zojuist met meer dan vijfhonderd procent financiering en dus kan met de productie worden begonnen. Bij vertrek krijg ik een lamp cadeau, in een vrolijke on the grid-verpakking. ‘Give a little light.’

Medium little 20sun1 credit 20aminata 20nimaga

Maakt de sociale potentie van Little Sun het verleidelijk om op dat terrein door te gaan, weg van de beeldende kunst? vraag ik. ‘Ik denk echt dat mensen de potentie van kunst onderschatten’, zegt Eliasson. ‘Als je kijkt naar het politieke klimaat in Europa zie je de opkomst van populisme, nationalisme en allerlei fobieën. Er is sprake van een toenemende mate van exclusiviteit die is gebaseerd op het principe dat als je het ergens niet mee eens bent, dat jij dan niet welkom bent in een bepaald gebied. De definitie van “wij” gaat achteruit en Europa dreigt uiteen te vallen in gepolariseerde groepen, een verzameling van kleine wij’s.

Als we kijken naar de culturele sector, van de geïnstitutionaliseerde kunstwereld tot aan de straatcultuur, denk ik dat die meer open staat voor het delen van ervaringen. In de kunst belanden we veel vaker in situaties met iemand met wie we het niet eens hoeven zijn. Als ik in een museum voor een schilderij sta kan de persoon naast me zeggen dat de blauwe kleur op het doek afschuwelijk is, terwijl ik het blauw prachtig vind. We kunnen het schilderij dan nog steeds waarderen om heel verschillende redenen en ondertussen delen we een ruimte. Je zou kunnen zeggen dat die ruimte een mate van gastvrijheid in zich heeft waar het conflict kan worden ontvangen.’

En toch – prominent op de website van ‘Little Sun’ staat dat de verkoop van meer dan 300.000 lampen verandering bracht in 670.000 mensenlevens en 14.100 ton CO2 bespaarde. Daar kan geen kunstwerk tegenop.

‘Dit is de centrale vraag in een prestatiegerichte wereld die functioneert vanuit het comfortabele idee dat succes meetbaar is. En ik moet toegeven, die cijfers voelen geweldig. Maar aan de andere kant bestaan er zaken die moeilijker te verwoorden zijn. Abstracte dingen die we in ons meedragen – angst, stress, het gevoel onbelangrijk te zijn of buitengesloten te worden, de overtuiging dat je niet hoeft te stemmen omdat jouw stem toch niet telt. We moeten ons afvragen of we met eenzelfde McKinsey-achtig kwantificeerbare methode verandering gaan brengen in deze gevoelens. Of moeten we toegeven dat we in toenemende mate gefrustreerd zijn en dat we non-kwantificeerbare criteria voor succes in onze sociale modellen moeten implementeren? Moeten we onder ogen zien dat het vertrouwen van de burger niet zo makkelijk te meten is? Saamhorigheid, gastvrijheid, tolerantie – hoe meten we deze systemen, laat staan het succes ervan?

‘De VN zijn misschien wel het meest ondergewaardeerde instituut wereldwijd’

Ik ben ervan overtuigd dat we met de uitsluiting van die vorm van abstractie ook een zeer fundamenteel deel van het menselijk leven buitensluiten, zoals inspiratie, creativiteit en experiment, het nemen van risico’s zonder precies te weten wat je doet. Niemand weet bijvoorbeeld precies waarom we dansen, maar iedereen houdt ervan. Het is bevrijdend en het geeft de mogelijkheid te spreken op een manier die voorbij gaat aan de grenzen van taal. Hetzelfde geldt voor muziek die zo treffend een gevoel kan verbeelden dat je maar niet kon verwoorden, dat alleen ernaar luisteren al een bevrijdende ervaring wordt. Dat is volgens mij een van de grootste genoegens, als je opeens voelt dat iemand spreekt namens jou.’

Olafur Eliasson groeide op in Kopenhagen met IJslandse ouders en probeert zo veel mogelijk van zijn tijd op IJsland door te brengen. Hij rijdt er in een busje dat tevens dienst doet als mobiele studio door de ruige natuur.

In het Louisiana Museum in Denemarken, waar golven van de zee uitrollen in de museumtuin, stortte hij vorig jaar een museumvleugel vol met zwarte stenen uit een rivierbedding in IJsland. Het is de beproefde methode-Eliasson: neem een stuk landschap, isoleer het van de oorspronkelijke context en de mensen kijken ernaar zoals ze in de natuur nooit gedaan zouden hebben. Kinderen speelden in het waterstroompje dat midden door Riverbed liep, volwassenen lieten de stenen door hun handen gaan en stapelden ze op elkaar tot kleine torens.

