Museumeducatie in Nederland

Luisteren naar Victory Boogie Woogie

De zelfontworpen educatieprogramma’s van Nederlandse musea bieden basisschoolleerlingen uiteenlopende kennismakingen met kunst. Maar ook museumlessen kunnen ten onder gaan aan theatraliteit. De educatieprogramma’s van musea bieden uiteenlopende kennismakingen met kunst. Maar ook museumlessen kunnen ten onder gaan aan theatraliteit.

Medium museumles2

Of het nu de stimulans van de overheid is, de angst voor opdrogende publieksstromen of puur educatief idealisme: niets gaat musea tegenwoordig te ver om de jeugd aan zich te binden. Je ziet het aan de ruime ateliers waar leerlingen van de basisschool aan de slag mogen na een les op zaal. Onder meer het Haags Gemeentemuseum, het Frans Hals Museum, het Groninger Museum, het Bonnefanten Museum, het Dordrechts Museum, het Stedelijk Museum Amsterdam en het Cobramuseum hebben er speciale werkruimtes voor ingericht. Het Rijksmuseum verbouwde een deel van de vroegere Teekenschool tot een lokatie voor theatrale belevenissen, de Amsterdamse Hermitage beschikt zelfs over een speciaal gebouw.

Over het algemeen worden leerlingen van de basisschool door de Nederlandse musea serieus genomen en onthaald op een deskundige museumles. Dat nieuwe educatieve elan valt toe te juichen, al zou het maar zijn omdat investeren in een goede band met jongeren de huidige vergrijzing van museumbezoekers wat kan bijkleuren. Wie als leerling met museumkunst vertrouwd raakt, komt later nu eenmaal makkelijker over de drempel. Helaas is het niet zo dat de inspanningen van musea garanderen dat elke groep van het basisonderwijs een museumles krijgt. Gratis toegang, gesponsord busvervoer en incidenteel zelfs bemiddelende diensten verhinderen niet dat sommige scholen verzuimen hun kansen te grijpen. Scholen beslissen zelf of ze van het aanbod gebruik maken. Wat staat de groepen die wél naar het museum komen te wachten?

Overkoepelende ideeën over kunstonderwijs bestaan nog niet. Speciale vakdocenten die op school een eerste voorbereidende les komen geven – tot voor kort in Amsterdam standaard voorafgaand aan een set van maar liefst negen museumlessen – zijn er niet meer bij. Een kleine tour d’horizon leert dat ieder museum zijn eigen, zelfontworpen educatiepad bewandelt.

Docente Elsje Drewes van het Haags Gemeentemuseum laat de leerlingen van groep 5 kennismaken met de schilderijen van Piet Mondriaan. En met museumbezoek. Je moet er van de muur blijven, want ‘ze kunnen het nooit vervangen’. Staand voor Victory Boogie Woogie vertelt ze over de ritmes van de grote stad, de vrolijke toekomst en de dans, en ze laat op haar iPhone de Boogie Woogie horen. Mondriaan was altijd aan het kijken, zegt Elsje. Ze vertelt het verhaal zo dat zijn overgang van het landschap naar een compositie van horizontalen en verticalen bijna vanzelfsprekend wordt en het kost de leerlingen even later geen moeite om zelf een geabstraheerde boom met ruimte tussen de takken neer te leggen met behulp van ijsstokjes. Opgetogen maken de kinderen in het werklokaal met gekleurd plakband hun eigen kunstwerkje. Ik maak mijn eigen muziek, zegt er een.

Het succes van zo’n bezoek, dat rustig en vol toewijding verloopt, berust op een gelukkige samenloop van omstandigheden: de aanwezigheid van onbetwiste meesterwerken in het plaatselijke museum, een capabele docent, een bereidwillige schoolleiding en een verwelkomend museum. Kinderen tot achttien jaar kunnen, zoals in de meeste musea, gratis naar het Gemeentemuseum en groep 8 krijgt, na een klassebezoek aan de Wonderkamers, twee toegangskaarten mee naar huis om met familieleden nog eens terug te komen.

