Hoe Israël te stoppen

Luistert u, meneer Arafat?

De militaire balans in het Midden-Oosten is sterk in het voordeel van het Israëlische leger. Wie zal Israël tegenhouden?

De herfst van 1998 was wellicht het meest hoopvolle moment in de hele honderdjarige geschiedenis van het Arabisch-Israëlische conflict. In Wye Plantation, Maryland, probeerde Israëlische, Palestijnse en Amerikaanse afgevaardigden een overeenkomst eruit te persen die de Israëlische Defensiemacht in staat zou stellen zich terug te trekken uit delen van de stad Hebron. Aan het hoofd van de Israëlische afvaardiging stond premier Benjamin Netanyahu, de leider van de Likoed-partij. Veel waarnemers geloofden dat als de onderhandelingen zouden slagen, het belangrijkste obstakel voor vrede overwonnen zou zijn en het einde van het conflict in zicht zou komen.

De onderhandelingen slaagden, maar er kwam geen einde aan het conflict. Uit teleurstelling over de onkunde van Netanyahu om vooruitgang te boeken, stuurden de Israëlische kiezers hem weg ten faveure van Ehud Barak. Die stemde in met teruggave van 96 procent van de bezette gebieden en de stichting van een Palestijnse staat; maar zelfs dat kon Arafat er niet van overtuigen vrede te scheppen onder voorwaarden die Israël zou kunnen accepteren. Met name het recht op terugkeer van de vluchtelingen uit ’48 kwam volgens de meeste Israëliërs neer op de vernietiging van hun staat. Zoals het waarschijnlijk ook bedoeld was.

De Tweede Palestijnse Intifada was veel gewelddadiger dan die in de late jaren tachtig en vroege jaren negentig. Honderden Israëli’s kwamen om. De IDF, ofwel Israëlische defensiemacht, reageerde door geweld te gebruiken op een schaal die nog maar een paar jaar geleden zijn bevelhebbers zou hebben verbijsterd, waarbij tot nu toe zo’n 1500 Palestijnen zijn gedood. Op dit moment woedt het conflict nog steeds. Israëlische troepen jagen op terroristen en doden er zo veel mogelijk. De Palestijnen gaan door met dood en verderf zaaien in Israël. Door zelfmoordcommando’s te gebruiken, de gruwelijkste tactiek van allemaal, vermoorden ze willekeurig mannen, vrouwen en kinderen en doen het vuur nog hoger oplaaien.

Waar het allemaal zal eindigen, is onmogelijk te zeggen. De Israëlische soldaten zijn zo bang voor de licht bewapende terroristen dat ze hen proberen te achtervolgen in tanks van zestig ton, en creëren voor elke vijand die ze doden of gevangen nemen drie nieuwe. Andere soldaten gaan liever de gevangenis in dan te dienen in de bezette gebieden en betrokken te raken in wat zij zien als wreedheden; en in plaats van zich groot te houden, huilen weer anderen openlijk boven de graven van hun dode kameraden. De media staan bol van tekenen van zwakte. Ga gewoon eens naar Tel Aviv en zie hoe duizenden mensen buitenlandse ambassades belegeren om te informeren naar de mogelijkheid te emigreren. Hoewel tot nu toe slechts een handjevol mensen die stap ook daadwerkelfjk heeft gezet, zou een bezoeker kunnen denken dat het land aan het eind van zijn Latijn is gekomen.

Maar die zwakte is slechts een deel van het verhaal en het helemaal geloven zou misleidend zijn, en dus gevaarlijk. Niet ver achter het machteloze geween en geklaag, het schandelijke gebrek aan moed en de geïsoleerde protesten is een sterk gevoel kracht aan het winnen, dat bestaat uit een combinatie van woede en wanhoop. In de zomer van 2000, vóór de huidige opstand begon, vond slechts zeven of acht procent van de Israëliërs dat het nodig zou zijn om de gebeurtenissen van 1948 te herhalen en de Palestijnen te verdrijven naar Jordanië om Israëls toekomst veilig te stellen; wie dat vond, werd voor gek versleten. In februari 2002 was dat aantal gestegen naar 33 procent, en in april van dat jaar tot 44 procent. Het is waar dat peilingen op verschillende manieren geïnterpreteerd kunnen worden, maar het is even waar dat wanhopige tijden leiden tot wanhopige maatregelen. Als Palestijnse zelfmoordcommando’s doorgaan met elke maand tientallen mensen opblazen, dan is de tijd niet ver meer dat Israëliërs zich scharen achter een leider die alles zal doen voor hun veiligheid.

