Lachgas in het uitgaansleven

Lurken aan een skippybal

Nu lachgas opeens in de belangstelling staat, zitten politie en burgemeesters met de ‘ballonnenjeugd’ in hun maag. Maar is het gebruik van de zeer toegankelijke partydrug wel zo nieuw?

Humphry Davy, die later zou uitgroeien tot een gevierd wetenschapper, was 22 jaar en goed gemutst toen hij op Tweede Kerstdag van het jaar 1799 met ontbloot bovenlijf en een thermometer onder zijn arm plaatsnam in een luchtdichte doos die langzaam werd gevuld met distikstofoxide. Zijn assistent had de opdracht het gas te laten stromen totdat Davy zijn bewustzijn zou verliezen. Onder invloed veranderde Davy’s waarneming. Zijn gehoor werd zo scherp dat hij zelfs de ‘brom van het heelal’ registreerde. Objecten veranderden in stralende pakketten van licht en energie, de ruimte om hem heen leek uit te dijen. Hij voelde plezierige trillingen in zijn lichaam, en dat maakte hem aan het lachen, dus noemde hij distikstofoxide vanaf dat moment ‘laughing gas’. Hij vond het een miraculeus middel. Wel stelde hij vast dat ‘het verlangen naar het gas in mij steeds ontwaakt als ik een persoon zie ademen’.

Hoe groot en schadelijk dat verlangen nu precies is, is een van de grote vragen van deze zomer, nu lachgas in Nederland zo’n hype is geworden. De kranten schrijven er dagelijks over, en opeens weet iedereen wat die blinkende stalen buisjes zijn die je door het hele land op de gekste plekken vindt: lege gaspatronen.

Is dit echt nieuw, of valt het ons nu pas op? Lachgas werd voor het eerst als partydrug gebruikt rond 1800, toen Humphry Davy laughing gas parties begon te organiseren voor zijn artistieke vrienden, die het gas opsnoven uit zakken van zijde. Later werd het gebruikt als narcosemiddel: het gas dempt pijnprikkels en werkt in lage doses kalmerend. Als partydrug wordt lachgas tegenwoordig geïnhaleerd uit een ballon. Dat geeft een kortstondige warme roes, vaak niet langer dan een halve minuut.

Halverwege de jaren negentig dook lachgas op in de dance-scene. Later verschoof het naar de urban scene met zijn overwegend bi-culturele tienerpubliek, waar het mateloos populair werd. Tussen 2008 en 2013 vertienvoudigde het gebruik van lachgas onder het Amsterdamse uitgaanspubliek. Tegenwoordig heeft ruim de helft (54 procent) van de uitgaande jongeren in Nederland tussen de 15 en 35 jaar er ervaring mee.

‘Het ziet er grappig uit, zo’n ballon in je mond en dat je dan omvalt’

Ton Nabben, drugsonderzoeker bij de Hogeschool van Amsterdam, ontmoet tijdens veldonderzoek in Amsterdam veel ‘urban’ jongeren met een Turkse en Marokkaanse achtergrond die geregeld een ballonnetje nemen. Vaak omdat ze van hun ouders of het geloof geen ‘echte’ drugs mogen. ‘Het is groot geworden door sociale media, vooral via filmpjes. Het ziet er grappig uit, zo’n ballon in je mond en dat je dan omvalt. Nu het legaal is hebben cowboys zich op de markt gestort. Tot en met levering aan huis aan toe.’ Afgelopen zaterdag nam Nabben rond drie uur ’s nachts een kijkje op de Amsterdamse pleinen. ‘Het leek de Albert Cuyp-markt wel. Ballonnen, ballonnen!’ Hij telde 35 verkooppunten. Jongens met een lachgastankje in hun rugzak die ballonnen aanboden tegen contante betaling, zonder ventvergunning. De politie deed niets. Nabben: ‘Die gaan echt niet ingrijpen met zoveel losbandige ballonnenjeugd.’