Op het moment van mijn gesprek met Eliasson liggen er twaalf blokken ijs ter grootte van een kleine personenauto op een kade in IJsland te wachten tot ze in een container naar Frankrijk verscheept worden. Sleepboten visten het ijs voor de kunstenaar op uit zee bij Nuuk, Groenland, net voordat de fjord weer zal dichtvriezen. De dag voor aanvang van de COP21-klimaattop worden ze uitgeladen op een publieke plek in Parijs en in een cirkel gelegd, als een klok zonder wijzers. Ice Watch zal dan binnen twee tot drie weken smelten, of als het regent binnen drie dagen.

Wat hoopt u te bereiken met een kunstwerk tijdens COP21?

‘De Verenigde Naties zijn misschien wel het meest ondergewaardeerde instituut wereldwijd. Mensen weten niet wat zij eigenlijk doen, terwijl er geen appel door Europa beweegt zonder dat de VN daar iets mee van doen heeft. En nu vergaderen ze over een klimaatrapport dat bestaat uit honderden pagina’s met data, misschien wel het interessantste document sinds het verschijnen van de bijbel, en is er geen communicatieafdeling die die informatie inzichtelijk weet te maken voor de gewone mens. We zijn op een punt aangekomen waarop de data zijn verzameld en bijna iedereen klimaatverandering als een feit accepteert, maar de vraag is hoe die constateringen om te zetten in actie. Mijn project is misschien niet de noodzakelijke actie, maar een poging om de data in iets tastbaars te veranderen.

Allereerst is het ijs ongelooflijk mooi om te zien, als een abstracte glazen sculptuur. Je kunt het aanraken en van dichtbij hoor je dat het ijs ook geluid maakt, dat het zingt. In de gletsjer is de druk vele tonnen geweest en nu pas kunnen de luchtbellen eruit ontsnappen. Met je oor op het ijs hoor je prachtig knetterende geluiden, een soort microscopische popcorn. Een gletsjerconcert.

En dan zie je hoe snel het smelt. Het is gletsjerijs en dat betekent dat het water tussen de 100.000 en 250.000 jaar oud is. Alle tijd die in de structuur van het ijs besloten ligt, loopt nu gewoon weg in het riool van Parijs. En dat is misschien niet direct gerelateerd aan de data van het klimaatrapport, maar het is heel tastbaar en zeker ontroerend.’

U maakte jaren geleden al eens kunstwerken met ijs. De associatie met smeltende poolkappen is sindsdien alleen maar gegroeid – geen mens zal bij het zien van ‘Ice Watch’ níet meteen denken aan klimaatverandering.

‘Laat me dit zeggen. Het ijs mag dan onmiddellijk als ijs herkenbaar zijn, het feit dat het in Parijs staat, losgekoppeld van de oorspronkelijke context, heeft ook een mate van abstractie in zich. Er wordt geen uitleg bij het werk gegeven, er komt geen bord bij te staan dat verklaart wat mensen zouden moeten zien. En dat is wat ik eerder bedoelde: om een complex systeem als de openbare ruimte of de verandering van het klimaat te begrijpen, moeten we inzien hoe betekenisvol het is om een ervaring te delen zonder dat we op een lijn staan. Dat wil ik hier uitproberen. Voor- en tegenstanders van maatregelen met betrekking tot het klimaat zullen elkaar ontmoeten en bij het smeltende ijs met elkaar in discussie gaan.’

‘Ik zou de Rotterdammers willen bedanken voor het creëren van een publiek debat’

Op eenzelfde soort dynamiek hoopt Eliasson bij zijn kunstwerk dat volgend jaar op het nieuwe stationsplein voor Rotterdam Centraal zal komen, het winnende ontwerp van een internationaal uitgeschreven competitie. Hij heeft een nauwe band met Rotterdam, nam er deel aan een van zijn eerste internationale groepstentoonstellingen (de eerste editie van Manifesta in 1996) en exposeerde later nog verschillende malen in Museum Boijmans Van Beuningen. Het naoorlogse karakter van de stad en de postindustriële architectuur fascineren hem, in het bijzonder de relatie van de stad met haar haven, het water en de dammen.

Maar de discussie tussen voor- en tegenstanders van zijn ontwerp, The Kissing Earth, is al hoog opgelopen voordat het kunstwerk er staat. Onlangs stond Eliasson op het stationsplein met een opblaasbare proefopstelling: twee metershoge wereldbollen die elkaar net aanraken en waarvan er één bekleed is met een spiegel. Rotterdammers zijn verontwaardigd over de prominente plek van het kunstwerk op het plein, ze zijn ontevreden over het ontwerp zelf en kwaad over de miljoen euro die de ‘ballen’ mogelijk gaan kosten. En dat uiten ze, onder meer via de hashtag #pleurtopmetjeballen.

