Opheffer

Lullen in Frankrijk

Op het Franse film festival verveel ik me. Ik loop de dvd- winkel binnen. Ik zie honderden Franse films die ik niet ken. Waarom ken ik die niet? Omdat ze niet in de Nederlandse bioscopen terecht komen. Zelfs niet in de film huizen. De reden daarvan is dat niemand in Nederland nog van Franse films houdt. Liever Amerikaanse shit dan de nieuwe Chabrol.

Ik koop een paar dvd’s en bekijk ze op mijn computer. Het is allemaal even mooi en ik krijg last van schaamte; we lullen op dit festival de hele dag over elkaars cultuur, maar die kennen we helemaal niet. Mijn kennis over de contemporaine Franse literatuur betreft het werk van Houellebecq, omdat ik die in vertaling heb gelezen; mijn Franse vrienden kennen

helemaal niets uit Nederland. Ook Cees Nooteboom niet, ook Mulisch niet. Ze kennen, althans sommigen, het werk van de kunsthistoricus Karel van Mander, en ze begrijpen er niets van dat wij het boek van deze Nederlander die Rembrandt heeft beïnvloed niet in elke boekwinkel kunnen kopen.

Cultuur, overschatten we de betekenis niet?

We discussiëren ons hier een slag in de rondte – iedereen weet hoe we met de moslims moeten omgaan. Mijn standpunten worden gezien als een uitvloeisel van het «typische Nederlandse denken» uit de jaren zestig. «Jullie zijn rechts geworden met een joint in je mond, de getrouwde homo’s zijn de nieuwe fascisten omdat ze burgerlijk zijn geworden, zoals jullie Fortuyn, en jullie intellectuelen zoals Van Gogh en jij bejubelen de Amerikaanse way of life – misschien zijn jullie wel veel verder dan wij.»

Ik ben opgehouden Fortuyn te verdedigen, ik zeg alleen dat hij geen fascist is, maar een oude sociaal-democraat, voorheen communist. Altijd goed voor een glimlach.

Ik stel aan de orde dat we feitelijk niets van elkaars cultuur weten.

«Ik kan met jullie niet praten over de nieuwste Franse boeken of de nieuwste Franse films en jullie weten ook niets over Nederland. We vinden elkaar in die door jullie zo gehate Amerikaanse films. Coppola, Scorsese, Spielberg, Tarantino… Jullie kunnen nog zo tegen die Amerikaanse cultuur zijn, die beïnvloedt jullie volgens mij meer dan jullie eigen cultuur.»

Ze vinden het onzin.

Dan houd ik mijn betoog over invloed, zoals geformuleerd door Karel van het Reve, die – vertaald naar film – heeft beweerd dat je wel kunt zeggen dat je beïnvloed bent door Hitchcock of Spielberg, maar dat je misschien wel de meeste invloed hebt ondergaan door slechte B-films. En ook dat wanneer je door iemand beïnvloed bent, dat je dan alleen weet dat je het zo niet moet doen, want zo is het al door de meester gedaan.

«Ik maak liever een goede namaak- Spielberg dan een goede ‹mijzelf›», zegt een regisseur.

«Ach, alles wat we doen is een vorm van plagiaat», zegt een ander.

Ik val hem bij, en stel dat «techniek» altijd een vorm van plagiaat moet zijn, maar dat je verder niets aan plagiaat in de kunst hebt. Hoewel. Ik vertel hem hoe Nederlandse plagiaat-auteurs thans tot de populairste auteurs van Nederland behoren, prijzen krijgen en door de Nederlandse ambassades uitgenodigd worden om goedbetaalde lezingen te houden. Ik noem de namen van Adriaan van Dis en Siebelink niet. Ze vinden het komisch en weer «typisch Nederlands». Zo ook het verhaal dat wij een recensent bezitten die een boek in de ene krant goed bespreekt en in de andere krant slecht en elke dag met alle schrijvers wijntjes drinkt in het café waar alle schrijvers komen. Ik verzwijg de naam Arjan Peters.

’s Avonds voegen zich een paar voor mij onbekende Amerikaanse regisseurs bij ons die vertellen dat ze niet begrijpen waarom ze in Europese bioscopen Amerikaanse films draaien en geen Europese. Ik leg het uit. We lichten ze ook in over de teloorgang van de Europese multiculturele samenleving. De Amerikanen lachen zich slap en zijn stomverbaasd. Ze nemen mij kwalijk dat ik nog geen scenario heb gemaakt over de moord op Theo. Ik zeg dat ik dat wel heb gemaakt, maar dat ik geen geld heb en dat ik niemand weet die zijn geld in de film wil steken.

«Jullie koesteren de verkeerde culturen», zegt een Amerikaanse regisseur, «de Amerikaanse cultuur bestaat helemaal niet, er bestaan alleen Amerikaanse verkoop technieken. Bekijk de verkoopstrategieën en je ziet hoe wij onze films maken. Jullie hebben cultuur en doen wat je wil, maar jullie nemen de verkeerde zaken over.»

Hij doet nog een leuke uitspraak: «Een plot in een film is niets anders dan een glimmende verpakking om een piece of shit.»

Dan willen de Fransen weten wat er nu, al die maanden na de moord op Van Gogh, veranderd is in Nederland.

Ik denk na.

Er zijn daarna geen aanslagen meer geweest. Maar verder? Gaan we beter met elkaar om? Bekijken de moslims zichzelf kritischer? Zijn we toleranter geworden? Is de vrijheid van meningsuiting groter geworden? Is er ook maar iets van een oplossing in zicht? Is de sfeer minder grimmig geworden? Minder haat?

Ik haal mijn schouders op en bestel nog een fles wijn.