Recreatief gebruik van lachgas is niet verboden. Aanvankelijk werden ballonnetjes gevuld met lachgas uit slagroomspuitpatronen, online of in winkels verkrijgbaar voor zo’n twaalf euro per vijftig stuks. Tegenwoordig overheersen de tankjes, waar je tweehonderd ballonnen mee kunt vullen. Die vormen volgens onderzoekers het echte probleem. Tot 2016 werd de levering daarvan wettelijk gereguleerd. In februari 2016 bepaalde de Hoge Raad echter dat lachgas niet meer onder de Geneesmiddelenwet mocht vallen, omdat het geen ‘therapeutische werking’ had. Het arrest volgde op een uitspraak van het Europees Hof van Justitie uit juli 2014. Lachgas valt nu onder de Warenwet, dus is levering voor recreatief gebruik niet meer illegaal als het middel geen schade aan de gezondheid oplevert. En dat deed het niet, volgens het rivm, dat in september 2016 op verzoek van de nvwa, de autoriteit die toeziet op de Warenwet, een risicobeoordeling maakte. Het rivmverwachtte geen gezondheidsrisico’s als maximaal eens per maand niet meer dan tien ballonnen zouden worden gebruikt. Maar lang niet iedereen houdt het bij een paar ballonnetjes. Wie meer en frequenter gebruikt loopt risico op zware hoofdpijnen, op tintelingen en spierslapte in handen en voeten, en uiteindelijk op verlamming.

Bij Reade, centrum voor revalidatie en reumatologie in Amsterdam, zien de behandelaars een ‘zorgwekkende toename’ van het aantal jongeren met een dwarslaesie door overmatig gebruik van lachgas. ‘We hebben de afgelopen twee jaar elf jongeren tussen de 18 en 25 jaar behandeld, waarvan acht in de afgelopen twaalf maanden. Collega’s in de gewone ziekenhuizen vertellen dat zij daar ook aardig wat jongeren met neurologische klachten zien’, zegt revalidatiearts Wendy Achterberg. De dwarslaesies worden veroorzaakt door een tekort aan vitamine B12. Aanvullen van B12 helpt vaak slechts gedeeltelijk. ‘Het merendeel van de lachgaspatiënten heeft na een jaar nog restklachten. Ze kunnen bijvoorbeeld minder lange afstanden lopen, hebben moeite met plassen en met seksualiteit.’ Achterberg maakt zich grote zorgen over een nieuwe categorie gebruikers die ze de laatste tijd onder behandeling heeft. ‘Eerst ging het om echt extreme gebruikers die honderden patronen namen in een weekend. Maar nu krijgen we ook mensen binnen die minder extreem gebruiken – tientallen lachgaspatronen over een langere periode.’

Volgens de politie neemt ook het aantal auto-ongelukken toe dat vermoedelijk veroorzaakt is door lachgas. Vermoedelijk, want lachgas is met geen enkele test aan te tonen in het lichaam. Het aantal processen-verbaal van verkeersincidenten waarin melding werd gemaakt van lachgas nam toe van 130 in 2017 en 380 in 2018 tot 960 tot nu toe dit jaar. Drugsonderzoeker Nabben bezocht al jaren geleden verscheidene ‘autofeestjes’. De auto’s geparkeerd in het groen of op een verlaten parkeerplaats. ‘Je eigen muziek en een tankje lachgas in de achterbak. Goedkoop, gezellig en je hoeft niet langs de portier van een club.’ Soms worden er ook tijdens het rijden ballonnen gebruikt. Door het in- en uitademen in de ballon ontstaat zuurstoftekort in de hersenen en kun je even wegraken. Op internet staan filmpjes van jongeren die achter het stuur aan de ballon zitten, en van zware ongelukken die daardoor zijn veroorzaakt.