Die leider zou heel goed Ariel Sharon kunnen zijn. In september 1970, toen hij nog legerofficier was, was hij al van mening dat Israël het Hasjemiet-regime in Jordanië niet tegemoet mocht komen. Jordanië, zo redeneerde hij, is de Palestijnse staat; en de duidelijke gevolgtrekking is dat als een passende mogelijkheid zich aandient, de Palestijnen daar naartoe moeten gaan. Het is waar dat Sharon, gevraagd naar deze kwestie in een recent interview, beweerde dat hij niet dacht in dergelijke termen. Degene die hem geloven, mogen rustig verder dromen.

Niemand kan zeggen wat de druppel zal zijn die de emmer doet overlopen, maar er zijn tenminste drie plausibele scenario’s. Het eerste, meest waarschijnlijke, is een Amerikaanse aanval op Irak. Sommige Israëliërs hopen en geloven dat zo’n aanval binnen een paar maanden zal plaatsvinden; Sharon zelf heeft Powell aangemoedigd aan te vallen zodra de Amerikaanse troepen daar klaar voor zijn. Het tweede is een opstand die het Hasjemieten-regime in Jordanië omver zal werpen, en zo een machtsvacuüm en een mogelijkheid voor actie creëert. Het derde is een omvangrijke daad van terrorisme binnen Israël zelf, die niet slechts tientallen, maar enkele honderden mensen doodt.

Als een van deze scenario’s werkelijkheid wordt, en mocht Sharon vinden dat de tijd is gekomen om zijn plan in werking te stellen, moge God de Palestijnen dan bijstaan. Hoewel degenen die de recente gebeurtenissen in Jenin hebben gezien het moeilijk zullen kunnen geloven: tot nu toe heeft de IDF fluwelen handschoenen gedragen. Hoe dapper de Palestijnse strijders ook zijn, het overwicht van de troepen is zodanig dat het verdrijven van de bevolking van de Westoever slechts een paar brigades zal vereisen, en in eerste instantie alleen tweederangs. Allereerst zullen de drie ultramoderne onderzeeërs van Israël hun posities innemen. Ten tweede zullen de grenzen met Egypte en Jordanië worden gesloten en al het luchtverkeer naar en vanuit het land gestopt. Ten derde zullen alle buitenlandse journalisten in een hotel worden gestopt, als gasten van de Israëlische regering en vervolgens zal zware artillerie rechtstreeks op Palestijnse doelen vuren, waardoor de verwoestingen tot nu toe op speldenprikken lijken. Het doel is de bevolking op de vlucht te jagen; van de belangrijkste Palestijnse steden naar de rivier de Jordaan is het maar enkele tientallen kilometers.

In 1973, de laatste keer dat de Arabische staten probeerden Israël te bevechten op serieuze schaal, werden ze zwaar verslagen op het slagveld. Sindsdien, in elk geval op papier, is de balans van de troepen radicaal verschoven — in het voordeel van Israël. Internationale bronnen schrijven Israël twaalf divisies toe, waarvan elf bewapend, plus een aantal territoriale eenheden die vooral geschikt zijn voor statische verdediging en bezettingsacties. Mobiliseer die divisies — een groot deel van de mannelijke bevolking van Israël is klaar om direct opgeroepen te worden — en zet er vijf van aan de grens met Egypte. Drie zullen de grens met Syrië bewaken, een houdt zich bezig met Hezbollah in Libanon. Dan heeft de IDF nog meer dan genoeg troepen over om de Palestijnen te verdrijven, de Jordaniërs indien nodig te verpletteren, en een tank het centrum van elk Arabisch-Israëlisch dorp te laten bestormen voor het geval de inwoners plotseling gekke ideeën krijgen.

