Toneel

Lustmoord in cellenblok 1327

Eduard II

Berlijn - In het stuk (vijfde scène, vijfde akte) staat de onfortuinlijke en gevangen genomen koning Edward de Tweede in een kerker van Berkeley Castle tegenover een van zijn moordenaars, die (o ironie) Lightborn heet en die zegt ‘troost en goed nieuws’ te komen brengen. Edward: 'Small comfort finds poor Edward in thy looks’, 'Troost, daar zie je niet naar uit’ en dan beklaagt hij zich: 'This dungeon where they keep me is the sink/ Wherein the filth of all the castle falls’, 'De kerker waar ik hun gevangene ben/ Is als de strontput waar hun vuil mij overdekt’. Lightborn heeft in het belendende vertrek een vuur laten aanmaken en daarin een spies ('get me a spit and let it be red-hot’) laten branden, waarmee de vorst enkele pagina’s verderop anaal wordt verkracht en vermoord, waarbij hij zo keelsnoerend hard schreeuwt dat de complotteurs vrezen dat de stad er wakker van is geworden.
Deze vernederende moorddadigheid in het jaar 1327 is een late wraak voor de schande die Edward de Tweede het Britse koninkrijk aandeed: hij negeerde zijn koningin en koos voor seks met het jonge joch Gaveston, die hij ook rijkelijk met baantjes bedeelde. Trouw aan dezelfde Britse koningskronieken van Holinshed waarmee Shakespeare de Engelse geschiedenis verbouwde en verspijkerde, vertelde de Elisabethaanse dramadichter Marlowe (1564-1593), (leef)tijdgenoot van Shakespeare en tot zijn gewelddadige dood diens eerste concurrent op de markt van brood & spelen, de geschiedenis na van Koning Edward II. En Ivo van Hove heeft die 'Troublesome Raigne and lamentable Death’ nu bij de Berlijnse Schaubühne, met wie zijn Toneelgroep Amsterdam een soort uitwisselingsverdrag heeft, op het toneel gebracht.
Jan Versweyveld ontwierp een vrij cleane en luxueus ogende gevangenis die er alles behalve als een beerput uitziet, met twee blokken van vier kleine kooien elk, daarachter een open douche, een hoge bewakersbalie met een groot scherm erboven, waarop live beelden worden geprojecteerd, benevens met een snoeiharde klap aangekondigde scènetitels als Homoseksualität, Aufräumen, Komplott, Mord. De moord op de koning (en eerder trouwens ook op diens minnaar Gaveston) lijkt op een morbide staaltje wurgseks met eerder broeierige dan bloedige connotaties. Het metaforische karakter van de hele enscenering heeft trouwens een hoog met-de-haren-erbij-gesleurd-gehalte, waarbij althans een deel van Marlowe’s plot ('the love that dare not speak its name’) 180 graden lijkt gedraaid naar de suggestie dat het stuk de mannenliefde van de regerend monarch eerder lijkt te vieren dan de schoffering ervan te tonen en waarbij het beeld van de acht kooien en de douche erachter werkt als de suggestie van een chique herenclub voor sadomasochistische seks.
Allemaal reuze indrukwekkend en de hormonen scheren twee uur ongedoseerd laag over podium en auditorium, maar helaas gaat het stuk daar niet over. Door de schreeuwerige uitvoering, die op den duur dodelijk vermoeiend werkt, zakt de hele enscenering in de loop van de avond door zijn hoeven. Als de vorst met een flinke portie lustmoordsuggestie ten slotte naar gene zijde is verwurgd, wordt de beul (op groot scherm) met een camera gevolgd. Met zijn broodtrommeltje verdwijnt hij via de U-Bahnhalte Adenauerplatz (in de buurt van het theater) naar moeder de vrouw om daar een Italiaanse warme prak te nuttigen. De banaliteit van het kwaad als uitsmijter, zeg dat wel. Ik hoop dat ons straks een Toneelgroep Amsterdamse versie (met eigen spelers) van dit 'concept’ van een merkwaardige Marlowe-hutspot bespaard blijft.

Eerstvolgende voorstelling is 13 maart, inlichtingen www.schaubuehne.de