Op internet staan filmpjes van jongeren die achter het stuur aan de ballon zitten

Inmiddels gaan onder burgemeesters, kabinetsleden en parlementariërs stemmen op om lachgas te verbieden. Maar hoe? Een terugkeer naar de Geneesmiddelenwet wordt geblokkeerd door uitspraken van de allerhoogste rechtsinstanties. En een verbod via de Opiumwet leidt niet per se tot minder gebruik maar wel tot criminalisering. Bij een populair middel als lachgas kan dat betekenen: geweld, overbelaste opsporingsinstanties en extra gezondheidsproblemen door vervuiling van het middel – een proces dat we eerder zagen, onder meer bij het verbod op xtc. Voorlopig wordt er kleinschalig opgetreden. Gemeenten proberen het gebruik in te dammen door lachgas te verbieden bij evenementen en in de Algemene Plaatselijke Verordening, omdat lachgasgebruik ‘overlast’ zou veroorzaken. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten waarschuwt dat die maatregel moeilijk is af te dwingen. Ook de politie roert zich in de verbodsdiscussie. De Enschedese politiechef Arjan Derksen dringt aan op een apv-verbod omdat de combinatie van alcohol en lachgas ‘agressief’ zou maken. Daarover was tot nu toe echter niets bekend.

Tijdens een van zijn lachgasexperimenten dronk Humphry een fles wijn leeg in acht minuten, om vervolgens zoveel gas te inhaleren dat hij buiten bewustzijn raakte. Van de combinatie alcohol en lachgas werd hij poëtisch. Agressie rapporteerde hij niet. Nabben: ‘Het lijkt mij dat alcohol een grotere voorspeller is van agressie dan lachgas. Lachgas is een narcosemiddel.’

In Amsterdam wordt getracht de leveranciers aan te pakken. Burgemeester Femke Halsema heeft zich expliciet uitgesproken tegen het bedrijf Ufogas, dat op uitgaansavonden op meer dan tien plekken actief is. Je hebt ze zo gevonden, op het Leidseplein bijvoorbeeld: een bakfiets versierd met vrolijke ballonnen. Een paar jongens van een jaar of twintig staan eromheen en lurken aan een ballonnetje. Op de bodem van de bakfiets ligt een gasfles van vijftig centimeter met twee kilo lachgas.

‘Last van de politie hebben we niet’, zegt ‘Spendy’, een jongen met opgeschoren zwart krulhaar. Hij is de uitbater van de fiets. Een ventvergunning heeft hij niet nodig, legt hij uit, want Ufogas is een koeriersdienst. Hij verkoopt niets, hij levert iets af dat op internet is besteld. Het is voor agenten geen doen om te controleren of elke persoon die Spendy vijf euro in de handen drukt werkelijk een bestelling heeft geplaatst.

Worden dronken klanten agressief van zijn ballonnen? ‘Nee, juist niet’, zegt Spendy. ‘Ik laat ze altijd zitten, want ze vallen vaak even weg. Maar als ze weer bijkomen zijn ze nog wel verdoofd, dus klappen gaan ze echt niet voelen.’ Zelf gebruikt Spendy geen lachgas meer. Nadat hij een keer drie dagen lang aan een grote ballon (‘een skippybal’) had gelurkt, voelde hij van alles onder zijn huid bewegen. ‘Dat was smerig, man. Echt, ik moet het niet meer.’

Of lachgas op de lange duur verslavend werkt is onduidelijk. Maar het kan absoluut een kortstondige craving opwekken, zegt Ton Nabben: ‘Op de dancefeesten in de jaren negentig werd lachgas hippy crack genoemd, met al die hippies die gulzig rond de gasfles hingen.’ Hij zag onlangs in zijn buurtje een heuse lachgasverslaafde. ‘Een veertiger die een tankje bij zich droeg en onafgebroken ademde in een ballon. Hij crashte in een speeltuintje hier vlakbij.’ Hoe het met hem zal aflopen? Humphry Davy overleed op zijn vijftigste aan een beroerte – lang na zijn experimenten, dat wel.