Mochten de Arabische staten besluiten in te grijpen, dan zal het vooral de taak van de Israëlische luchtmacht zijn om ze tegen te houden. Die zijn uitgerust als nooit te voren. In 1982, de laatste keer dat de luchtmacht meedeed aan grootschalige operaties, kostte het slechts een paar uur om de hele Syrische luchtverdediging in Libanon te vernietigen en ongeveer honderd Syrische vliegtuigen neer te halen tegen het verlies van één eigen vliegtuig. Door één enkele raket af te vuren stelde het meer recentelijk de helft van Syriës totale luchtafweersysteem buiten werking. In het licht daarvan zouden Syrische officieren op de Golanhoogte of Egyptische officieren langs de grens er goed aan doen Jesaja 5:26-30 weer eens te lezen. «Daarom heft Hij een banier op voor het volk in de verte en Hij fluit het tot Zich van het einde der aarde; zie, haastig, ijlings komt het. Geen vermoeide of struikelende is er bij; het sluimert noch slaapt; de gordel zijner heupen wordt niet losgemaakt en de riem zijner schoenen breekt niet; zijn pijlen zijn gescherpt en al zijn bogen zijn gespannen; de hoeven zijner paarden zijn als keisteen en zijn raderen als een wervelwind; zijn gebrul is als dat ener leeuwin en het brult als jonge leeuwen; het gromt, grijpt buit en bergt dien, zonder dat iemand redding brengt.»

Sommige mensen geloven dat de internationale gemeenschap niet zal toestaan dat zo’n oorlog plaatsvindt. Ik raad ze aan daar niet op te rekenen. Wie zal Israël tegenhouden? De helden van Srebrenica? Alleen een door de VS geleide coalitie zal ze kunnen verslaan, maar zo’n coalitie is zeer onwaarschijnlijk. Op dit moment hebben de VS ruzie met delen van de islamitische wereld die Osama bin Laden hebben gesteund. Amerika zal er niet noodzakelijkerwijs bezwaar tegen hebben dat die wereld een lesje wordt geleerd. Met name als dat lesje zo snel en wreed is als in 1967, en met name als het niet al te lang de oliestroom belemmert.

Zou zo’n coalitie desondanks worden gesmeed, dan kunnen er interessante dingen gebeuren. Buitenlandse bronnen schrijven Israël meer dan tweehonderd kernkoppen toe, evenals mobiele lanceerbases die elk doel kunnen raken binnen tenminste vijftienhonderd kilometer van zijn grenzen; met een deel van zijn luchtmacht op one-way-missies kan dat bereik verdubbelen. Geen Israëlische leider wil graag dreigen met die wapens, laat staan ze gebruiken. Maar als Israël ten onder gaat, zal het in zijn val iedereen willen meesleuren. Het zogenaamde «holocaust-complex» is springlevend. Het wordt aangewakkerd door wat veel Israëliërs zien als de recente heropleving van antisemitisme. Hoe meer anti-Israël-demonstraties plaatsvinden in westerse hoofdsteden, des te groter hun vastberadenheid.

Zo’n doemscenario is uiterst vergezocht. Het is veel waarschijnlijker dat, mocht er een regionale oorlog uitbreken, Israël, met alleen conventionele wapens, die snel zal winnen. Experts spreken over acht dagen. Met een beetje geluk zullen de Egyptische grondtroepen worden vernietigd voordat ze ook maar dicht genoeg in de buurt van Israëls grens komen om grondgevechten aan te gaan. Jordanië, dat zijn koning is verloren, zal een tweede Afghanistan worden. De Palestijnen, die over de rivier zijn gegooid, zullen vrij zijn om een onafhankelijke eigen staat op te richten en die te gebruiken om hun recht uit te oefenen om naar hartelust terug te keren. Weinig Israëliërs, en deze auteur al helemaal niet, hopen serieus dat iets van dit alles zal gebeuren, maar het is allemaal mogelijk. Luistert u, meneer Arafat?

Vertaling: Rob van Erkelens