Het spreekt vanzelf dat een museumles meer diepte krijgt wanneer die is voorbereid. De Hermitage in Amsterdam biedt de school een aantal zorgvuldig uitgewerkte elektronische lessen, opgebouwd uit blokjes informatie en multiple-choicevragen. De Hermitage richt zich op basisschoolleerlingen van groep 4, 5 en 6 en werft actief onder de scholen, waarbij het museum nadrukkelijk een grote diversiteit van leerlingen najaagt en trots is op deelname uit de randen van Amsterdam. In het museum krijgen ze een selectieve rondleiding door de lopende tentoonstelling. Daarbij kunnen de begrippen uit de voorbereidende lessen teruggevraagd worden.

Na het bezoek aan de tentoonstelling Expeditie Zijderoute werd van de leerlingen bijvoorbeeld verwacht dat ze behalve van de beeldtaal van oude culturen ook iets opstaken van de uiteenlopende oosterse levensbeschouwingen en godsdiensten. Is dat voor deze doelgroep niet veel te moeilijk te begrijpen? ‘Zeker niet’, stelt Roelof-Jan Minneboo, de dramaturg van de Hermitage-educatie. ‘Je moet kwaliteit aanbieden. Kinderen van groep 5 en 6 ontwikkelen zin voor abstracties, terwijl ze daarvóór hun fantasie konden ontplooien. Abstracties zijn veel complexer dan fantasie, de gelaagdheden ervan zijn anders. Kinderen kunnen dat best aan als je hen ertoe uitdaagt.’

Inderdaad schrijven de kinderen tijdens hun praktische les in de studio onder het dier dat ze tekenen op zijdepapier (!) ideeën die je op zo’n lange tocht nodig kunt hebben: liefde, gezondheid, slimheid en fantasie. Ze hebben de stof uitstekend begrepen. De toekomstmuziek voor museumlessen vinden we hier.

Medium museumles1
Je kunt de vacht van een ijsbeer aantrekken en door een ijskoude nep-tunnel naar het Behouden Huys lopen

Er valt veel te lachen in het Rijksmuseum. Het lesprogramma voor groep 6, 7 en 8 heeft een sterk theatrale component. Leerlingen worden uitgedaagd om ‘iemand uit de Gouden Eeuw te worden’ en toe te treden tot het ‘Genootschap voor Rijksgeheimen’. Op school hangt dan een poster met 23 portretten van figuren uit de zeventiende eeuw en geleidelijk worden die vervangen door het kind dat via het computerprogramma Ranking the Class een geschikte stand-in is. Met dit programma kunnen scholen het verplichte hoofdstuk ‘De Gouden Eeuw’ met bijbehorende canons overslaan.

Om leerlingen tot op de huid te laten voelen wat Willem Barentsz op Nova Zembla, Hugo de Groot in zijn boekenkist en de geportretteerden van De nachtwacht meemaakten, is in de Teekenschool voor elke scène een theatersetting ingericht. Je kunt de vacht van een ijsbeer aantrekken en door een ijskoude nep-tunnel naar het Behouden Huys lopen. Een zware ijsmachine maakt je echt aan het rillen. Ook de op kunst gerichte museumlessen kunnen ten onder gaan aan theatraliteit. Zo vertelt ‘Alie’, schoonmaakster uit de zeventiende eeuw, bij een grote klok dat ze zo goed heeft gepoetst dat de klok nu niet meer loopt. Is dat niet erg? Er moet een meneer komen met een soort stofzuiger die belletjes opzuigt. Met een van de belletjes zou de klok weer gaan luiden, maar met welk?

De kinderen worden dan langs enkele schilderijen en kostbare voorwerpen geleid en krijgen er korte verhalen te horen, bijvoorbeeld dat de pruiken die men toen droeg, en waarvan ook Alie een overdreven nep-exemplaar op haar hoofd heeft, eigenlijk uit paardenhaar bestonden. Waar is toch de juiste bel gebleven? Na 35 minuten is iedereen terug bij de klok, één bel past en de klok slaat tien uur. Elk kind krijgt een belletje.

Achteraf vond iedereen het leuk. Maar is ‘leuk’ genoeg? De kinderen keken meer naar de stofzuiger, de pruik en de belletjes dan naar de kunst. Met de topwerken uit de collectie ontstaat geen verbinding, in weerwil van de oproep van museumdirecteur Wim Pijbes om mee te doen aan de BankGiro Loterij ter financiering van de Rijsksmuseumbus: ‘Graag laten we alle kinderen in Nederland voor hun twaalfde jaar De nachtwacht zien.’ Deze wens wortelt niet in de praktijk. Voor De nachtwacht verdringen zich grote groepen volwassenen waardoor een rustig klassenbezoek ondenkbaar is. Toch kan een school die een bezoek aan het Rijksmuseum plant wel degelijk kiezen voor een kunstdocent in plaats van een acteur. Wie een beetje oplet, selecteert een les die meer is toegespitst op de topwerken.