‘The Kissing Earth’ lijkt een heel optimistisch kunstwerk te worden.

‘Ik vond het bijzonder om uitgenodigd te worden voor de competitie voor een kunstwerk op het plein. Het is een prachtige plek vol publieke activiteit; openbaar vervoer, fietsers, voetgangers. Ik wilde een werk maken dat zou gaan over de complexiteit van de verbinding tussen het lokale en het internationale. Het idee is dat er twee grote sferische vormen op het plein komen die naar elkaar toe buigen waarbij het lijkt alsof de ene bol in de spiegel kijkt, naar zichzelf. Het is eigenlijk de wereld die op zichzelf reflecteert. De “kus” vindt precies plaats in Rotterdam, of nou ja, met de schaal van de wereld, in Nederland. Het werk laat zien dat we best van onszelf mogen houden, dat we onszelf mogen kussen en onszelf moeten respecteren. Want mensen denken altijd dat ze niet goed genoeg zijn.

Dat is één kant van het verhaal en de andere kant is dat we niet egoïstisch mogen zijn. Met het verhaal van Narcissus in ons achterhoofd zouden we niet te veel naar onszelf moeten kijken, maar de hele wereld blijven zien. We maken deel uit van de wereld, we staan er niet los van.’

Heeft u het publieke debat rondom uw ontwerp meegekregen?

‘Ik heb het debat gevolgd en ik zou het in ieder geval een succes willen noemen dat mensen zich bij hun omgeving betrokken voelen en de ruimte nemen om hun mening te geven. Ze zijn ervan overtuigd dat wanneer ze iets zeggen, dat een verschil gaat maken. Dat is niet overal vanzelfsprekend.

Ik denk dat het kunstwerk daar ook over gaat, over de vraag of we zichtbaar of onzichtbaar zijn. En ik luister naar wat de mensen zeggen, het zou arrogant zijn om dat niet te doen. Ik heb begrepen dat ze reageren omdat ze zo gelukkig zijn met het nieuwe station en bang zijn dat het kunstwerk hun het zicht daarop gaat ontnemen.’

Dat is mogelijk, maar wat nu als ze gewoon niet van hedendaagse kunst houden? Het is een turbulente tijd geweest in Nederland met ook het debat rond de aankoop van schilderijen van Rembrandt.

‘Allereerst vond ik de prijs belachelijk laag voor een Rembrandt, het is waarschijnlijk een van de belangrijkste kunstenaars ooit. Maar goed, geld is altijd een abstract begrip. Het was vooruitstrevend van Nederland om een shared ownership met Frankrijk te promoten en af te stappen van het idee dat we geen natie zouden zijn als we iets niet bezitten. Maar ik heb gekeken naar het hele publieke debat en ik blijf erbij dat de kritiek van de Rotterdammers voortkomt uit iets positiefs, mensen die van hun station houden, en niet alleen uit haat. Het zijn bewoners die bezorgd zijn over hun ruimte en dat vind ik eigenlijk best mooi. Dat wil niet zeggen dat ik het met hen eens ben, en hun taal is onnodig… complex. Maar ik waardeer het wel en zou de Rotterdammers willen bedanken voor het creëren van een publiek debat.’

Betekent dat ook dat u rekening gaat houden met hun zorgen en wensen?

‘Ik wil ook dat het plein heel mooi wordt en nog voor deze discussie op gang kwam was ik al bezig met kwesties als plek en ruimte. En ik ben nu een beetje bezorgd dat ze straks denken dat ik iets aan mijn werk verander omdat zij dat gezegd hebben. Het zit zo…’ Eliasson schiet in de lach. ‘Laat ik het anders zeggen, het is zo geweldig om kunstenaar te zijn.’


Ice Watch wordt eind november geïnstalleerd op een nader bekend te maken plek in Parijs, voor het begin van de internationale klimaatconferentie COP21 aldaar van 30 november t/m 11 december

Beeld: (1) The Weather Project, 2003. Tate Modern, Londen; (2) Riverbed, 2014. Louisiana Museum of Modern Art, Humlebæk, Denemarken; (3) Little Sun, ontworpen door Olafur Eliasson, is een lampje dat snel wordt opgeladen door zonlicht en ingezet kan worden op plekken waar weinig elektriciteit is