De meest futuristische lesmethode is uitgedacht door het Gemeentemuseum Den Haag. In de Wonderkamers kunnen de leerlingen naar hartenlust hun interesse voor de nieuwe media uitleven: ze spelen met behulp van een wondertool van Samsung (het bedrijf sponsorde zeventig iPads) voor museumdirecteur. Groep 8 krijgt bij de ingang een tablet in handen en mag er opnamen mee maken langs de digitale QR-codes die overal bij de kunstwerken staan. In twee rondgangen lopen ze door verrassende installaties, elk gewijd aan een artistiek thema, en langs vitrines met designvoorwerpen en kunstwerken uit de collectie. Er hangt warempel een echte Warhol bij! In de lege zalen van een minimuseum, in het midden van de zaal, richten de kinderen ten slotte met hun opnamen virtueel een tentoonstelling in. Wat het kind wil presenteren en waarom levert altijd mooie gesprekken op. De speciale vaardigheden van de kinderen worden serieus genomen: hun zin voor argumenteren en voor specifieke keuzes maakt ze trots op het resultaat.

Ervaring met kunst is essentieel om onze samenleving te begrijpen, niet alleen met het verstand maar ook door de zintuigen. En basisschoolleerlingen staan er open voor. Met hun razendsnelle visuele begripsvermogen vinden ze het heerlijk om in een bijzondere omgeving meegenomen te worden op een exercitie van vertraagd en verlengd kijken. Ze genieten van de fantasie, de wonderlijke logica van kunstwerken die je op een andere manier naar de werkelijkheid laten kijken. Ze leren praten over culturele ankerpunten als De toren van Babel, Het joodse bruidje, Zelfportret met zeven vingers en Victory Boogie Woogie en voelen zich opgenomen in de rare gemeenschap van kunstliefhebbers. Of ze voelen zich op z’n minst niet buitengesloten.

Het is stimulerend om te zien hoe dynamisch en creatief de meeste Nederlandse musea hun contacten met leerlingen van de basisschool koesteren. Alles is volop in beweging. Het Rijksmuseum werkt samen met enkele andere Amsterdamse musea aan het formuleren van condities om de kwaliteit van museumdocenten en rondleiders te bepalen en te toetsen. Met hulp van de Universiteit van Amsterdam en het Mondriaan Fonds is dit jaar een promovendus benoemd die een en ander van een theoretisch fundament moet voorzien.

Toch mist de relatie tussen school en museum de nodige vanzelfsprekendheid. Niet iedere onderwijskracht ziet het belang in van de ontmoeting met kunst of neemt de moeite om een bezoek op touw te zetten. Maar het grootste gat in verantwoordelijkheid laat de overheid vallen. Die geeft wel enige financiële ondersteuning, maar stelt geen doelen. Met als gevolg dat velen de basisschool verlaten met een incomplete vorming. Beleving van kunst hoort integraal deel uit te maken van het onderwijspakket. Dat zou alleen al moeten vanwege de eminente kunst die Nederland rijk is. De verscheidenheid van de Nederlandse collecties die deels met belastinggeld worden gefinancierd, moet worden gedeeld met alle Nederlanders en het basisonderwijs is daar de aangewezen voedingsbodem voor. Voor de goede oude volksverheffing staan de musea klaar. Kunst is zuurstof voor de geest. Er komen vindingrijke mensen van.


Drie goede museumlessen

De Hermitage neemt leerlingen serieus. In een sfeer van rust wordt hun visuele opmerkzaamheid aangescherpt en worden abstracte begrippen vertrouwd. Stedelijk Museum Amsterdam biedt een cursus die moeilijke vraagstukken over kunst op een begrijpelijke manier aanreikt.Gemeentemuseum Den Haag munt uit in een stevige museumles volgens klassieke snit en verleidt groep 8 met het Wonderkamers-programma.


Beeld: (1) Hermitage voor kinderen, Amsterdam (Evert Elzinga / Hermitage Amsterdam). (2) Wonderkamers, Gemeentemuseum Den Haag (Gerrit Schreurs / Gemeentemuseum Den Haag).